Zie videobeelden
Twaalf jaar na het fenomenale succes van Titanic keert James Cameron met Avatar niet alleen terug in de bioscoop, maar ook in het science fiction genre.
De schrijver en regisseur heeft daarin een uitstekende reputatie gevestigd,
met de eerste twee Terminator films, de vervolgfilm Aliens en de diepzeefilm
The abyss.
Cameron begon zijn loopbaan als trucagespecialist, en
verlegde op dat vlak als filmmaker herhaaldelijk de grenzen van het medium.
Dat doet hij nu opnieuw, met een peperdure film die duidelijk maakt dat
hoogwaardige 3D-technieken ongekende mogelijkheden scheppen. Wie Avatar in
een 3D-projectie ziet is getuige van een wonderbaarlijke doorbraak, en het
scenario is op maat gesneden om dat aspect te benadrukken.
Held
Jake Sully is een marinier die door een dwarslaesie is uitgeschakeld, maar
een nieuwe kans krijgt wanneer zijn tweelingbroer op Pandora omkomt. Het
jaar is 2154, en het voortbestaan van de aarde hangt samen met de delving
van een mineraal op de verre maan, waar de mensachtige Na'vi tegenstand
bieden. Wetenschappers kunnen het buitenaardse dna met dat van mensen in
biologische avatars combineren, en omdat de tijd dringt wordt de verlamde
veteraan aan de avatar van zijn broer gekoppeld. Zo delen we in Jake's
euforie, wanneer hij in een drie meter lang blauw lichaam herboren wordt,
het laboratorium uitrent en in een buitenaardse jungle belandt.
Op voorhand uitte diepzeeduiker Cameron de wens om zijn publiek in een
nieuwe wereld onder te dompelen, en die ambitie heeft hij uitstekend
vervuld. Van alle schijnwerelden die Hollywood ons voorschotelde is Pandora
de meeste gedetailleerde en wonderlijke exponent, vooral wanneer de nacht
valt en de exotische flora en fauna in psychedelische kleurstellingen
oplicht. Het verbaast niet dat er zoveel werk is gemaakt van een
overtuigende biotoop voor de Na'vi, want Cameron schetst een wereld waarin
al het leven uitsluitend in volmaakte symbiose en harmonie kan gedijen.
Die wereld oogt vreemd, maar het vereist weinig verbeeldingskracht om er de
aarde in te herkennen. De ontwikkeling die Jake bij de
Na'vi
doormaakt is vergelijkbaar met die van Kevin Costner in Dances with wolves
of Colin Farrell in de Pocahontas-verfilming The new world: hij is een
soldaat van een invasiemacht, en komt door contact met nobele wilden tot
inkeer. Jake wordt bovendien verliefd op een prinses, en dankzij de
technische doorbraak die 'performance capture' heet is de wisselwerking
tussen de blauwe digitale versies van acteurs Sam Worthington (Terminator:
salvation) en Zoë Saldana (Star trek) nog geloofwaardig ook, al maakt de
fletse Worthington niet zo'n verpletterende indruk als zijn tegenspeelster.
De vier jaren die Cameron en de technici in de ontwikkeling van de techniek
staken zijn dus welbesteed, maar aan het scenario van de film is in die
periode waarschijnlijk niets veranderd.
Avatar wemelt van de
verwijzingen naar de oorlogszucht van Bush, Cheney en Rumsfeld na de
aanslagen van elf september, en mondt uit in wapengekletter en explosies.
Daarbij toont Cameron als vanouds zijn meesterschap op het gebied van
enerverende en inzichtelijke actiescènes, maar de betovering verdwijnt met
iedere knal en elk cliché dat het jammerlijk gedateerde scenario rijk is.
In Camerons oeuvre regeert de paradox: de maker blijft een toonaangevend
pionier in de ontwikkeling en toepassing van nieuwe filmtechnieken, maar
keert zich in zijn scenario's voortdurend tegen een blind vertrouwen in
technisch vernuft en fysiek overwicht. Avatar roept nadrukkelijk op tot
liefde en respect voor Moeder Aarde, en dat is een goede zaak, maar de film
overtuigt meer als technisch mirakel dan als ecopamflet. De 3D-versie is dan
ook de enige die vier sterren verdient.
© Brabants Dagblad 2012, op dit artikel rust copyright.

















