"De Tour mogen rijden is als een spannend jongensboek", aldus Rob Ruijgh op 23 juni. De avond ervoor had hij gehoord dat er voor hem een plekje in de Tourploeg van Vacansoleil-DCM was ingeruimd.
Een jongensboek oké, maar wel één met harde, weinig idyllische woorden geschreven dan. Kinderboekenschrijvers zonder specifieke wielerachtergrond zullen altijd met een te lieve voorstelling van zaken komen. Goed voor de tere kinderziel, maar ver bezijden de waarheid.
Ervaringsdeskundige Jan Cottaar wist dat het allemaal heel anders was. De radioverslaggever maakte zijn debuut in de Tour van 1949, deed verslag van de successen van Wim van Est en Wout Wagtmans. Dertig jaar geleden, enkele jaren voor zijn overlijden in 1984, schreef Cottaar een jeugdroman, 'Gele trui tegen wil en dank'.
Wie het boek in zijn jeugd heeft gelezen en het nu nog eens doorbladert, moet vrijwel direct denken aan jonge renners van nu. Stiekem heeft grote held Bart Roest wel wat weg van Rob Ruijgh, of andersom eigenlijk. Maar wacht de 'jonge debutant' Roest - ondanks alle ontberingen en de angst van de ploegleiding dat 'zijn vork te vol beladen zal zijn' - een groots huldeblijk in Parijs, Ruijgh zal deze Tour niet winnen. Dat is toch heel wat lastiger dan jongensboeken doen geloven.
Gele trui tegen wil en dank, Jan Cottaar. ISBN 9010036839
© Brabants Dagblad 2012, op dit artikel rust copyright.















