Het potje is altijd al beladen, maar de jongste versie van Tilburg (met links op de foto Hans Stolte) – Den Bosch (rechts Ruben Mulder) kreeg ook nog eens het predicaat 'degradatieduel' opgeplakt. Met Tilburg als winnaar, 2-1, en dat kan wel eens de redding zijn geweest. foto John Schouten/PVE
En grijpen. Alleen als de ploeg het inhaalduel wint, zullen ze in Tilburg en
Laren nog enigszins voor play-offs (om lijfsbehoud welteverstaan) gaan
vrezen. Bij alles minder dan drie punten zal het Bossche bloedspoor tot in
Den Haag en het Amsterdamse Bos te ruiken zijn. Een bericht uit de kelder
van de hoofdklasse nu de competitie zijn ontknoping nadert.
De
nummer 8, Tilburg.
Het successeizoen 2007/2008 gaf de mannen
van Siegfried Aikman bravoure. 'Weer play-offs', riepen ze aan de Bredaseweg
brutaal toen het over de doelen voor deze hockeyjaargang ging. Maar de
Tilburgers moesten al snel dimmen. Het vertrek van routinier Willem Gassner
heeft de ploeg meer gepijnigd dan verwacht – een nieuwe (verbale) leider is
binnen deze selectie nog niet opgestaan. Hoewel Tilburg al het hele seizoen
tegen de gevarenzone aanschurkt – er enkele weken middenin zat zelfs – heeft
Aikman steeds mooi weer gespeeld. 'Nee, wij hóeven niet te vrezen', bleef de
coach maar volhouden. En hij lijkt gelijk te krijgen. Vooruit, er wachten
nog wedstrijden tegen Bloemendaal en Rotterdam en uit de duels met de top-4
werd dit seizoen nog geen enkel puntje gepuurd. Maar de ploegen onderaan
vechten nog onderlinge clashes uit en dat maakt van Tilburg waarschijnlijk
de hond die met het been wegstuift.
De nummer 9, Laren.
Ze sloegen Roelant Oltmans en vijf grote spelers in – in het Gooi lijkt geld
nimmer een probleem te zijn. De voormalig mannenbondscoach schroefde het
aantal trainingen op naar zes per week en legde nogal een ambitie op tafel
zeg: binnen vier jaar meedoen om de landstitel. Maar een succesteam vált
niet te kopen; dat creëer je met visie, beleid, geduld vooral. Vooralsnog is
het slechts aanklampen bij de middenmoot geblazen, en oppassen dat het niet
(weer) degraderen wordt – want Laren is me nogal een jojoploeg de laatste
seizoenen. Het kloofje dat na de overwinning op HGC is geslagen lijkt net
genoeg om te overleven. Aan de hand van de grote meester móet dat toch ook
wel...?
De nummer 10, Den Bosch.
Dat er tot diep
in mei nog wordt gehockeyd aan de Oosterplas zijn ze bij HC Den Bosch wel
gewend – de vrouwen plakken al een dik decennium een verrukkelijk toetje aan
hun seizoen. Maar wie had gedacht dat de mannen volgende maand een gifbeker
aan hun lippen moeten zetten...? Vooraf werd er nog van play-offs gerept en
daar gaat het inderdaad van komen. Maar die om het vege lijf te redden
welteverstaan. Als de ploeg tenminste niet rechtstrééks uit de hoofdklasse
dondert, want van alle concurrenten oogt Den Bosch het meest groggy. Mentaal
gesloopt na klap op klap in de tweede competitiehelft. Een dolend team dat
bovendien allerminst een collectief is. Nee, daar valt zelfs voor een
olympisch kampioen weinig meer van te maken. Voormalig vrouwenbondscoach
Marc Lammers liet de clubliefde zegevieren en sprong bij als 'assistent',
maar moet toch echt vrezen voor een smetje op zijn cv. En de club Den Bosch
voor tophockey bij de mannen, want daar kan de stekker bij degradatie wel
eens uitgaan...
De nummer 11, HCKZ.
Lang de
gedoodverfde directe degradant. Maar toen kwamen er in ene twee
Zuid-Koreanen invliegen, en na de winterslaap nog een Australisch
international, Grant Schubert. Met het groeien van de financiële besognes
van de club, krompen de sportieve sores van het eerste mannenteam. De rode
lantaarn is inmiddels losgelaten, al blijft die z'n licht nog altijd over de
ooit zo roemrijke Haagse club (maar wie herinnert zich die acht
opeenvolgende landstitels rond 1980 nog?) schijnen, zeker nu de ploeg al
drie competitieronden droog staat. Daarom is het bezoek aan Den Bosch van
komende zondag zo cruciaal. Voor beide overigens. Noteer maar alvast: wie
dat potje verliest, kukelt rechtstreeks de hoofdklasse uit – die
voorspelling is toch niet zo gewaagd...?
De nummer 12, Pinoké.
Hadden de hockeyers van Den Bosch nu maar wat meer met die van Pinoké gemeen.
In het Amsterdamse Bos hebben ze knokken tot kunst verheven en zo'n
mentaliteit valt er binnen een paar weken niet meer in te slijpen – hoe
bedreven de Haarsteegse hulpcoach Marc Lammers ook in peptalks is. Maar aan
de Oosterplas weten ze niet hoe degradatiehockey te spelen en de Steekneuzen
kennen juist geen ander spelletje dan dat. Elk seizoen kruipen ze bij Pinoké
weer door de kelder van de hoofdklasse en keer op keer wordt het trapje naar
boven beklommen. En zo zal het dit jaar wel weer geschieden.
De ontknoping
Stand staart hoofdklasse:
8. Tilburg 19-19 (47-69)
9. Laren 19-19 (51-55)
10. Den Bosch 18-13 (41-70)
11. HCKZ 19-13 (38-68)
12. Pinoké 19-12 (40-74)
De nummers 10 en 11 verdedigen het hoofdklasserschap in de play-offs tegen een overgangklasser, de nummer 12 degradeert rechtstreeks. Indien twee teams gelijk eindigen, telt eerst het aantal gewonnen wedstrijden, dan het doelsaldo, vervolgens het aantal goals voor en dan pas het onderlinge resultaat.
Resterend programma:
Tilburg: Bloemendaal uit (de huidige
nummer 1), Rotterdam thuis (4), Kampong uit (6).
Laren: Oranje
Zwart uit (2), Amsterdam thuis (3), Pinoké uit (12).
Den
Bosch: SCHC uit (5), HCKZ thuis (11), Oranje Zwart uit (2), SCHC thuis (5).
HCKZ: Den Bosch uit (10), Pinoké thuis (12), Rotterdam uit (4).
Pinoké: Rotterdam thuis (4), HCKZ uit (11), Laren thuis (9).
© Brabants Dagblad 2012, op dit artikel rust copyright.















