14 jan 2008, 03:01 - Met een fraai staaltje machtsvertoon prolongeerde Sven
Kramer gistermiddag op het ijs van het Russische Kolomna de Europese titel.
Zoals hij direct na de 1500 meter al voorspelde, ging hij op de slotafstand
niet eens tot het uiterste.
Zie ook:
Hij speelde met zijn tegenstander Havard Bøkko. Ook op de 1500 meter nam
hij geen onnodige risico's, want het EK was al na de eerste dag beslist. "
Die anderen zijn echt niet slecht", zei de Europees kampioen. "Maar
ik ben op dit moment gewoon veel beter."
Niets lijkt de
21-jarige Fries te dol. Kramer blijft maar grenzen verleggen. Maar ook hij
kent spanning. Coach Gerard Kemkers merkte het voor de 500 meter. Juist in
die afstand heeft Kramer de afgelopen maanden heel veel tijd gestoken. "
Maar hij heeft er nog niet een gereden zoals het zou moeten. Dat maakt Sven
onzeker." Kramer: "Je kunt er veel op winnen, maar ook op
verliezen."
Vorig jaar nog gaf hij bij het EK viertienden toe
op de Italiaan Enrico Fabris. De onzekerheid bleek nergens voor nodig.
Kramer won de afstand, al was het maar met een honderdste van een seconde
voorsprong op de Pool Niedzwiedzki. "Er waren nog genoeg dingen die
beter konden, maar het is mooi dat het er nu een keer uitkomt."
Uitdager Fabris kreeg meteen een dikke halve tel ('een mentale tik') aan zijn
broek en ook Bøkko verloor tijd. Het EK was na 500 meter al beslist, al vond
Kramer zelf dat dat pas na de vijf kilometer het geval was.
Sprinten kan alleskunner Kramer nu dus ook. Het riep de vraag op wat er nog
meer mogelijk is. "Het WK sprint rijden? Ik denk het wel en misschien
wel sneller dan je denkt."
Aan de 500 en 1000 meter op de
Olympische Spelen van Vancouver denkt hij echter nog niet. "Daar gaan
we geen energie in steken", zei Kemkers. Kramer bouwde nog wel een
voorbehoud in. "In Vancouver wil ik me richten op afstanden die ik kan
winnen." En waarom zou dat niet op de kilometer zijn? De 1500 meter won
hij onlangs immers ook al eens in wereldbekerverband.
Voor de
concurrenten is er momenteel niet veel aan. Al bij voorbaat weten ze dat er
om zilver en brons kan worden gestreden. Maar Wouter Olde Heuvel, de nummer
vier van het toernooi, wordt er niet moedeloos van. "Sven is zeker te
verslaan. De vraag is alleen wanneer. Dat was niet dit weekeinde. Maar hij
loopt niet verder weg. Ik kom eerder dichterbij."
Toch moest
ook Olde Heuvel constateren dat zijn maatje weer met een indrukwekkend
staaltje kwam op de slotafstand. Op de tien kilometer speelde hij met zijn
tegenstander Bøkko. Tot 9300 meter mocht de Noor bijblijven, daarna zette
Kramer op het sein van zijn coach Gerard Kemkers de turbo aan. Hij ramde er
een rondje van 27,9 seconden uit en sloeg in de laatste anderhalve ronde een
enorm gat. "Leuk om hem een keer zo te rijden. Ik mag er ook wel eens
een keer van genieten", zei Kramer.
Slechts één ding lukte
niet in de Russische stad. Kramer had de opvolger van Tomas Gustafson kunnen
worden. De Zweed was in 1988 de laatste die Europees kampioen werd met vier
afstandzeges. Kramer moest op de 1500 meter thuisfavoriet Lalenkov en Fabris
voor zich dulden. "Ik wilde geen risico's nemen. Er was niet gedweild
en na zestien ritten zaten er diepe groeven in de bocht. Ik was bang voor
een misstap of val." Bovendien wilde hij zich niet helemaal leeg
rijden. "Er komen nog meer toernooien. Ik wil fris blijven."















