14 jan 2008, 02:59 - Niet op het WK, niet in de World League, niet bij de
World Cup. En nu dus ook niet naar de Olympische Spelen. Voor het eerst in
twintig jaar. Hoe goed de Nederlandse volleyballers de voorbije week soms
ook speelden in Izmir, cijfermatig zijn ze terug bij af. Bondscoach Peter
Blangé slachtofferen is een optie, maar geen logische. Het jonge Oranje
heeft immers genoeg potentie om Londen 2012 wél te halen.
Blangé probeerde het uiteraard wel, maar ook de bondscoach wist dat het een
grote surprise zou zijn geweest als Oranje het echt tot Peking had geschopt.
De nationale ploeg zat er op het olympisch kwalificatietoernooi in Izmir
verrassend dichtbij, maar kwam simpelweg van te diep om die sprong in twee
jaar te kunnen maken. Na de rampzomer van 2005, onder leiding van Harry
Brokking, was er voor welke bondscoach dan ook op korte termijn weinig eer
te behalen aan Oranje.
De volleybalbond doet er verstandig aan
Blangé in de komende evaluatiegesprekken niet al te hard aan te pakken. De
recordinternational van weleer heeft in de voorbije twee jaar heus enkele
steekjes laten vallen, maar achter de kille cijfers gaat een andere waarheid
schuil. En dat is dat Blangé de nationale ploeg al aardig op de rails heeft
staan. De vooruitgang is onmiskenbaar en bovendien heeft het team qua
leeftijd nog een ruime toekomst voor zich. Daarnaast zijn er sinds de
eeuwwisseling al genoeg bondscoaches versleten en een natuurlijke opvolger
voor Blangé is moeilijk te kiezen.
Guido Görtzen zette in
Izmir een punt achter zijn indrukwekkende carrière als international, maar
de meeste anderen kunnen moeiteloos door tot 2012, als de Olympische Spelen
in Londen neerstrijken. Tegen die tijd hebben toppers als Horstink, Van
Dijk, Kooistra en Bontje de ideale leeftijd om te pieken, zeker als ze dan
nog eens vier jaar hebben kunnen rijpen bij hun Europese topclubs.
Dat moet ook de modus zijn, want een nieuw Bankrasmodel (alle internationals
uit de competitie) is anno 2008 een utopie. Weinig internationals die daar
om staan te springen; zij gedijen prima in de sterke competities van Italië,
Frankrijk, Duitsland en België.
Of Blangé in de zomer van
2012 na zes jaar nog steeds aan het roer van Oranje moet staan, is een
lastige vraag, maar het zou jammer zijn als hij dit jaar al vertrekt. De
Italiaanse Serie A1 lonkt nadrukkelijk, maar de trainer uit Oegstgeest
beseft heel goed dat hij nog niet echt geoogst heeft met zijn huidige team.
Terwijl die kans wel dichtbij lijkt.
Mocht Blangé doorgaan, dan
zal hij minder en minder achtervolgd worden door zijn eigen succes. Nog
altijd wordt het Nederlands team door de buitenwacht gezien als de olympisch
kampioen van 1996, maar twaalf jaar later mag andermaal geconcludeerd worden
dat er destijds een unieke lichting stond. Ter verduidelijking: alle
medailles die Oranje ooit behaalde op titeltoernooien (acht stuks), dateren
van de periode 1989-1997. Daarvoor en daarna stond Nederland nooit op een
EK-, WK- of OS-podium.
Pijnlijk is wel dat twaalf jaar na 'het
sportmoment van de eeuw' de aandacht van sponsors miniem is. De NeVoBo heeft
de financiën goed op orde, maar het is tekenend dat Oranje op het olympisch
kwalificatietoernooi opnieuw zonder shirtsponsor speelde. Nog steeds is er
geen bedrijf te vinden dat de erfenis van Nationale Nederlanden wil
overnemen, terwijl dat wel zou moeten.
Met wat meer vet op de
botten en daardoor een sterker zomerprogramma (World League?) heeft Oranje
een zeer reële kans om in 2012 weer tot de twaalf beste landen van de wereld
te behoren en zo Londen te bereiken.















