Mario Ancic: "Ik vond het leven dat ik leidde normaal. Maar als je maandenlang slechts op bed ligt, weet je wel beter." Foto Antonio Bat/EPA
ROTTERDAM - Zijn beste resultaat bij het ABN AMRO World Tennis Tournament
zette hij in 2005 neer. Mario Ancic sloeg zich naar de laatste vier en werd
in de halve finale gestuit door Roger Federer, de latere winnaar in
Rotterdam.
Gisteren drong hij door tot de kwartfinale waarin hij het op moet nemen
tegen Michael Joezny. De Kroaat ontdeed zich van de Fransman Gilles Simon
(6-4, 3-6, 6-3).
Ancic laveerde de afgelopen vier jaar tussen
uitersten. In 2005 veroverde hij nog zijn eerste ATP-titel en bracht hij met
winst op de Slowaak Michal Mertinak in de vijfde en beslissende partij van
de Daviscupfinale een natie in vervoering.
Zijn opmars leek
onstuitbaar. Ancic drong in de zomer van 2006, mede door de kwartfinale op
Wimbledon, tot de top-10 en niets leek nieuwe successen in de weg te staan.
Een bij het jetskiën opgelopen knieblessure bleek echter de inleiding tot
ramspoed. De kniekwetsuur werd afgelost door een rugblessure, waardoor hij
zich terugtrok voor de US Open. En medio februari 2007 volgde een langdurige
pas op de plaats, vanwege de ziekte van Pfeiffer. Het virus zat al langer in
zijn lichaam, de lever was vergroot maar Ancic veronachtzaamde de
(vermoeidheids-) klachten. Dat hij in het indoortoernooi in Marseille in
zijn openingspartij opgaf tegen Andreas Seppi, bleek achteraf zijn redding.
Had hij doorgespeeld, dan was het waarschijnlijk einde topsportbestaan
geweest. "Ik heb geluk gehad", zei Ancic gisteren in de catacomben
van sportpaleis Ahoy'. "Ik balanceerde op het randje, m'n carrière was
in gevaar. Het had zomaar kunnen gebeuren dat ik nooit meer op niveau had
kunnen tennissen."
De nu 24-jarige Ancic koestert de tweede
kans die hij heeft gekregen. Sinds zijn rentree beseft hij dat-ie
bevoorrecht is. "Ik vond het leven dat ik leidde normaal. Maar als je
maandenlang slechts op bed ligt, weet je wel beter. Ik neem niets meer voor
lief." Ancic is hongeriger naar succes dan ooit. Hij kijkt omhoog. Door
zijn finaleplaats afgelopen zondag in Zagreb, waar hij verloor van
landgenoot Marin Cilic, klom hij naar de 28ste stek. In Rotterdam doet hij
opnieuw uitstekende zaken.
Sinds december vorig jaar wordt hij
bijgestaan door zijn broer Ivica, de oud-prof die op positie 378 bleef
steken. "Niet alleen al broers maar ook als spelers hebben we samen
opgetrokken. Hij kent me als geen ander. Hij doorgrondt m'n spel. Bovendien
heeft hij gezien wat ik heb moeten doorstaan, weet hij uit welk diep dal ik
kom. Dat vergemakkelijkt de samenwerking."














