Erben Wennemars: "We moeten koesteren dat er nog rek in onze sport zit. Door innovaties als de klapschaats en nieuwe trainingsmethoden worden de tijden nog steeds verbeterd. Sporten als wielrennen en atletiek zijn bijna uitontwikkeld en dan zie je dus dat sporters naar andere middelen grijpen om zich te verbeteren." foto François Wieringa/GPD
In 2007 reed Erben Wennemars al eens een WK allround, in Thialf nog wel. Hij genoot tijdens en na de afsluitende tien kilometer intens van het enthousiasme van het publiek. foto Vincent Jannink/ANP
Zie ook:
Jij bent een beetje de Paolo Bettini van het schaatsen. Een campionissimo, charismatisch, een van de nestors van het peloton, kortom de patron. Als jij wat zegt, wordt er naar je geluisterd.
"Dat hoop ik dan maar. Ik heb nog met Johann Olav Koss geschaatst. Nou, dan ben je oud hoor. De lichting van nu denkt dat het maar heel normaal is dat ze in een dikke auto rijden en zo goed verdienen. Dan wijs ik ze erop dat ik heel andere tijden heb gekend. Die vergelijking met Bettini vind ik trouwens wel mooi om te horen. Ik zou ook niet weten wie anders die 'leider' zou zijn, nu Rintje Ritsma en Gerard van Velde zijn gestopt. Jan Bos misschien, maar die treedt niet zo op de voorgrond. Zoveel persoonlijkheden zijn er eigenlijk niet in het schaatsen."
Feitelijk maar drie: jij, Sven Kramer en Shani Davis. Misschien ook Chad Hedrick, maar dat is meer een blaaskaak.
"Drie is genoeg, ja! De markt moet ook niet te vol worden."
Jij weet ook precies hoe het werkt, hoe je je moet profileren, hoe je de media moet bespelen. Ik vermoed dat je jouw ploeggenoot Sven Kramer ook wegwijs hebt gemaakt.
"We praten er wel veel over, maar hij heeft dat niet meer nodig hoor. Hij weet zelf wel hoe het werkt. Als hij iets stoms heeft gezegd, spreek ik hem daar de volgende dag wel even over aan, dat wel."
Onlangs meldde hij vrolijk dat hij de politie was ontvlucht, toen die hem wilde aanhouden wegens fietsen zonder licht. En toen nam jij het voor hem op.
"Af en toe moet je ook een beetje rebels zijn."
In Berlijn zag ik een TVM-schaatser, die verdacht veel op Kramer leek, door het donker zonder licht op zijn racefiets van baan naar hotel fietsen. Terwijl een dag eerder Lisette van der Geest op haar fiets was aangereden en haar sleutelbeen brak. Dan denk ik: jullie trainen je het schompes, houden overal rekening mee om top aan de start te staan, maar nemen dan vervolgens willens en wetens zo'n risico.
"We letten heus wel op. Dan zouden we bijvoorbeeld ook niet te hard moeten rijden op de snelweg. Doen we ook. Er zijn er ook genoeg die na het seizoen gaan skiën - ik toevallig niet - maar dat moet je dan ook niet doen. Man, ik heb zo vaak mijn pols gebroken. Als je zo gaat denken, word je angstig."
Waarom zit je eigenlijk niet in de atletencommissie. Dan heb je pas echt zeggenschap?
"Daar zit ik expres niet in, want dan zou het zo hommeles zijn. Ik bemoei me namelijk overal mee en ik heb een uitgesproken mening. Die kan ik dan maar beter op de achtergrond ventileren. Ik heb er trouwens ook geen tijd voor, want ik heb ook nog een gezin waar ik alle aandacht aan wil schenken. We gaan in januari verhuizen naar Dalfsen, terug naar mijn roots. D'r moet nog wel wat aan geklust worden, maar daar moeten we maar de tijd voor nemen. Je moet geen stress krijgen van tijd. Overigens ga ik zelf geen hamer of zo vasthouden, hoor. Dat gaat niet goed. Omdat ik een dagje ouder word, moet ik ook goed op m'n rust letten. Zeker omdat ik kies voor het sprinten én het allrounden. Als ik me plaats voor de grote toernooien, dan rijd ik vanaf nu alles. Dat zou geweldig zijn."
Maar is het ook reëel dat je de komende vier weekenden aan de bak mag?
"Het NK allround is nu in Heerenveen en die baan ligt me gewoon. Het Europees kampioenschap is ook in Thialf; dat wordt fantastisch, dus daar wil ik bij zijn. Het WK sprint zal een moeilijk verhaal worden - ik merk dat ik steeds verder van de 500 meter geraak - maar ik ga desondanks proberen me bij het NK te plaatsen. Nooit geschoten is altijd mis. Voor mij ís schaatsen wedstrijden rijden. En ik weet dat het in Nederland geen vanzelfsprekendheid is. Vorig jaar reed ik in Salt Lake City een wereldrecord op de 1500 meter en aan het eind van het seizoen mocht ik bij het WK afstanden aan geen enkel onderdeel meedoen, behalve de ploegenachtervolging."
Waarom ben jij eigenlijk rechtstreeks toegelaten tot het NK allround, terwijl anderen zich via de Eindhoven Cup hebben moeten plaatsen?
"Omdat ik vorig jaar reserve was bij het WK allround. Ik zou het ook belachelijk vinden als ik me eerst nog zou moeten kwalificeren, want ik weet zeker dat ik in de top tien eindig. Vroeger wezen ze iemand gewoon aan op basis van zijn kwaliteiten, maar tegenwoordig heeft kennelijk iedereen rechten."
Als je het tot de Olympische Spelen van 2010 in Vancouver volhoudt, heb je je hele carrière tot de wereldtop behoord. Dat kunnen er niet veel zeggen - ook Rintje Ritsma bijvoorbeeld niet.
"Daar ben ik ook trots op. Natuurlijk heb ik ook wat mindere jaren gekend, maar vanaf 1997, 1998 heb ik altijd in de top gezeten. Ik ben bijvoorbeeld twee keer wereldkampioen sprint geweest, maar wat me minstens zoveel waard is, is dat ik negen keer heb meegedaan en nooit lager dan de zesde plek ben geëindigd. "
In die tien, elf jaar zijn de tijden flink veranderd. Letterlijk. Op de 500 meter is de 33-grens in zicht, op de 1500 meter komt de 1.41 eraan en op de 5 kilometer gaan we onder de zes minuten komen. Komt misschien ook wel doordat schaatsen mondiaal zo'n kleine sport is. Eén nieuwe topper of een nieuwe uitvinding kan al zoveel verschil maken. Misschien zijn er wereldwijd wel veertig Wennemarsen en dertig Kramers met dezelfde aanleg, alleen schaatsen die mensen niet.
"Die veertig Wennemarsen zullen
er vast zijn, want zo bijzonder ben ik niet, maar Kramer is wel een uitzonderlijk fysiek talent. Ik geniet ervan om hem te zijn groeien. We moeten ook koesteren dat er nog rek in onze sport zit. Door innovaties als de klapschaats en nieuwe trainingsmethoden worden de tijden nog steeds verbeterd. Sporten als wielrennen en atletiek zijn bijna uitontwikkeld en dan zie je dus dat sporters naar andere middelen grijpen om zich te verbeteren."
Doping, bedoel je. Schaatsen als sport leent zich er ook voor: er wordt een enorme krachtsinspanning van jullie verwacht, de belangen zijn groot - zeker in Nederland - en er gaat sinds enkele jaren veel geld in om.
"Ik zou niet weten of doping duur is. Ik heb het nog nooit gezien en het is me ook nog nooit aangeboden. Doping zal ongetwijfeld helpen, maar ik denk dat schaatsen vooral een technische sport is. Noem me naïef, maar ik heb ook nog nooit een schaatser of schaatsster verdacht."
Geloof jij dat Jenny Wolf naturel sprint? Die vrouw is op de eerste honderd meter sneller dan menige man uit de B-groep!
"Ik geloof in de goedheid van mensen. Bovendien kan Wolf gewoon heel goed en hard schaatsen. Maar nu hebben we het over doping en daar wil ik het niet over hebben."
Sven Kramer moet jou in 2010 olympisch goud gaan schenken op de ploegenachtervolging, heb je nog niet zo lang geleden gezegd. Maar hoe zeker ben jij daarbij?
"Dit onderdeel past bij mij, ik ben gemaakt om in een treintje te rijden. Van oorsprong kom ik uit het marathonschaatsen. In tegenstelling tot sommige anderen zie ik de ploegenachtervolging ook als een volwaardig onderdeel. Ik heb aan drie Olympische Spelen meegedaan, dus ik weet wel hoe moeilijk het is om goud te winnen."
Er mogen voor Vancouver maar vier mannen worden aangewezen. Je hebt in ieder geval alvast een streepje voor op Simon Kuipers. Die kon laatst in Thialf Kramer niet bijhouden. Kramer gaf hem zelfs een zetje. Psychologisch heel slim.
"Ik heb nog nooit het kopwerk geschuwd, dus daar kunnen ze me niet op pakken."
Overtuigd zijn van je eigen kwaliteiten lijkt me een belangrijke eigenschap voor een topsporter. Mentale kracht onderscheidt jullie van 'gewone' mensen.
"Veel mensen schieten meteen in de verdediging, denken dat ze iets niet kunnen; ik denk juist in mogelijkheden. Ik denk bijvoorbeeld dat ik ook goed kan roeien en goed kan hardlopen. Pas als bewezen is dat ik het niet kan, leg ik me erbij neer. Ik dacht bijvoorbeeld dat ik kon shorttracken, maar dat bleek toch moeilijker dan ik dacht. Je moet altijd willen blijven leren. Als je denkt: dit is de manier en ik draai het riedeltje wel even af, ga je d'r aan. Ik sta open voor veranderingen."
Zoals de klapschaats.
"Die klapschaats is een geweldige uitvinding geweest. Voor die tijd keek ik altijd wie achter mij waren geëindigd in plaats van wie voor me zaten. Ik was altijd blij als een Fin en een Fransman meededen, want die hield ik sowieso achter me. Toen ik nog junior was, was ik altijd bang voor wedstrijden. Op vrijdag dacht ik al: laat het alsjeblieft zondagavond zijn, dan is het tenminste weer voorbij. Nu ben ik een competitiedier. Als ik een sudoku maak, leg ik er het liefst een stopwatch naast. Als ik schaats, vind ik het heerlijk om de adrenaline door mijn lichaam te voelen gieren. Bij de start heb ik al een hartslag van 140 - en dan heb ik dus nog helemaal niks gedaan."
Het zal wennen worden na 2010 om niet meer in the picture te staan.
"Daar ben ik me van bewust, daarom geniet ik nu extra. Natuurlijk kijk ik om me heen wat ik dan kan gaan doen, maar ik zou nu nog niet weten wat."
Misschien moet je speeches gaan houden voor het bedrijfsleven, lullen kun je goed. Het lijkt me stug dat de Speakers Academy jou nog nooit heeft gebeld.
"Hebben ze ook, maar ik heb het afgehouden. Nu gaat al mijn aandacht naar het schaatsen en mijn gezin. Maar misschien moet ik dat straks maar gaan doen ja."
© Brabants Dagblad 2012, op dit artikel rust copyright.























