25 jan 2008, 02:59 - WIJK AAN ZEE - Ze is met voorsprong de beste vrouwelijke schaker, de enige die tot de elite van het mannenbolwerk wist door te dringen. In de top-tien van de wereldranglijst is haar naam inmiddels niet meer terug te vinden, maar met een elo-rating van 2707 en als nummer 22 is Judit Polgar nog altijd de koningin van het hersenknarsen.
Ook in de jubileumaflevering van het Corus Chess Tournament geldt Polgar
weer als het vrouwelijke uithangbord. In Wijk aan Zee viert de nu 31-jarige
Hongaarse haar eerste lustrum. Haar beste eindresultaat boekte ze in 2003.
Met een half punt achterstand op Viswanathan Anand, eindigde ze destijds als
tweede.
Hoewel er nog drie speelronden zijn te gaan is het
onwaarschijnlijk dat Polgar de klassering zal overtreffen of evenaren. Uit
haar eerste tien partijen peurde ze 4,5 punten. Van de veertien deelnemers
bezet ze de elfde plaats.
Die klassering is evenwel opmerkelijk. De
moeder van een zoon van drieëneenhalf en een twee jaar jongere dochter moest
het schaken naar het tweede plan verwijzen. Tegenwoordig reist ze niet meer
van hot naar her, maar selecteert Polgar haar internationale uitstapjes
zorgvuldig. "Het koste me geen moeite pas op de plaats te maken",
benadrukt ze. "Mijn gezin is het kostbaarste bezit. Ik wil mijn
kinderen niet tekort doen."
Toch weigert Polgar zich in een
bijrol te schikken. "Als ik speel, is er dezelfde bevlogenheid als
weleer. Ik wil de tegenstander over de knie leggen, kan niet tegen m'n
verlies. Maar ik besef dat mijn voorbereiding anders is dan vroeger. De
studie schiet er dikwijls bij in."
Het klinkt vreemd uit de
mond van de vrouw die in het ouderlijk huis in Boedapest tot een geniale
denksportster werd gekneed. Met haar zussen Zsuzsa en Sophia fungeerde ze
als proefkonijn in een, naar nu blijkt geslaagd psychologisch en pedagogisch
experiment. Van school werden ze weggehouden; moeder Klara onderwees thuis
de vakken die ze misten, terwijl vader Laszlo schaakonderricht gaf.
Judit Polgar zegt nu nog steeds de vruchten van het Spartaanse regime te
plukken. "Ik kan terugvallen op m'n kennis, creativiteit en intuïtie.
Al komt er tegenwoordig meer bij kijken. Door de komst van computers is de
voorbereiding anders geworden. Aangejaagd door Garry Kasparov is in het
afgelopen decennium welhaast iedere zet uitgedokterd. Ik vind dat jammer.
Het heeft het wezen van de sport aangetast. De schoonheid is getorpedeerd,
omdat het meer gepolijst is geworden."
Wat ze eveneens
verafschuwt, is de loopgravenoorlog die woedt. "Over en weer bestookt
men elkaar maar met beschuldigingen, wordt er met modder gegooid. Roddel en
achterklap dat het gevolg is van gekwetste ego's. De Fide (wereldschaakbond,
red.) zou daar eens paal en perk aan moeten stellen, maar laat het afweten.
Er wordt van alles beloofd, alleen blijken het tot dusverre holle frasen."
Toch wegen de voordelen zwaarder voor de Hongaarse. "Schaken blijft een
boeiend gevecht. Anders had ik er al lang afscheid van genomen."
© Brabants Dagblad 2012, op dit artikel rust copyright.



















