Léon van Liebergen met het eerste beeld dat hij heeft aangekocht voor het museum: het beeld van de heilige Lucia. Een eikenhoutenbeeld uit 1420, dat hij aantrof in het huis van de pastoor van Ammerzoden. foto Jeroen Appels/Van Assendelft
"Ik kon gewoon niets zeggen en dat vond ik heel moeilijk. Mensen spraken mij aan, het was het jaar van het Religieus Erfgoed, dus je trof elkaar nogal eens. Zij kennen mij, ik ken hen, maar opeens kun je niets zeggen. Ik vond het ook heel vervelend dat ik tegen de pers mijn mond moest houden."
Het was zo afgesproken tussen het bestuur van het MRK en Van Liebergen. Het was allemaal zo diffuus, zegt Van Liebergen. "Niemand wist precies hoe de situatie was, en ik kende ook niet alle ins en outs." Met Sinterklaas, zegt de 58-jarige conservator, kreeg ik drie zoutvaatjes met de tekst horen, zien en zwijgen. "Zwijgen is goud, maar goud is wel een heel zwaar metaal."
Zwijgend dus aanhoorde hij de opbeurende woorden die in zijn richting werden gesproken, de blijken van medeleven en de uitingen van grote zorg. Zwijgend ook nam hij kennis van de reacties vanuit de Udense bevolking, die hem streelden. "Het was prachtig wat er allemaal gebeurde. Dat mensen spontaan voor het museum opkwamen, geweldig." "Ik heb er veel respect voor", zegt de conservator op het moment dat het stof is gaan liggen. Maar hoe overweldigend de blijken van steun ook waren, een oplossing voor het museum wist niemand aan te dragen.
Maar: het daget het in het oosten, het lichtet overal, citeert Van Liebergen een middeleeuws lied. We zitten in zijn werkkamer, een museaal ogende kamer, beetje rommelig. Léon van Liebergen zit er weer op zijn praatstoel, energieker ogend dan een paar maanden geleden. Dát hij er nog zit, is niet zo vanzelfsprekend. "Ik heb een aantal maanden slecht geslapen. Ik heb een paar keer ernstig getwijfeld of ik.... Maar dan zijn er weer mensen die op je inpraten. En aan de andere kant vond ik zelf: een kind dat ziek is, kun je niet in de steek laten." Van Liebergen stond aan de wieg van dat kind, begin jaren zeventig. Samen met de toenmalige burgemeester van Uden, Gerard Schampers. Het leven bestond uit het bijeen schooien van geld. Van Liebergen noemde zichzelf dan ook een schooier. Het ging altijd goed, totdat het museum aan grote uitbreidingsplannen ging denken. Gerard Rooijakkers en Joep Baartmans hebben de historie kort geschetst in hun rapport over de toekomst van het Udens museum. Een kansrijke toekomst, vinden ze, en daar is Van Liebergen het mee eens.
Hij heeft zijn mouwen al opgestroopt. Er is de afgelopen maanden een hele hoop gebeurd, er is veel gezegd en veel geschreven. "Maar laten we die ballast allemaal niet mee gaan sjouwen. We moeten aan de slag, we moeten er voor zorgen dat het museum weer wat vlees op de botten krijgt."
Het duo Rooijakkers/Baartmans heeft de voorzet gegeven. Het museum moet zich heroriënteren tot een Museum voor Religieuze Cultuur, het moet de spil worden in een regionaal cultureel netwerk. Het gebouw niet uitbreiden, maar wel op peil brengen. En naast de conservator een zakelijk directeur en een professionele staf. Veel hangt af van de bereidwilligheid van de provincie om geld beschikbaar te stellen. Van Liebergen kijkt alweer naar de toekomst. Er moet snel een plan van aanpak komen, knelpunten op een rijtje zetten ("die zijn eigenlijk bekend") en snel aan oplossingen werken. En als het aan Van Liebergen ligt, moet de nieuwe leidinggevende persoon zo snel mogelijk bij het proces worden betrokken. "Want ik wil de kar niet alleen trekken."
© Brabants Dagblad 2012, op dit artikel rust copyright.














