De mannen van het Duits Lijntje. Staande van links naar rechts: Gerrit Titselaar, Nol Bekkers en Gerardus Hoogaars. Zittend in het midden Van Hoorn. foto collectie BHIC
Tonnie Hoogaars zag de foto toen hij bij zijn zus Mimi in Uden op bezoek was. Hij herkende de staande man rechts, zijn opa Gerardus Hoogaars, in 1880 in Schijndel geboren en in 1963 in Uden overleden. Tonnie Hoogaars woont nu in Duitsland, maar hij groeide op aan de Kerkstraat in Uden, tegenover de Petruskerk. De man die vooraan in het midden zit lijkt volgens Toon Swinkels uit Uden Van Hoorn te zijn. "Hij was in de jaren '40 onze overbuurman, werkte in Uden bij de spoorwegen en had daar een vrij goede baan. Hij keek nogal streng en wij hadden er een heilig ontzag, zoniet enige vrees voor", zo weet Swinkels zich te herinneren. Van Hoorn is begin jaren '50 naar Boxtel verhuisd.
Gerard Laurenssen (68) uit Uden en Bert Hoedemakers (63) uit Veghel hebben hun eigen herinneringen aan de spoorlijn. Laurenssen woonde bij de Kleuter in Uden. In zijn jeugd kwam er nog twee keer per dag een trein over het spoor, die vanaf stopplaats Dico doorreed naar Van Hout in Mill en later op de dag weer terug. "In de jaren '50 is er een wagon met munitie ontspoord. We hebben nog munitie gevonden en in een vuurtje gegooid. En we hebben ook wel eens vuurtje gestookt in de spoorsloot. Een keer werd het zo erg, dat de brandweer er bij moest komen." Bert Hoedemakers vertelt hoe hij met andere kinderen spijkers en andere metalen voorwerpen op het spoor legde. "Een koperen cent kreeg de afmeting van een gulden als hij op de rails had gelegen." Hoedemakers vertelt uitgebreid. Zoals over brugwachter Greveling, die na een telefonische waarschuwing de rode vlag voor de schippers moest uithangen. Later stak hij een rood licht aan. Dat was voor de schippers bestemd. Als de trein stil stond lukte het Hoedemakers en zijn vriendjes vaak om mee te liften. "Soms wel tot Kasteren." Kasteren ligt bij Liempde.
Wim Verwegen uit Veghel heeft uit de aantekeningen van zijn vader enkele verhalen opgetekend over zijn opa Harry Verwegen (1895-1960) die zijn leven lang werkte bij het spoor, eerst als baanwerker, later als spoorbrug- en overwegwachter. Ook Verwegen verhaalt over het vrij reizen per spoor. Dramatischer is zijn verhaal over de inval van het Duitse leger op 10 mei 1940. Nederlandse soldaten bliezen de strategisch belangrijke spoorbrug in Veghel op. Omdat pas enkele minuten voor de explosie een waarschuwing uitging raakten drie mensen gewond. "Gelukkig niet ernstig, maar we waren wel de eerste oorlogsgewonden in Veghel", zo citeert Verwegen uit de aantekeningen van zijn vader.
© Brabants Dagblad 2012, op dit artikel rust copyright.


Sorteer reacties
















