Alom wordt Wil Versteijnen erkend als een invloedrijk ondernemer in Tilburg. Hij staat op plek negen in de Top van Tilburg. „Netwerken is belangrijk, maar het moet wel een beetje hout snijden.”
De jacht op visitekaartjes is niet aan Wil Versteijnen besteed. „Als ik zou willen, kan ik iedere dag al gauw een stuk of tien van die kaartjes bij elkaar krijgen, maar ik zie daar het nut niet van. Het gaat mij om waardevolle en goede contacten waar wij als bedrijf wat aan kunnen hebben. En de namen van díe mensen kan ik zó wel onthouden.”
Het tekent de no-nonsense aanpak van Versteijnen (47). De ‘selfmade man’, zoals hij zichzelf graag betitelt, is algemeen-directeur van het familiebedrijf GVT Group of Companies. Het is een internationaal opererend bedrijf dat zich richt op vervoer over weg, water en spoor. Bij het bedrijf, dat in 1957 startte, werken nu driehonderd mensen in vaste dienst. GVT groeide fors sinds Wil Versteijnen in 1986 algemeen directeur werd en het bedrijf nog maar zeven werknemers had.
Versteijnen zegt dat het familiebedrijf, met een omzet van enkele tientallen miljoenen, groot is geworden door de mentaliteit van ‘niet lullen, maar poetsen’.
En daar hoort het simpelweg uitwisselen van visitekaartjes of zijn aanwezigheid op alle netwerkbijeenkomst in Tilburg en omgeving dus niet bij. „Natuurlijk is een goed netwerk van groot belang. Daar werk ik ook aan, zakelijk en privé. Maar het moet allemaal wel een beetje hout snijden. Je moet de momenten kiezen. Ik heb bepaald niet de neiging om écht overal aanwezig te zijn en mijn gezicht te laten zien. Daar heb ik ook helemaal geen tijd voor. Ik werk nu al tachtig uur in de week en als ik overal naar toe ga, ben ik nooit meer thuis. Bovendien moet ik ‘s avonds als ik thuiskom wel het gevoel hebben dat ik overdag iets gedaan heb.” Veel tijd voor bijvoorbeeld sport heeft Versteijnen dan ook niet. „Ik heb maar één sport en dat is transport”.
Alom in Tilburg is Versteijnen gekend en erkend als een ondernemer die nogal wat invloed heeft. Niet alleen vanwege de omvang en activiteiten van zijn bedrijf, maar ook vanwege zijn niet aflatende inzet om dat wat hij goed acht voor Tilburg en voor zijn eigen zaak te combineren. Versteijnen wijst daarbij op de oprichting van de Barge Terminal Tilburg in 1998. Dagelijks ontvangt het logistiek bedrijf daar zeecontainers uit de hele wereld. „Natuurlijk voor ons een zakelijk succes, maar het heeft de wereld ook een stuk dichter bij Tilburg gebracht.” Bij zijn inspanningen tot verruiming en verbreding van het Wilhelminakanaal, de ontwikkeling van het spoor op industrieterrein Loven en die om een haven op industrieterrein Vossenberg te realiseren, zoekt hij de combinatie. „Meer transport per water zorgt voor minder vervoer over de weg. En dat kun je als pluspunt of winst voor Tilburg beschouwen.”
Met regelmaat gaat de ondernemer in op uitnodigingen van politieke partijen om zijn idee over ontwikkelingen in de stad te poneren. „Van links tot rechts weten ze me te vinden.”
Bij het realiseren van zijn eigen ondernemerswensen maakt Versteijnen dankbaar gebruik van zijn uitgebreide zakelijke netwerk. En dat gaat een stuk verder dan de Tilburgse kring. Natuurlijk lobbyt hij bij het Bedrijven Overleg Regio Tilburg (BORT) en is hij op netwerkbijeenkomsten. Maar hij is toch al gauw anderhalve dag in Den Bosch, Rotterdam of Den Haag om zijn eigen zakelijke belangen en ook die van Tilburg te behartigen. Hij rekent Hans Smits (directeur Havenbedrijf Rotterdam), Jan Westerhout (directeur ECT Rotterdam), hoge ambtenaren op het ministerie van Verkeer en Waterstaat, Cora van Nieuwenhuizen (gedeputeerde vervoer) en Sjef Diris (hoofdingenieur-directeur Rijkswaterstaat Noord-Brabant) tot zijn netwerk. „Dat zijn wel mensen die beslissingen nemen over belangrijke zaken. Zij zetten uiteindelijk de handtekening.” Bovendien is het heel goed om op gezette tijden te sparren met dat soort mensen.”
Zijn zakelijke contacten en netwerk in de regio Eindhoven acht Versteijnen van groot belang. „Een jaar of vijf jaar geleden namen we de exploitatie van de railterminal Eindhoven met het vervoer van Philips-containers over. In het kielzog van die relaties in het Eindhovense heb ik veel contacten in die regio opgedaan. Nu bezoek ik daar ook netwerkbijeenkomsten. Dat heeft op dit moment misschien wel meer zin dan mijn Tilburgse activiteiten.”
Versteijnen is, zij het gedoseerd, met regelmaat in Tilburgse ondernemerskringen waar te nemen. Behalve in BORT, waarbij honderden Tilburgse ondernemers zijn aangesloten, is hij als lid van de businessclub vaak te vinden op de tribune van Willem II. „Er zijn weinig wedstrijden waar ik niet bij ben. Ik vind voetbal leuk en je komt er iedereen tegen die er een beetje toe doet in het Tilburgse.” Van Pieter Bogaers tot Sjef Heerkens en Jacques de Leeuw. Daar worden echt wel eens zaken gedaan. Ook zakelijk moet je natuurlijk wel eens je gezicht laten zien.”
Versteijnen bezoekt bijeenkomsten van Netwerk Brabant of de BOB-borrel om zijn Tilburgse netwerk te verstevigen of uit te breiden. Recentelijk is zijn belangstelling gewekt om lid te worden van KoBra (Stichting Kunst en Onderneming Brabant). Daar ontmoet hij wederom mensen uit de Top van Tilburg. „Natuurlijk is zo’n lijst met de meest invloedrijke Tilburgers boeiend. Maar ik denk dat, als je een beetje inzoomt op mensen die er toe doen, je al heel gauw op een lijst van 125 mensen komt. Bovendien zijn er mensen die veel meer goede zaken doen voor de stad, buiten het zicht. Die staan nooit op het podium.’’
Dat veel ook op de achtergrond gebeurt, is volgens Versteijnen dé reden dat op allerlei lijstjes zo weinig namen van Tilburgse ondernemers prijken. „Tilburgers zijn van oorsprong een nuchter volk. Die weten hun eventuele rijkdom en prestaties aardig verborgen te houden. Ze hebben geen behoefte om zichzelf op de borst te slaan. Ze staan met twee voeten op de grond, doen hun kunstje en daarmee is de kous af.”
© Brabants Dagblad 2012, op dit artikel rust copyright.














