Op 17 januari wordt de Top van Tilburg gepresenteerd. Hoe zijn de onderzoekers te werk gegaan, welke keuzes hebben ze gemaakt?
Volgens onderzoek van het Brabants Dagblad en de Universiteit van Tilburg staan er alleen maar blanke mannen in de top-25 van meest invloedrijke Tilburgers. Dat leidde meteen tot verbaasde reacties.
Waar zijn de vrouwen? Hoe kan het dat in een kleurrijke stad als Tilburg geen nieuwe Nederlanders op de lijst staan? En er was ook kritiek: hebben de onderzoekers wel goed hun werk gedaan? Hebben zij invloed wel op de juiste manier gemeten?
Het is daarom goed om eens precies uit te leggen hoe de verdeling van invloed in Tilburg is onderzocht, zodat iedereen zich hier een oordeel over kan vormen.
Allereerst is het belangrijk te weten wat precies onder invloed wordt verstaan. Wanneer heb je invloed, en waar blijkt dat uit?
Of je veel of weinig invloed hebt, hangt van een aantal zaken af. Als je een belangrijke bestuurlijke functie met veel verantwoordelijkheden hebt, kun je ook gemakkelijk invloed uitoefenen, maar meestal is dat niet voldoende. Er zijn genoeg voorbeelden van wethouders die in de praktijk weinig te vertellen hebben.
Een kundige topambtenaar die achter de schermen belangrijke beslissingen voorbereidt, of een populair raadslid die beslissingen steeds weet tegen te houden, kunnen soms meer invloed hebben. Ook directeuren van instellingen of bedrijven hebben vaak meer invloed dan voor het grote publiek zichtbaar is.
Behalve bestuurlijke functies kunnen ook contacten en netwerken, draagvlak in de samenleving, kennis of geld je veel invloed geven in de stad. En ook hier geldt: het gaat alleen maar om invloedsmiddelen. Of je daarvan slim gebruik weet te maken en werkelijk invloed uitoefent, hangt van een heleboel persoonlijke eigenschappen af: leiderschapskwaliteiten, strategisch inzicht, verantwoordelijkheidsbesef en eerzucht.
Invloed is dus van veel zaken afhankelijk, waardoor het heel lastig in beeld te brengen is. In de politieke wetenschappen is er daarom veel discussie over de manier waarop invloed het best kan worden vastgesteld. Een veelgebruikte methode om invloed te meten is de positiemethode. Wie de meeste en belangrijkste functies bekleedt in besturen, bedrijven en instellingen, is het invloedrijkst. De Volkskrant top-200 van meest invloedrijke Nederlanders is op deze manier samengesteld. De belangrijkste kritiek op deze methode is dat alleen invloedsmiddelen gemeten worden; of die ook gebruikt worden blijft onduidelijk. Bestuursfuncties, commissariaten en raden van toezicht geven veel mogelijkheden om invloed uit te oefenen, maar bieden geen garanties dat je ook werkelijk invloed hebt.
In reactie hierop is de besluitvormingsmethode ontwikkeld. Hierbij worden besluitvormingsprocessen gereconstrueerd om na te gaan wie op beslissende momenten aan de touwtjes heeft getrokken. Wie in staat is een besluitvormingsproces in de gewenste richting te sturen (of tegen te houden), heeft volgens deze methode veel invloed. De methode lijkt ideaal, maar heeft een aantal nadelen. Er hangt namelijk veel af van de onderzochte besluitvormingsprocessen. In Tilburg zullen in het Midi-dossier waarschijnlijk heel andere mensen een sleutelrol hebben gespeeld dan bij de ontwikkeling van de Spoorzone, om maar een voorbeeld te noemen.
Verder is deze methode alleen toe te passen bij al afgeronde besluiten, waardoor je moeilijk iets kunt zeggen over wie op dit moment veel invloed heeft. Bij het onderzoeksproject van de Top van Tilburg zijn ook een aantal besluitvormingsprocessen bestudeerd, maar dan als illustratie om te laten zien hoe invloed wordt uitgeoefend.
Bij het vaststellen van de top-25 van meest invloedrijke Tilburgers, is gebruikgemaakt van de reputatiemethode. Hier wordt nagegaan aan wie het meeste invloed wordt toegekend. Deze methode heeft veel nadelen maar ook een aantal belangrijke voordelen. Het voornaamste nadeel is dat vooral beeldvorming wordt onderzocht: wie vaak in de schijnwerpers staat lijkt misschien heel invloedrijk, maar hoeft dat niet per se te zijn. Daarnaast worden reputaties vooral bepaald door prestaties uit het verleden, en minder door feitelijke invloed in het heden.
Om dit probleem te ondervangen, zijn we in ons onderzoek afgegaan op de inzichten van mensen die bijvoorbeeld als ondernemer, raadslid, verenigingsvoorzitter of parochiebestuurder in Tilburg actief zijn. Mensen die vaak aan bestuurstafels zitten en weten hoe de hazen lopen. Zij hebben er zicht op welke ontwikkelingen belangrijk zijn, en wie daar nu de meeste invloed op hebben. Zij zien immers in de praktijk wie de meeste invloedsmiddelen tot zijn of haar beschikking heeft, en wie daar het slimst gebruik van weet te maken.
Een belangrijk voordeel van deze methode is dat zij een waarheidsgetrouw beeld geeft van veranderende invloedsverdelingen. En dat laatste is vooral in Tilburg van belang omdat de stad in een overgangsperiode zit. Een scheidende generatie van invloedrijken, een zich voorzichtig aandienende nieuwe groep.
Onderzoek laat zien dat het in stabiele machtsverhoudingen niet uitmaakt hoe invloed gemeten wordt. Mensen die hun stempel drukken op besluitvormingsprocessen bekleden dan ook belangrijke posities en hebben de reputatie invloedrijk te zijn. Als de verdeling van invloed in beweging is, vallen sleutelrollen in besluitvormingsprocessen, machtsposities en reputaties meestal niet meer samen. Voor een actueel beeld van invloed is het dan veiliger om te vertrouwen op de kennis van mensen die de Tilburgse netwerken goed kennen, zoals we in ons onderzoek onder meer hebben gedaan. Dat dit onverwachte of ongewenste resultaten heeft opgeleverd, is op zichzelf niet vreemd. Dat hoort bij onafhankelijk wetenschappelijk onderzoek.
Dr. Marcel Boogers is als bestuurskundige verbonden aan Tilburgse School voor Politiek en Bestuur van de Universiteit van Tilburg. Hij deed mede onderzoek naar de Top van Tilburg.
© Brabants Dagblad 2012, op dit artikel rust copyright.














