Het lijkt bizar, maar het is wel de werkelijkheid. Wanneer een op de Maasvlakte bij Rotterdam vertrokken trein met goederencontainers naar bedrijventerrein Loven in Tilburg moet, dient die eerst tot voorbij Den Bosch te rijden. Daar wordt de locomotief ontkoppeld en met de neus de andere kant op gereden.
Vervolgens posteert hij zich voor wat eerst de achterkant was en zet zich weer in beweging. Terug naar Tilburg. "De mensen in Vught zullen blij zijn dat dát straks niet meer hoeft", zegt Sonja van der Graaf van ProRail Regio Zuid. "Die zien zo'n transport nu nog vier keer voorbijkomen. Want ook wanneer de trein in Tilburg gelost is, moet hij eerst weer naar Den Bosch en terug."
Uitgaande van 250 van die zogeheten bloktransporten per jaar passeren er in Vught duizend treinen minder wanneer laad/losterminal Railport Brabant in Tilburg een feit is en een directe aansluiting op het spoor heeft.
Er is bij Loven de aanleg van een 600 meter lang nieuw spoor voor nodig, want zo lang zijn die treinen. En dat zorgt ervoor dat de overweg Rauwbrakenweg bij Berkel-Enschot het loodje gaat leggen. Want een overweg met vier sporen, dat zint ProRail uit het oogpunt van veiligheid niet. Trouwens, als zo'n lange trein vanaf Loven tot aan de andere kant van die overweg stilstaat, houdt dat de spoorbomen een eeuwigheid dicht.
Pluspunt voor de Tilburgse economie van deze complexe operatie: Tilburg heeft straks een rechtstreekse ontsluiting voor het vervoer van (vooral) containers van en naar de Rotterdamse haven. Niet alleen GVT Group of Logistics, de eigenaar van Railport Brabant, heeft daar baat bij. Ook voor andere vervoerders over het spoor staat de terminal open.
"De logistieke sector is voor Tilburg een miljoenenbusiness, cruciaal ook voor de arbeidsmarkt", telt wethouder Roel Lauwerier (VVD, infrastructuur) zijn zegeningen. "De ontsluiting per spoor is voor de toekomst zeer belangrijk."
GVT-directeur Wil Versteijnen is blij met de ruimte die ontstaat voor het afhandelen van lange goederentransporten. "Railvervoer wordt voor ons steeds belangrijker als aanvulling op het transport over de weg en het water. Die ontwikkeling zet zich de komende tijd door, met Oost-Europa als belangrijke nieuwe markt."
Versteijnen kocht vorig jaar het Campina-terrein op Loven, 8 hectare groot. Hij sloopte de gebouwen, bouwde twee nieuwe en verhuurt die. Agglomix (poedertechnologie) en SIG Modulus (plafond- en wandmaterialen) hapten toe.
12.000 vierkante meter houdt Versteijnen nog 'in strategische reserve'. Zoals de aankoop van Campina een strategische zet van belang was.
En in ieder geval het ontbrekende stuk in een ingewikkelde spoorpuzzel, waar meerdere partijen al lang over gebogen zaten.
© Brabants Dagblad 2012, op dit artikel rust copyright.


Sorteer reacties
















