Jan Wijnstok van vliegvisvereniging draait zijn hand niet om voor een sterk verhaal. Foto Joris Buijs / PVE
Hengelaarsvereniging De Ruischvoorn in Tilburg heeft dik 4000 leden. „En dat betekent dus evenzovele sterke verhalen”, lacht voorzitter van de vliegvisafdeling Jan Wijnstok. Op elke bijeenkomst komen er wel een paar voorbij. „Meestal over de grootte van de vis en het aantal dat ze naar boven hebben gehaald.” „ Ze hebben het over het materiaal dat ze hebben gebruikt. Dan halen ze een enorme snoek op aan een dun draadje, of vertellen over een vangst in een sloot waarin al jaren geen vis meer te zien is geweest.
Een mannetjessnoek is maximaal 60 centimeter lang en dan hebben ze er een gevangen van wel drie maal die lengte.” Het mooiste verhaal komt meestal aan het eind van de avond. Eén daarvan doet al vele generaties de ronde, in soms een licht afwijken de vorm. Wijnstok vertelt het zo:
“Wat ik nu vertel, da’s niet gelogen. Het is werkelijk waar gebeurd. Ik ben pas geleden een hele dag aan het vissen geweest in de buurt van Oisterwijk, bij het Kolkven. Een hele dag aan het spinneren: vissen met kunstaas.”
“Aan het einde van de dag had ik inmiddels alle kanten van het ven gehad, maar helemaal niets gevangen. Net toen ik op huis wilde aan gaan, zag ik een flinke sloot. En besloot ik nog maar een keer in die troebele sloot de lijn uit te gooien. ‘Baat het niet, schaadt het niet.’ “
“Sla ik binnen een paar tellen een snoek aan de haak. Zo groot, zo iets had ik nog nooit gezien. Dat beest kan in dat water alleen maar voor- en achteruit zwemmen. Keren kan hij niet.” „Hij trekt m’n hele lijn kapot. Ik spring er achteraan, kan nog net de draad vastgrijpen. “
“Ondertussen val ik met mijn rug tegen de kant van de sloot, mijn laarzen lopen vol. Om te voorkomen dat de snoek ontsnapt, hou ik de lijn vast tussen m’n tanden en probeer mij zelf in evenwicht te houden door met mijn handen de kanten van de sloot vast te houden.”
„Het lukt me uiteindelijk na lang worstelen omhoog te krabbelen, uit het water, het snoer nog tussen m’n tanden. Sta ik ineens recht, met in mijn linkerhand een fa zant, en in mijn rechter een enor me haas. En mijn beide laarzen zit ten vol met paling.”
„Werkelijk waar, echt gebeurd. In Oisterwijk!” En wie het niet gelooft: „Vierduizend leden van De Ruischvoorn, ze kennen stuk voor stuk dit verhaal.”
Ook een sterk verhaal? Laat het ons weten .
© Brabants Dagblad 2012, op dit artikel rust copyright.


Sorteer reacties











