AMSTERDAM - De raad van bestuur van het Amerikaanse Merck had op 12 februari niet eenzijdig een einde mogen maken aan de overname-onderhandelingen voor Organon.
Het besluit tot afwijzing moet alsnog worden voorgelegd aan de Raad van Commissarissen, de ondernemingsraad en de vakbonden, de zogenaamde 'Advisory Body (AB). Daarbij moet Merck, die vorige week in het kort geding betoogde dat verkoop tot grote vermogensverliezen zou leiden en negatief zou uitwerken voor de winst per aandeel, die berekeningen op tafel leggen. In zoverre heeft de Amsterdamse rechter gisteren de eis van de AB toegewezen. De tweede eis, namelijk dat Merck het bod van partij X (het Zuid-Afrikaanse farmabedrijf Aspen) moet aanvaarden als zijnde 'een goed bod', heeft de rechter afgewezen. De uiteindelijke beslissing over al dan niet verkopen blijft bij de eigenaar, bij Merck.
Volgens de rechter zijn er nu drie uitkomsten mogelijk: 1: de AB weet Merck ervan te overtuigen het bod van Partij X alsnog te aanvaarden; 2: de AB weet Merck ervan te overtuigen verder te onderhandelen met Partij X of 3: geen van beiden lukt en dan is alles weer als vóór de overeenkomst van 1 september vorig jaar waarin werd besloten op zoek te gaan naar alternatieven voor de Merck voorgestane reorganisatie in Oss. Dat zou ook inhouden dat de Raad van Commissarissen en ondernemingsraad weer terug mogen vallen op de juridische procedures die ze vorig jaar juli aankondigden tegen het besluit van Merck om in Oss de hele onderzoeksdivisie te sluiten.
© Brabants Dagblad 2012, op dit artikel rust copyright.



Sorteer reacties













