Professor Jos Beijnen, apotheker bij het Anthonie van Leeuwenhoek- en het Slotervaartziekenhuis, heeft zelf een aantal promovendi begeleid die nu in de laboratoria van Organon in Oss werken. “Zij staan allemaal op straat, dat is triest. Die gaan in het buitenland werken of moeten zich omscholen. In beide gevallen is Nederland die kennis kwijt. We hebben het over toponderzoekers en een laboratorium dat in tientallen jaren naam heeft gemaakt.”
Zie ook:
Organon, tegenwoordig onderdeel van het Amerikaanse Merck Sharp & Dohme (MSD), had niet alleen veruit het grootste farmaceutische onderzoekslab in Nederland. Het is ook zo’n beetje het laatste restant van het Nederlandse geneesmiddelenonderzoek. “Er zijn nauwelijks andere fabrikanten die hier ook medicijnen ontwikkelen”, treurt Beijnen. In 2006 waren er in ons land nog 3700 onderzoeksbanen bij medicijnfabrikanten.
De gloriedagen van Duphar, Gist-Brocades en Organon zijn verleden tijd. Verdwenen in buitenlandse handen of geen prioriteit meer voor de nieuwe eigenaar. Toch steekt geen enkele bedrijfstak zoveel geld in onderzoek en ontwikkeling als de farmaceutische industrie. Wereldwijd ruim 70 miljard euro in 2007, voornamelijk in de Verenigde Staten en Europa. Nederland dreigt daar niet meer aan mee te doen.
Maar wetenschappelijk directeur Daan Crommelin van het Top Institute Pharma, dat startende onderzoeksbedrijven begeleidt, denkt dat er met snel ingrijpen ‘nog een hoop valt te redden van Organon’. “De toponderzoekers zijn anders snel naar het buitenland verdwenen. Vanuit Singapore, Frankrijk, Denemarken of Ierland wordt altijd aan deze mensen getrokken.”
In Oss moet een bedrijvenpark komen waar de Organon-onderzoekers terecht kunnen. “MSD zou onderdelen van Organon moeten afsplitsen die als zelfstandig bedrijfje doorkunnen. Daar moet dan wel geld in van de overheid, dat kan niet anders.” De kans dat zo’n afgesplitst bedrijfje slaagt, is erg groot, volgens Crommelin. “Het niveau van de toponderzoekers bij Organon is zeer hoog. Het zijn ook mensen met de capaciteiten om een bedrijf te leiden, ze kennen het klappen van de zweep.” Voor het farmaceutisch onderzoek is zo’n doorstart van levensbelang, vindt Crommelin. “Organon is ook een kweekvijver van talent, veel mensen duiken later op bij kleine bedrijfjes. De laboratoria in Oss zijn een belangrijk deel van de onderzoeksinfrastructuur in Nederland.” Branchevereniging Nefarma slaat dan ook hard om zich heen en wijst met de beschuldigende vinger naar Den Haag. Het innovatieve klimaat gaat achteruit in Nederland, maar politici en bestuurders houden zich doof, luidt de klacht. Bovendien zou Den Haag de research het land uitjagen omdat het hier veel langer duurt om een nieuw geneesmiddel op de markt te krijgen.
Terwijl de Nederlandse universiteiten in de top meedraaien van het geneesmiddelenonderzoek, leidt dat straks niet meer tot nieuwe medicijnen van vaderlandse bodem. Want daarvoor is de kennis van de industrie nodig. Professor Beijnen: “Het onderzoek bij de universiteiten, ziekenhuizen en instituten gaat door, maar de ontwikkeling van nieuwe medicijnen gebeurt niet meer in Nederland en dat mag een ramp genoemd worden.”
© Brabants Dagblad 2012, op dit artikel rust copyright.
















