De SP reageert haar ongenoegen over het massaontslag bij Organon af op het kabinet. Dat dit zo kan gebeuren, is het ultieme bewijs van het falen van de politiek, stelt de partij.
Naast een obligate oproep aan de minister van Economische Zalen Van der Hoeven (CDA) om het moederbedrijf van MSD Organon in de Verenigde Staten op de knieën te dwingen, schetst de oppositiepartij een doembeeld waarin politiek en samenleving de greep op hun bestaan kwijt zijn geraakt.
Voorop gesteld: het verdwijnen van bijna 2200 banen bij Organon is een zware klap voor de getroffen werknemers en hun gezinnen, voor de Brabantse economie en voor de Nederlandse kennisinfrastructuur. Een prachtig bedrijf dat geworteld en groot geworden is in Oss, is verworden tot sluitpost op de balans van een Amerikaanse multinational. Cruciaal was het besluit van AKZO-topman Wijers in 2007 om het bedrijf te verkopen aan Schering-Plough, later Merck/MSD. De beslismacht verschoof hierdoor van Nederlandse bodem naar een directiekamer aan de andere kant van de oceaan.
Door de globalisering van de economie krijgen we steeds vaker te maken met de ingrijpende gevolgen van bedrijfsbeslissingen die soms (ver) buiten onze landsgrenzen worden genomen. Organon is niet het enige voorbeeld. Onlangs besloot het Finse bedrijf Wärtsilä de productie van scheepsschroeven en -motoren te verplaatsen van Nederland naar China. Hierdoor gaan bijna zeshonderd banen verloren. Maar ook Nederlandse ondernemingen zoals Philips, DSM en Unilever maken permanent de afweging welke bedrijfsactiviteiten waar het beste uitgevoerd kunnen worden. En dat is niet in alle gevallen in Nederland.
Nederland kan zich als open economie en handelsland niet aan deze realiteit onttrekken.
We zullen daarom des te beter moeten zorgen dat Nederland een aantrekkelijk vestigingsland blijft. Dit kan door een vriendelijk fiscaal klimaat, een goed opgeleide (bèta-)beroepsbevolking, een goede bereikbaarheid en ook een zeer actieve ondersteuning van innovatie. Maar bovenal door een betrouwbare overheid, die belangrijke sectoren in de eigen economie echt koestert. Nederland heeft veel om trots op te zijn en heeft bedrijven iets te bieden. Wat we in elk geval niet moeten doen is ons goede belastingklimaat te grabbel gooien door de vennootschapsbelasting fors te verhogen en de inkomens van buitenlandse kenniswerkers zwaarder te belasten, zoals de SP wil. Daarmee jagen we alleen maar meer ondernemingen de grens over, en daarmee meer arbeidsplaatsen.
Ondernemers zouden niet alleen de belangen van hun aandeelhouders moeten dienen, maar ook die van hun werknemers en hun omgeving. Het is echter naïef om te denken dat multinationals louter uit ideële overwegingen hun vestigingen in ons land zullen handhaven. Bij beslissingen hierover spelen tal van strategische motieven een rol. Om het kwartje onze kant op te laten vallen, zullen we in de eerste plaats moeten investeren in goede relaties met ondernemingen. Tijdig moeten inspelen op de dynamiek binnen bedrijven. Op het randje moeten onderhandelen en misschien niet altijd het braafste jongetje van de Europese klas willen zijn.
We kunnen onze economische structuur alleen versterken door een actieve, moderne industriepolitiek. Een goed voorbeeld is de concentratie van Research & Development op het gebied van medische voeding en babyvoeding door het Franse bedrijf Danone in Utrecht, na de overname van Numico. Dat is niet komen aanwaaien, maar het resultaat van onze uitstekende kennisinfrastructuur en een actieve lobby. Het kabinet moet echt lering willen trekken uit deze ervaringen. Voor Brabant is het nu vooral van belang om nieuwe kansen te benutten.
Bij onderzoek en ontwikkeling in de farmaceutische industrie komt steeds meer ruimte voor ‘open innovatie’ door netwerken van universiteiten, academische ziekenhuizen en farmaciebedrijven.
De kennis en het vakmanschap van de betrokken werknemers zou samen met de inzet van universiteiten en bedrijven misschien kunnen uitmonden in een innovatiecampus. Op deze manier kan er voor een deel van de ontslagen werknemers nieuw perspectief ontstaan op werk. Anderen zullen we actief moeten begeleiden bij het vinden van nieuw werk, al dan niet met omscholing.
Klappen vang je op door veerkracht te tonen, en niet door in doembeelden te blijven hangen.
Eddy van Hijum en Elly Blanksma zijn Tweede Kamerlid voor het CDA.
© Brabants Dagblad 2012, op dit artikel rust copyright.
















