OSS - Ineengedoken zitten twee ooievaars dinsdagochtend op een lantaarnpaal in de Havenstraat in Oss. In Nederland overwinterende ooievaars zijn geen uitzondering, hoewel winters doorgaans veel milder zijn dan dit jaar.
Door de strenge vorst kunnen de vogels nu moeilijk aan eten komen. De oorspronkelijk in Nederland broedende ooievaars waren trekvogels, die van maart tot in september in ons land verbleven. Voor het invallen van de winter trokken de vogels naar warmer oorden zoals Afrika.
In 2000 broedden er 396 paren in Nederland en in 2007 waren er 600 paren. Vanuit de speciale 'ooievaars-buitenstations' weten ooievaars zich weer te redden en worden steeds minder afhankelijk van de buitenstations.
Ooievaars hebben een uitgebreid menu. Ze jagen op slakken, regenwormen, grote insecten -zoals sprinkhanen en kevers-, hagedissen, slangen, kikkers, padden en muizen. Maar die zijn er nu niet te vinden.
Steeds meer ooievaars blijven in de winter toch gewoon in Nederland. Deze winter hebben waarnemers tot nu toe 592 vogels geteld; bijna honderd meer dan in de winter van 2010/2011. In de vroegere ooievaarsdorpen bij Groot Ammers en het Gelderse Rossum zijn rond 20 vogels geteld.
© Brabants Dagblad 2012, op dit artikel rust copyright.





















