WIJK EN AALBURG - "De techniek van elektrisch aangedreven voertuigen is niet nieuw", zegt Mari van der Coer. "Het bestaat al ruim tien jaar.
Maar deze industriële techniek is nooit in verband gebracht met de autotechniek. Er moet dus vooral een mentaliteitsverandering plaatsvinden."Volgens Van der Coer en collega Frank Bouman is de komst van elektrisch aangedreven voertuigen slechts een kwestie van tijd. Milieu-organisaties en steeds meer overheden ondersteunen die mening. Van der Coer verwijst naar Amsterdam, waar het gemeentebestuur vorige week bekendmaakte dat het volledig gaat inzetten op elektrisch rijden. In 2015 moeten er 10.000 elektrische voertuigen in de hoofdstad rond rijden. In 2020 moet dat aantal gestegen zijn naar 40.000. De gemeente Amsterdam heeft als doelstelling dat alle kilometers in 2040 emissievrij zijn. Dan gaat het om 200.000 auto's.
Het grootste probleem van de elektrische auto is nog steeds de relatief beperkte afstand die afgelegd kan worden met één accu. Met de huidige batterijen is maximaal 300 kilometer te overbruggen, maar in de praktijk vaak slechts 200 kilometer. Bovendien is een batterij erg zwaar en slijten ze snel. Ook over het opladen van de auto's bestaan nog de nodige vragen.
Van der Coer: "Daarom wordt de techniek nu vooral nog toegepast in hybride voertuigen, waarin zowel een benzinemotor als een accu zit. Bij lange afstanden neemt de bezinemotor het dan over van de elektromotor. Maar als de juiste, rendabele accu er eenmaal is, dan betekent dat het einde van de benzinemotor."
© Brabants Dagblad 2012, op dit artikel rust copyright.














