De vispassage in een stuw langs de Midgraag in Almkerk. Ook op andere plaatsen in het Land van Heusden en Altena komen dergelijke passages te liggen. foto Albert van Mourik/waterschap Rivierenland
De stuw, inclusief vispassage, vlakbij de Midgraaf in Almkerk. Soortgelijke passages komen er in Hank.
De vispassage in het water in de buurt van de Midgraaf in Almkerk. Trede voor trede kunnen de vissen zich omhoog werken.
Zie ook:
De vispassages liggen er niet voor de sier. Ze hebben alles te maken met de eisen die worden gesteld aan de ecologische kwaliteit van het water.
"Watersystemen verschillen van elkaar. Je wilt dat in elk systeem de bijbehorende vissen leven", stelt Harald Smeets van waterschap Rivierenland. Zo 'hoort' een brasem bij een gemaal voor te komen. En leeft de grote modderkruiper in kleine watergangen, aangezien hij slecht tegen 'concurrentie' kan.
Overigens is goed onderhoud van sloten belangrijk om te zorgen dat de 'juiste' vissoorten zich er thuis voelen. "Maar het werkt ook andersom: sommige vissoorten doen aan 'onderhoud'. De ruisvoorn (rietvoorn) bijvoorbeeld eet de nodige begroeiing weg", vertelt Smeets.
Om te zorgen dat er over 100 jaar nog steeds een gezonde populatie vissen voorkomt in een bepaald gebied, hebben de dieren een zekere oppervlakte nodig. "Vandaar de passages. De vissen krijgen zo de kans in bepaalde gebieden te komen."
Er komen volgend jaar passages in de buurt van de Westkilweg en de Hogepolderweg in Hank; niet toevallig vlakbij twee stuwen die gerenoveerd moeten worden. De vispassages moeten zorgen voor een verbinding tussen de Bakkerskil, de Bleekekil en de Oostkil. "Die killen zijn nu redelijk geïsoleerd. Door de passages kunnen de vissen straks als het ware rondzwemmen."
In de buurt van de Midgraaf in Almkerk hangt aan de Koppelstuw een nieuw type passage, een soort trap. "Het water gaat door die trap, waardoor de vissen er als het ware tegenop zwemmen."
De Koppelstuw aan de Midgraaf verdeelt het water richting gemaal Hagoort (Meeuwen) en gemaal Altena (Sleeuwijk). Nu is dus ook voor vissen de weg vrij.
Waterschap Rivierenland meet hoeveel vissen gebruikmaken van de passage. Dat gebeurt door een fuik achter een stuw te plaatsen en de vissen te tellen.
In drie weken tijd werden in juni 1564 vissen geteld. De bankvoorn, baars, kolblei en brasem kwamen verreweg het meest voor: zij vormden 84 procent van de totale visvangst. Opvallend was dat de kleine modderkruiper niet in de netten zat. De reden is waarschijnlijk dat de mazen van de fuik te groot waren; want vissen onder de 5 cm kwamen soewieso niet in de fuiken voor.
De renovatie van de twee stuwen in de polder bij Hank en de aanleg van de twee vispassages op die plek kosten zo'n 100.000 euro. Het waterschap rekent op de helft subsidie, via project Wijde Biesbosch.
© Brabants Dagblad 2012, op dit artikel rust copyright.






Sorteer reacties











