Foto Rianneke Huibers/BD
Foto Rianneke Huibers/BD
Foto Rianneke Huibers/BD
Foto Rianneke Huibers/BD
Foto Rianneke Huibers/BD
't Bossche Broek. Foto Rianneke Huibers/BD
Zie videobeelden
In rap tempo krijgt Thijmen (9) kaartjes met functiewoorden voor zich. Woorden als ‘er’ en ‘mee’ moet hij snel herkennen en oplezen. Bij ‘maar’ gaat het mis. Thijmen leest ‘waar’. Dat is niet zo verwonderlijk, want Thijmen is dyslectisch en dan heb je de neiging zulke functiewoorden over te slaan.
Bovendien lijken de w en de m op elkaar. Best onhandig als je daardoor de vraag van een proefwerk niet begrijpt. Thijmen krijgt vanwege zijn dyslexie training van Marlies Wentink. Zij is, behalve leerkracht en remedial teacher, ook dyslexietrainer op basisschool ‘ t Bossche Broek in de Bossche binnenstad.
Dyslexie is aangeboren. Meestal wordt het ontdekt door een leerkracht, die merkt dat het lezen op zich wel loopt, maar woorden afzonderlijk oplezen moeite geeft. „Dat heeft met je hersenen te maken” legt Wentink uit. „ Je linker hersenhelft automatiseert zaken. Rechts wordt nieuwe informatie het eerst verwerkt. Bij dyslexie zie je dat kinderen de informatie te snel doorgeven aan links. De woorden nestelen zich niet en daardoor worden fouten gemaakt.”
Een ouderwetse term voor dyslexie is woordblindheid, maar kom daar niet mee aan bij Wentink. „Dat is zo eng, alsof de kinderen blind zijn.” Lezen is een basisvaardigheid, betoogt Wentink: „Voor rekenen heb je machientjes, maar niemand gaat jou je hele leven voorlezen.”
Negen kinderen begeleidt Wentink.
Ze ziet hen wekelijks een uur. Niet om hen van dyslexie af te helpen, want dat kan niet. Wel om hen houvast te geven bij het lezen.
Dat doet zij bijvoorbeeld door het gebruik van een tastkast. Thijmen voelt de letters, maar hij ziet ze niet onder de houten kast. Daarmee maak je je een woord meer eigen. „ Als baby en peuter voel je alles en stop je dingen in je mond. Je moeder vertelt dan wat voor ding het is. In groep 3 krijg je alleen maar dingen te hóren. Door de woorden te voelen blijft het letterbeeld beter in je hoofd zitten.”
Bij oefeningen op school alleen blijft het niet. Ook de ouders van een leerling met dyslexie worden erbij betrokken. Niet omdat er veel huiswerk bij zit, maar omdat de ouders dagelijks thuis moeten voorlezen aan het kind. „Dat haalt ook veel spanning weg thuis, want dagelijks verplicht zelf lezen hoeft dan even niet meer.”
In de klas krijgen de leerlingen met dyslexie ondersteuning. Met een ‘dyslexieverklaring’ worden proefwerken voortaan voorgelezen, of je krijgt meer tijd voor een toets. „Want dan toets je tenminste echt wat je wilt toetsen, en blijft het kind niet hangen in het lezen van de vraag.”
Thijmen mag - voordat hij begint aan een bladzijde - zelf bepalen hoeveel leesfouten hij mag maken. „ Nul,” klinkt het zelfverzekerd. „En, als het niet lukt, vergaat dan de wereld?” vraagt Wentink.
‘ t Bossche Broek
- De katholieke basisschool ‘ t Bossche Broek hoort bij het schoolbestuur van Signum.
- De school heeft twee locaties, aan de Liviusstraat op zuid en aan de Kruisbroedershof in de binnenstad. Samen tellen ze 574 leerlingen. Deze komen vooral uit de wijken rondom de school.
- Slechts een enkele school heeft speciale dyslexietrainers. Op veruit de
meeste scholen wordt een kind met dyslexie geholpen door de remedial teacher.
© Brabants Dagblad 2012, op dit artikel rust copyright.



























