Het GZG-terrein is precies het stuk stad dat we zoeken voor een nieuw theater volgens architect Jeroen van de Ven.
DEN BOSCH – Het GZG-terrein is precies het stuk stad dat we zoeken voor een nieuw theater. Dat zegt architect Jeroen van de Ven. De directeur van Tarra Architectuur ziet hier volop kansen voor spannende combinaties.
Stem mee op deze pagina en draag alternatieven hier aan en discussieer mee.
Zie ook:
Hoe worden en blijven we theaterstad? Dat is de belangrijkste vraag die Den Bosch volgens architect Jeroen van de Ven moet beantwoorden bij het kiezen van een plek voor een nieuwe schouwburg. Want voor een schouwburg is volgens hem meer nodig dan een gedecoreerde betonnen bak met pluchen stoelen of een gevel met een deur. „Een theater in een theaterstad moet een magneet zijn, een plek waar ook overdag altijd leven is, waar drommen mensen komen en het altijd feest is.”
Voor hem is dan het GZG-terrein een interessante plaats. „Hier in dat nieuwe stuk stad ligt precies wat we zoeken. Een plek met een verhaal. Hier kunnen we vertrekken vanuit de kracht van het gebied zelf. Hier kan een theatermall komen die de buitenwijken koppelt aan de binnenstad.”
In de ogen van Van de Ven gaat het dus niet alleen om het bouwen van een grote zaal en een middenzaal. Dat komt wel goed, denkt hij. Het gaat vooral om de manier waarop je het theater inpast in de bestaande bebouwing en inzet als openbare ruimte in de stad. Een groot overdekt plein als schakel met de binnenstad, bijvoorbeeld, net als het gebouw van de Tweede Kamer in Den Haag.
Het theater krijgt dan een soort januskop. Aan de ene kant het oude centrum, aan de andere kant de Zuid-Willemsvaart. Met een boven het kanaal uitkragende foyer waar bezoekers naar weerskanten uit kunnen kijken over het kanaal. Volgens Van de Ven zitten we nu nog te veel vast in blokjes. In het nieuwe theater moeten we juist op zoek naar spannende combinaties. „Pas dan kan het nieuwe theater de ontmoetingsplek worden die directeur Harry Vermeulen van Theater aan de Parade voor ogen staat.”
„Geen huiskamer, want daar moet je binnen gevraagd worden, maar een bruisend podium, waar je altijd welkom bent. Zo laagdrempelig als bijvoorbeeld ook Theaterfestival Boulevard is”, zegt Van de Ven. „Een dorpshuis op stadsniveau.”
Van de Ven denkt niet aan een groot vrijstaand gebouw, maar aan een theater dat wordt opgenomen in de bestaande bebouwing van het GZG-terrein, waar alleen de recentste hoge gebouwen gesloopt worden. Het Nieuwe DeLaMar Theater in Amsterdam vindt hij een inspirerend voorbeeld. Beter nog is voor Van de Ven De Neue Staatsgalerie in Stuttgart van de architecten James Stirling en Michael Wilford. „Dit museum met zijn frisse en warme vormgeving werkt echt als een scharnier tussen de wijken en de binnenstad.”
Eerdere afleveringen stonden in het Brabants Dagblad van 10, 13, 15, 17 en 20 december.
© Brabants Dagblad 2012, op dit artikel rust copyright.


Sorteer reacties






















