Vijftien jaar lang was Hannie er bijna kind aan huis: in het Carolus, in Utrecht en later in Nijmegen. Allemaal voor dochter Anika, die op 9 februari 2007 op 15-jarige leeftijd overleed aan de complicaties van een aangeboren hartafwijking. Een 'wijs meisje' was ze geworden, door alles wat ze had meegemaakt. Op Valentijnsdag, sinds 2007 Anika-dag, werd ze gecremeerd.
Hannie van Doremalen is al vier jaar aan het afkicken. Niet dat ze een of andere vreemde verslaving heeft, maar wennen is het wel, het leven ná het ziekenhuis.Vijftien jaar lang was Hannie er bijna kind aan huis: in het Carolus, in Utrecht en later in Nijmegen. Allemaal voor dochter Anika, die op 9 februari 2007 op 15-jarige leeftijd overleed aan de complicaties van een aangeboren hartafwijking.
Een 'wijs meisje' was ze geworden, door alles wat ze had meegemaakt. Op
Valentijnsdag, sinds 2007 Anika-dag, werd ze gecremeerd.
De koffers waren altijd ingepakt; klaar om naar het ziekenhuis te gaan. Zes
openhartoperaties kreeg Anika voor haar kiezen. Dat gebeurde in de
gespecialiseerde ziekenhuizen in Utrecht in Nijmegen. Maar het Carolus, dat
was de thuisbasis, vertrouwd en dichtbij Schijndel. Een familieziekenhuis,
waar gelukkig ook genoeg gelachen werd.
Hannie haalde samen met haar man Gerard 'alles uit de kast' voor hun dochter.
Anderhalf decennium offerden ze zich op, en natuurlijk, ze zouden het zo
weer doen.
Maar toen Anika er niet meer was, en Hannie weer aan zichzelf 'mocht' denken,
leek ze wakker te worden in een vreemde wereld. Ze ging weer naar
familiebijeenkomsten, iets wat ze al die jaren niet meer had gedaan. Al die
jaren was er iets anders dat telde. "Ik moest ze opnieuw leren kennen,
het was net of ik met vreemden aan tafel zat."
Hannie kreeg in de jaren dat ze Anika bijstond nieuwe familie. De
wittejassenfamilie, noemt ze het maar. De kinderarts, kindercardioloog, arts
en verpleegster waren bij wijze van spreken broer en zus. "Het voelde
ook echt als familie. Na Anika's dood moest ik ze proberen los te laten. Dat
kon ook niet anders."
Al vier jaar is Hannie bezig haar leven opnieuw in te richten. Andere mensen,
nieuwe prikkels: ze kan het wel gebruiken. "Je weet dat je verder moet,
maar het is moeilijk om je weg te zoeken als je doel is weggevallen. Als je
kind overlijdt, staat alles op zijn kop."
Hannie heeft 'een warm gevoel' bij de meeste artsen en verpleegsters die haar
dochtertje hielpen. Al was het resultaat lang niet altijd waar op gehoopt
werd. De artsen in Utrecht, in het Carolus, ze zaten op een bepaald moment
met de handen in het haar. Ze wisten niet meer wat te doen.
Als de doktoren eerder door hadden gehad wat er aan de hand was, had Anika nu
misschien nog wel geleefd, zegt Hannie. Wrok? "Waar mensen werken,
maken mensen fouten. En iedereen heeft al het mogelijke gedaan. Je gaat
samen om de tafel in het belang van je kind. Meestal heel gelijkwaardig, als
mens tot mens, dat is heel fijn."
In het Radboud in Nijmegen ontdekten ze eindelijk wat er aan de hand was, de
kunstklep van Anika was verkalkt. Na de operatie, uiteindelijk bleek het de
laatste, lag de chronische hartpatiënte veertig dagen aan de beademing. De
operatie slaagde, maar het kleine, vermoeide lichaam was helemaal op. "'Laat
me maar gaan', zei ze. Ze was moe van het vechten."
Het is vier jaar geleden, en nog steeds lijkt het gisteren; Anika is er niet
meer. Hannie weet nog steeds niet zo goed wat ze moet. Ze heeft verdriet en
mist haar dochter. Maar ook, hoe raar het misschien ook klinkt, mist ze
voldoening. "Niet dat ik zou willen dat Anika nog zou lijden,
natuurlijk niet. Al had ze natuurlijk nog vele jaren bij ons moeten zijn.
Maar die drive om voor iemand te gaan, dat gaf wel een fijn gevoel. En dat
is weg."
© Brabants Dagblad 2012, op dit artikel rust copyright.
















