Leon en Henny Forger, bij het monumentale pand aan de Torenstraat waar La Mère moet komen. foto Marc Bolsius
Noor Adriaans foto Chris van Cromvoirt
Vivian Adriaans foto Chris van Cromvoirt
Zie ook:
Het aantal 'Oetel-relaties' moet dus in de honderden lopen, want Henny Forger opende in 1978 al haar jongerencafé Den Oetel, toen nog aan de Kolperstraat. Nu kloppen de kinderen van de jongeren van destijds bij haar aan de deur. ,,Dat vind ik zo mooi. 'Je moet de groeten hebben van mijn mammie', zeggen ze dan. Het herhaalt zich. Vaak kan ik me de naam niet meer herinneren. Hoeveel namen zijn er niet gepasseerd in al die jaren? Maar als ik het gezicht zie, kan ik ze vaak plaatsen bij de mensen die vroeger bij ons kwamen. What's in a name als je de gezichten herkent? Heel mooi."
Henny Forger heeft niet stil gezeten. Haar gezin ook niet. In oktober opent de horecafamilie het vierde horecapand: Mama's Eeterij van dochter Noor.
Eerder werden al de naburige cafés Gompie (in 1999) en De Saeck (in 2001) aangetrokken. En dan is er nog dat monumentale pand Torenstraat 11-13, waar voorheen de restaurants Falstaff, Gauchos en Onasis zaten. Hier hoopt de 'familie Oetel' zo snel mogelijk café La Mère te openen. Dat gebeurt pas als Den Oetel, dat in de buurt veel tegenstand van omwonenden krijgt, de deuren sluit. Al sinds eind 2007 bezitten ze het pand, maar een vergunning is er nog altijd niet. "De hypotheek loopt maar door, maar we houden ons kopke recht", is Ma Oetel opeens strijdvaardig. Ze wordt er wel eens moedeloos van. ,,Er moeten bij de gemeente zóveel mensen over beslissen. De monumentencommissie, de welstandscommissie, milieu, noem maar op. Maar hopelijk komt het nu eindelijk allemaal goed."
Een zekere ijdelheid is haar niet vreemd. Uiterlijk vindt ze zeer belangrijk. Ook voor haar personeel. ,,Als je maar lacht en lief bent voor de klanten", zegt Henny Forger tegen de serveerster in De Saeck, waar ze samen met haar man Leon en dochter Noor aan de grote tafel zit. 'Ma' houdt alles in de gaten. ,,Wacht even, ik moet nog Bossche bollen bestellen", zegt ze, nog altijd met een Engelse tongval vanwege haar verleden in Canada. Leon is Henny's tweede man. Hij kwam als 18-jarige bij haar in de oude Oetel werken. Dat er een groot leeftijdsverschil is tussen de twee, blijkt een heikel onderwerp. ,,Mensen zien alleen maar cijfertjes, maar ze zien niet wat wij hebben. En dat is geluk."
Achter de bar staan doet Henny Forger al jaren niet meer, maar ze is nog wel heel nauw betrokken bij de cafés. Meestal loopt ze rond om te kijken of alles goed gaat. En om op de gasten te letten. ,,Ik ben consequent streng. Ik heb echt een heel grote hekel aan drugs, dat werkt bij mij als een rode lap op een stier. Helemaal zat zuipen, moeten ze bij mij ook niet doen. En vrijen in de kroeg vind ik ook niet nodig. Dan geef ik ze wel een opmerking. 'Zou je dat niet buiten doen?', zeg ik dan."
Leon staat aan de deur bij Den Oetel. En hij doet alle klusjes in de vier zaken. Deze maand is hij vooral in Mama's Eeterij te vinden. ,,Dat wordt een prachtige zaak", is Ma Oetel trots. Noor is toe aan iets nieuws, geeft ze aan. En het nachtleven van de kroeg begint haar nu ook een beetje de keel uit te hangen. ,,Een sociaal leven heb ik nooit gehad. Ik kan bijvoorbeeld nooit eens iets leuks gaan doen met vriendinnen." Dat wordt straks anders in haar eettentje, hoopt ze. Zus Vivian runt nu vooral De Saeck en Gompie, twee zaken die straks onder één dak moeten komen als alles doorgaat. Vivian wil daar bedrijfsleider worden. En ze gaat de boekhouding doen van alle zaken, iets wat ze nu ook al doet in het kantoor boven de toekomstige zaak aan Torenstraat 11-13. Het gaat er dus alleen maar nóg drukker op worden. ,,Stilzitten is achteruitgang, heeft ma ons altijd geleerd. En daar heeft ze gelijk in. Al moet het ook weer niet te veel worden."
Net als Noor (42) kon Vivian (40) heel goed leren. Ze deed een HBO-opleiding hygiëne en sterilisatietechniek. ,,Ik heb vijf jaar als hygiënist in het Carolusziekenhuis gewerkt. Maar ik had al snel in de gaten dat ik daar als vrouw niet veel verder kwam, terwijl ik wel ambities had. Dat heb ik van ma. Ook was ik niet de persoon voor een negen tot vijf-baan. Ik ben nogal een nachtmens. Ik geloof niet dat ik in al die jaren één keer op tijd ben gekomen." Toen ma haar vroeg om De Saeck te gaan leiden, was de keuze snel gemaakt. "De horeca is toch altijd blijven trekken. Toen ik in het ziekenhuis werkte, bleef ik toch minimaal één keer per week in Den Oetel werken. Horeca is toch mijn ding, het is mijn hobby."
Dat laatste geldt ook voor Ma Oetel. Hoewel ze met 'horecapensioen' zou kunnen gaan, is ze nog lang niet van plan om het bijltje erbij neer te gooien. ,,Zet mij niet áchter de geraniums, zet mij ervóór. Mijn lichaam geeft zelf wel aan wanneer ik moet stoppen. Nu zit ik er nog middenin. Die jeugd houdt mij jong, dat wil je toch niet missen?"
© Brabants Dagblad 2012, op dit artikel rust copyright.





























