De eerste dag van de bevrijdingsweek in Den Bosch was er voor Emrys Davies een met twee gezichten.
's Middags stond hij grappend en grollend langs het rugbyveld van The Dukes, en met een Welshmuts op het hoofd luidkeels zíjn ploeg uit Pontypridd aan te moedigen: 'Come on, Pontyyy...!!!' En 's avonds onderging hij, nog steeds met de Welshvlag in de hand, met een strak gezicht hoe de 146 namen van zijn in Den Bosch gesneuvelde kameraden op een groot scherm op de Parade werden geprojecteerd. "Zeer indrukwekkend", meer woorden kon hij even niet vinden.
Davies (84) woont in de buurt van Pontypridd, waar hij op 10 oktober het bevrijdersvuur ontstak. De Welshman in hart en nieren is de laatste tien kaar een keer of zes in Den Bosch geweest, nadat hij 1944 als verbindingsman in de frontlinie had gestaan. "Ik ga hier in Den Bosch komende week weer prachtige mensen ontmoeten. Heel belangrijk wordt het bezoek aan het oorlogskerkhof in Uden, waar 106 van onze mensen begraven liggen. Dat zal emotioneel zijn." Davies snapt dat na 65 jaar een eind komt aan de grote vieringen in Den Bosch. "Maar ík wil er volgend jaar weer bij zijn."
© Brabants Dagblad 2012, op dit artikel rust copyright.



Sorteer reacties














