Stadsverslaggever Wim Hagemans heeft een weblog bijgehouden over de viering van 65 jaar bevrijding van Den Bosch. Deze keer: Vandaag het afscheid, maar wat daarna?
Zie ook:
Vrijdag 30 oktober: Vandaag het afscheid, maar wat daarna?
Vandaag nemen de 41 Britse bevrijders weer afscheid van Den Bosch. Dat wordt een farewell met veel pijn in het hart, van beide kanten. Het sentimentele ‘We’ll meet again, don’t know where, don’t know when&’ van Vera Lynn zal wel weer klinken. Maar verder zal de Bossche Stichting October 1944 onder voorzitterschap van Pierre Kisters er vandaag niet al te veel de nadruk op leggen dat er écht afscheid moet worden genomen. De emoties zullen vanavond op de (besloten) social evening in Hotel Central toch al hoog genoeg oplopen.
Na de herdenking in 1994, 50 jaar na de bevrijding en negen jaar na de eerste grote reünie, begon het al: het zou nu toch wel de allerlaatste keer zijn geweest dat die bejaarde bevrijders in zo groten getale aanwezig waren? Nee dus, ieder jaar bleven ze komen. En in de kroonjaren 1999 en 2004 opnieuw met zeer velen, al neemt het aantal uiteraard af. ‘October 1944’ besloot al lang vóór de bevrijdingsweek van 2009 heel duidelijk aan te geven dat dit de laatste grote herdenking zou worden. Het jaarlijkse herdenken mocht niet, met het verscheiden van de bevrijders, een zachte dood sterven. En in 2014 zullen er toch écht niet veel meer komen?
Een bijzonder fraai programma werd voor deze week in elkaar gezet. The Band of the Prince of Wales Division kwam zelfs over om het feesten en herdenken extra luister bij te zetten. De aanwezige bevrijders - en met hen heel veel Bosschenaren - vinden het allemaal geweldig. ‘In Den Bosch voelen we ons welkom, in ons eigen land niet’, zei er een. De meesten die je ernaar vraagt, zeggen dan ook dat ze er ook volgend jaar per se weer bij willen zijn, hoe dan ook.
De Stichting October 1944 en de gemeente Den Bosch hopen intussen op langere termijn de contacten met Wales, waar de meeste bevrijders van de stad vandaan komen, te kunnen vasthouden. Zodat de vriendschap blijft, ook als er (ooit) geen bevrijders meer zijn. De contacten drijven momenteel echter op contacten tussen enkele actievelingen. Het draagvlak in Wales lijkt niet zo groot. De 84-jarige bevrijder Tony Pengelly, aanwezig in Den Bosch, zei me dat hij er een hard hoofd in heeft. ‘Ik vind dat onze regering in Wales de mensen uit Den Bosch eens moet uitnodigen. Ik heb er zelf een brief over geschreven, maar niet eens antwoord op gekregen.’
Den Bosch en Wales moeten het maar blijven proberen, zou ik zeggen. En intussen moeten we de tientallen negentigjarigen die er in 2014 heus nog wel zullen zijn, gewoon weer met z’n allen naar Den Bosch laten komen en een feestelijk programma aanbieden.
Woensdag 28 oktober: Afghanistan
Woensdagochtend op het oorlogskerkhof in Uden geweest. Voor veel van de veteranen de emotioneelste dag van de week, omdat hier 106 van hun in de strijd gesneuvelde kameraden begraven liggen. Net als in Den Bosch speelden ook bij de plechtigheid in Uden schoolkinderen een voorname rol. Kinderen lazen gedichtjes voor, en heel symbolisch, bij elk van de 106 grafzerken ging tijdens de plechtigheid een kind staan. Zo was het voor de veteranen en hun begeleiders ook wat gemakkelijker de graven van hun kameraden tussen vele andere terug te vinden.
De jeugd moet wat gebeurd is ooit weer doorgeven aan nieuwe generaties. Het gaat bij de herdenkingen dan niet alleen meer over de Tweede Wereldoorlog, waar kinderen steeds minder over weten. Oorlog en geweld liggen anno 2009 nog steeds op de loer. Zelfs in Den Bosch, waar maandag de Britse ambassadeur op bezoek was met vele beveiligers om hem heen.
Een vrouw raakte dinsdag bij het Welsh Memorial geëmotioneerd omdat een familielid onlangs als militair uit Afghanistan was teruggekomen. Gezond en veilig, dat wel, maar het had ook anders kunnen aflopen. Marco Kroon, de Bosschenaar die zijn Militaire Willemsorde in Afghanistan ‘verdiende’, schonk de opbrengst van 1250 euro van een feestavond aan de Stichting October 1944. Die kan daar deze week weer iets mee doen voor de bevrijders van toen.
Het Britse leger is deze week met een flinke delegatie en enig militair vertoon in Den Bosch. Vertegenwoordigers legden in toespraken ook een duidelijke relatie tussen 65 jaar geleden en nu. Er werd zelfs gerefereerd aan de goede samenwerking tussen Britse en Nederlandse militairen in Afghanistan. Zoals we weten wordt echter over noodzaak en nut van die militaire inmenging zowel in Engeland als in Nederland heel verschillend gedacht.
Als je er Britse veteranen naar vraagt, blijkt dat een aantal Afghanistan er liever buiten houdt. Zij lijken hún oorlog, hún dode kameraden en hún herdenkingen liever voor zichzelf te willen houden. ‘Wij hadden een duidelijke vijand, we moesten de Duitsers verjagen die ook de Britse eilanden bedreigden’, zegt Peter Davies. Tony Pengelly zegt ronduit dat de Britten zich uit Afghanistan moeten terugtrekken.
Dinsdag 27 oktober: In formatie
Vandaag is het precies 65 jaar geleden dat Den Bosch na vijf dagen strijd werd bevrijd van de Duitsers. En vandaag zullen de 41 in Den Bosch aanwezige, bejaarde bevrijders nog éénmaal in formatie de stad inkomen. Op oude legervoertuigen, begeleid door muziek. En door het publiek langs de kant toegejuicht. Het schept achteraf een bijna romantisch beeld van de Tweede Wereldoorlog: die ‘oudjes’, voor een deel op krukken en in rolstoelen. Ook in de musical Vogelvrij in het Theater aan de Parade zien we ze vanavond en morgenavond langskomen.
De soldaten uit Wales en Engeland hadden het liefst ook in 1944 zo de stad willen intrekken. Glorieus, met feestelijk vertoon, en omhelsd door de Bosschenaren. Maar de meesten hebben zich destijds door de Bossche straten moeten vechten. Ze zagen weinig Bosschenaren, die waren weggedoken in schuilkelders, en waren na een paar dagen al weer op weg naar de volgende slag. Hoewel, veteraan Emrys Davies vertelde mij dat hij tijdens de stille tocht afgelopen zondagavond iets heel bijzonders meemaakte. Hij kreeg een sigaret van een Bosschenaar. Hier heb je je sigaret terug, die ik in 1944 van je kreeg, had de man gezegd. Het is een bekend beeld, bevrijders die in 1944 en 1945 sigaretten (en chocola) uitdelen aan de bevolking. Emrys Davies vond de geste in elk geval prachtig.
Maandag 26 oktober: Dichtbij
Bij mij in de straat, de Willem van Oranjelaan, is de oorlog soms erg dichtbij. Eind oktober 1944, bij de strijd om de bevrijding van Den Bosch, vielen er vele granaten op onze wijk. Wie erop gewezen wordt, ontwaart nog twee butsen in de voorgevel van het huis waar ik woon. Het gevolg van een granaatinslag. Zondag, aan het begin van de week van herdenken en de bevrijding vieren, hingen overal in de straat de vlaggen halfstok. Op initiatief van nabestaanden werden de twee jongens Harry Rovers en Jacques Verhees herdacht, die bij één zo’n inslag werden gedood. Ze hadden als verkenners, 22 en 16 jaar oud, een gezin geholpen met evacueren uit een beschadigd huis, en waren nog even bezig met een gewond kalf dat op straat liep en geslacht zou worden. Ze dachten veilig weg te kunnen duiken achter een tuinmuurtje, maar stonden na de explosie niet meer op. Een andere jongen uit de buurt, Jan Kocken, raakte gewond maar kon het nog wél navertellen.
Harry Rovers en Jacques Verhees bleven nog twee dagen dood op straat liggen, voordat ze konden worden begraven in het plantsoen in de straat. Van een officiële begrafenis op een kerkhof kon op dat moment geen sprake zijn. Er werden kisten getimmerd van planken waarmee de ramen van het kantoor van de gasfabriek in de straat waren dichtgemaakt. En de kisten werden gedragen door buurtbewoners in jacket, volgens de 83-jarige Joop Rovers, broer van Harry, bij wie ‘alles’ zondagochtend weer boven kwam.
Bijna alle noodbegravingen in Den Bosch zijn in de eerste jaren na de bevrijding overgedaan. Harry Rovers en Jacques Verhees bleven echter gewoon liggen. Het plantsoen in de Willem van Oranjelaan is de enige plek in Den Bosch buiten de officiële begraafplaatsen waar nog oorlogsslachtoffers begraven liggen. Het graf wordt gemarkeerd door het door kunstenaar Peter Roovers ontworpen monumentje ‘Sint-Joris en de draak’. Het werd in 1949 opgericht. Tot en met 1969 was er elk jaar op 25 oktober een herdenking. En de wijkbewoners Michel en José Gevers zorgden er de jaren daarna voor dat er rond 25 oktober altijd een bloemetje lag. In 1992 werd het monumentje op initiatief van de familie gerestaureerd en overgedragen aan de gemeente. Het is vaak als doelpaal gebruikt door voetballende jeugd. Maar soms wordt iedereen in de buurt weer even met de neus op de feiten gedrukt. Het was Martin Rovers, ook een broer van Harry, die na 65 jaar het initiatief voor wellicht de allerlaatste officiële herdenking nam.
Onder de nabestaanden waren zondag heel veel kinderen. ‘Als herinnering voor later’, zei een vader toen hij een peuter fotografeerde bij het muurtje waar de twee jongens omkwamen, en waar zondag een kaars werd ontstoken. De jeugd moet de fakkel overnemen. Wat dat betreft was de symboliek zondagavond goed gekozen door de Stichting October 1944. Het bevrijdersvuur kwam uit Wales aan bij het Welsh Memorial aan de Aartshertogenlaan. Vervolgens droegen 146 jonge rugbyers en schoolkinderen het in de vorm van 146 lampionnen verder. Het leek of de jeugd het ‘bevrijdersvuur’ niet alleen letterlijk maar ook figuurlijk overnam van een oudere generatie.
© Brabants Dagblad 2012, op dit artikel rust copyright.



Sorteer reacties














