Oud-Berlicummer Peter-Paul Verbeek (1970) is onlangs benoemd tot hoogleraar Filosofie van Mens en Techniek aan de Universiteit Twente.
BERLICUM/ENSCHEDE - Wat doet techniek met de samenleving? Volgens professor
dr. ir. Peter-Paul Verbeek (1970) heeft zij meer impact dan de meesten in
eerste instantie denken. "Techniek vormt ons leven en stuurt deels ons
gedrag. Wij zijn niet autonoom."
Peter-Paul Verbeek, afkomstig uit Berlicum, is oud-leerling van het Gestelse
gymnasium Beekvliet. Hij is onlangs benoemd tot hoogleraar Filosofie van
Mens en Techniek aan de Universiteit Twente (UT) aan de faculteit
Gedragswetenschappen.
Pratend over zijn vak komt Verbeek tot de
stelling dat een verkeersdrempel een bepaalde moraal afdwingt: je moet
afremmen in een woonwijk. Verbeek: "Ook apparaten en andere zaken
kunnen meer dan een ding zijn. In het kader van het milieu hebben wij aan
gedragsbeïnvloedende techniek gewerkt. Duurzaamheid zit ook in het gedrag
dat techniek uitlokt. Een wasmachine moet gebruikers stimuleren het filter
regelmatig schoon te maken en niet vaak de kleine wasjes te doen."
Verbeek, die aan de Universiteit Twente een combinatie van technische
natuurkunde en filosofie studeerde, onderzoekt aan de UT de relaties tussen
mens en techniek en de soms lastig te trekken (ethische) grens tussen beide.
Verbeek werkt vier dagen per week ('in deze fase van mijn leven wil ik ook
tijd hebben voor mijn kinderen') en combineert zijn nieuwe functie met het
directoraat van de masteropleiding Philosophy of Science, Technology and
Society. Recent trad hij toe tot De Jonge Akademie, die zich onder meer
bezighoudt met het wetenschapsbeleid en de maatschappelijke rol van
wetenschap.
"Als middelbare scholier vond ik het al moeilijk
kiezen tussen alfa en bèta. Het ongedeelde gymnasium Beekvliet in Sint
Michielsgestel heeft mij enorm bij mijn studiekeuze geholpen. Ik kreeg een
hele brede vorming. Door de goede mix van een stimulerende leeromgeving en
veel buitenschoolse activiteiten."
Zijn proefschrift De
Daadkracht der Dingen – over techniek, filosofie en vormgeving (2000) had
tot doel ontwerpers kaders te geven om rekening te houden met de invloed van
hun werk op ons handelen. "Er ontbrak een manier om dat systematisch te
doen."
Ook gebruikers moeten kritisch en verantwoord omgaan
met techniek, zegt de Enschedese techniekfilosoof. Deze lijn naar ethiek
werkte hij nader uit in een aansluitend onderzoek, waarvoor hij een
veni-beurs kreeg voor vernieuwend onderzoek. Het project waaraan hij
momenteel werkt, bekroond met een vidi-beurs voor ervaren onderzoekers, gaat
over de steeds vager wordende grens tussen mens en techniek. "
Technologieën als implanteerbare chips, het kweken van menselijk weefsel en
gentechnologie bemoeien zich met de menselijke natuur. Waar de grens ligt?
Daar heb ik geen antwoord op. Ik wil onderzoek doen naar de manier waarop je
die vraag kan stellen. Moeilijkheid is wel: de ethische waarden en normen
die wij hebben, worden beïnvloed door de techniek zelf. Bijvoorbeeld,
euthanasie. Vroeger was het mensonwaardig iemand te laten sterven. Iemand
uitzichtloos te laten lijden is nu mensonwaardig. Dat betekent niet, dat
alles moet kunnen wat technisch mogelijk is. Dat betekent ook niet, dat je
alles kunt tegen houden wat technisch mogelijk is. Menselijke waardigheid
vind ik een belangrijk criterium. Om in te schatten wat een reëel
toekomstbeeld kan zijn, moet je goed op de hoogte zijn van de nieuwe
technologische ontwikkelingen. Om die zodanig te begeleiden, dat de
verwevenheid van mens en technologie een wenselijke vorm krijgt. Science
fiction ideeën, bijvoorbeeld over de opvolger van de mens, helpen ons niet
zoveel verder."


Sorteer reacties
















