Ze zat deze zomer op de Wilhelminabrug. Marta speelde daar vlak bij het Bossche station haar droevige deuntje. De afgelopen maanden heeft een oudere zus haar plek ingenomen. Want Marta is weer terug in Bacioiu, Roemenië. Een bezoek.
Zie ook:
Het hele dorp is in luttele seconden gealarmeerd. Er zijn, over de spekgladde heuvels, vreemdelingen gearriveerd, ze komen van ver. Ghiorghita Oprea woont in een van de eerste huizen en heeft ze gezien. Nou vooruit, hij is door een buur gewaarschuwd, want de eigen ogen zijn niet meer zo best.
Aan zijn longen mankeert niets. Dat laat Ghiorghita horen als hij de geelkoperen trompet blaast. Zijn wangen bollen. De eenden die rond zijn voeten scharrelen, trekken zich weinig aan van het plotse geschal. Het zijn de mensen van Bacioiu, in het glooiende landschap ten zuiden van de Roemeense stad Bacau, die zich uit hun woningen laten roepen. Daar komen ze aangegleden, de kinderen. Ietwat onzeker schuifelend volgen de volwassenen.
Enkele nachten geleden zijn ze door de sneeuw overvallen. Dat maakte het dorp voor even onbereikbaar. De daaropvolgende vrieskou heeft de weg er niet beter op gemaakt. Auto’s glijden achteruit, ze moeten hier en daar door mensenhanden tegen de heuvels worden opgeduwd. Paard en wagen, dat gaat beter, zo laat de lokale bevolking zien. De Roma-zigeuners passeren met uitgestreken gezichten, de teugels losjes in de handen.
Na het getrompetter van Ghiorghita duurt het niet lang voordat ook Marta komt kijken. Marta Moldoveanu. Gitzwarte haren, bruine ogen, een ontwapenende lach boven de spijkerjas die tegen de kou zou moeten beschermen. In Bacioiu (spreek uit Batsjoi) klinkt even een bekend accent. Ze spreekt ‘un bietje’ Nederlands.
Deze zomer bespeelde Marta de accordeon op de Wilhelminabrug over de Dommel, vlakbij het station van Den Bosch. Ze woonde met familieleden en kennissen enkele maanden in Veghel. De tiener van toen 13 jaar dook op in krantenkolommen, tv-uitzendingen en Kamervragen. Want, zo luidde steevast de bijna retorische vraag, zij verrichtte toch kinderarbeid? En met haar de andere Roma-kinderen? Voor velen riekte het daar sterk naar.
Minister voor Jeugd en Gezin André Rouvoet schreef in antwoord op de Kamervragen dat er bij deze kinderen inderdaad sprake was van kinderarbeid, ‘‘maar dat de aard en omvang niet zodanig waren dat de Arbeidsinspectie zou moeten ingrijpen”. Een beetje kinderarbeid mag kennelijk.
Marta schudde in die maanden steeds haar hoofd. Nee, ze móest niks van haar vader Eugén. Ze vond het echt leuk, zei ze, om van ’s morgens vroeg tot het begin van de avond op de brug te bivakkeren, temidden van ‘aardige mensen’, waar ze vooral dat ene, bij aanvang droevige deuntje speelde. Het was een variant op Waves of the Danube, golven van de Donau, van de Roemeense componist Josef Ivanovici.
In september keerde Marta met broertje Eddy terug naar Bacioiu om weer naar school te gaan. Haar zus Nardjissa bezette de plaats op de Wilhelminabrug. Ze is 15 en woont momenteel in Heeswijk-Dinther.
‘‘Zij is wel ouder, maar ik ben groter”, zegt Marta als ze in haar geboortedorp, ver van Dommel en Donau, door de sneeuw stapt. Ze lacht en tegelijk is ze een beetje droef gestemd, want ze mist Nardjissa. ‘‘Als het kon, zou ik haar terugroepen.”
Wellicht gaat haar wens tot hereniging spoedig in vervulling. Moeder Lusa vindt dat het in Nederland inmiddels te koud is om Nardjissa de hele dag op straat te laten zitten. Ze wil haar oudste dochter terughalen, zegt ze. ‘‘Als zij naar Bacioiu komt, kan ze voor de andere kinderen zorgen en ga ik zelf weer naar Nederland.”
Ja, íemand moet toch mee helpen de kost te verdienen. Lusa’s echtgenoot Eugén scharrelt deze dagen euro’s bijeen in Duitsland. Maar het geld dat Nardjissa verdient, op goede dagen wil het wel eens 15 of 20 euro zijn, kan het gezin niet missen. Want hier in Bacioiu is kinderbijslag de enige bron van inkomsten. Het gaat om bijna zeven euro per kind per maand.
‘‘We kregen ook een sociale uitkering, maar die is door de burgemeester stopgezet. We zijn te vaak in het buitenland. Daar verdienen we geld, dus hoeft de gemeente ons niet meer te helpen, zegt hij. Maar van alleen de kinderbijslag redden we het niet. Zonder de bijdrage van Nardjissa zouden we geen hoop meer hebben, geen leven hebben.”
Lusa weet van de discussie over kinderarbeid. Ze heeft tijdens haar verblijf in Nederland de verwijten gehoord. ‘‘Jazeker, ik heb geld van de kinderen genomen en gebruikt, maar het is uitgegeven voor mijn hele gezin. Zonder hun bijdrage gaat het niet. Trouwens, ze hebben er zelf ook dingen van kunnen kopen. Wat wij doen is altijd nog beter dan stelen.”
Een kilometer of zestig verderop, in de provinciehoofdstad Bacau, waar in de hoofdstraten de uitbundige kerstverlichting contrasteert met de somberte van Bacioiu, zal Ramona Dobrescu later uitleggen dat de burgemeester inderdaad een uitkering kan beëindigen.
‘‘Het is een lokale bevoegdheid”, zegt de vertegenwoordigster van de Roma ten burele van de prefect, de hoogste bestuurder van de regio. ‘‘In ruil voor een uitkering ben je wettelijk verplicht om 72 uur per maand diensten voor de gemeenschap te verrichten. Als je in het buitenland zit, zoals nu de vader van het gezin Moldoveanu, dan kun je daar niet aan voldoen. Het gebeurt in meer dorpen, bij meer gezinnen.”
Volgens haar is Ion Puskassu, burgervader van Corbasca, de gemeente waartoe Bacioiu behoort, stiekem blij dat de Moldoveanu’s in Nederland en Duitsland hun geld ophalen. Hij zal het verzoek van Lusa om de akker voor hun huis te mogen bewerken niet voor niets onmiddellijk hebben weggewuifd, denkt ze. ‘‘Als ze hier gewassen gaan verbouwen, hier blijven, moet misschien de uitkering worden hervat. En de gemeentekas is overal schaars gevuld.”
Corbasca, Bacioiu incluis, is een dorp van muzikanten en reizigers, met volgens de officiële telling zo’n 3000 inwoners. In werkelijkheid wonen er veel meer mensen, maar lang niet alle Roma nemen de moeite zich officieel in te schrijven. Daar staat tegenover dat velen regelmatig weg zijn, naar het buitenland. Om te musiceren, als dat niet lukt voor andere klussen. In het dorp hoor je uit verschillende monden Nederlandse en Duitse woorden, en, hoewel de vorst regeert, een zonnig buenas dias senor.
Met enige regelmaat rijdt Udilla Dura, die in Bacioiu bij de dorpspomp woont, met zijn mini-busje de grens over, ook naar Brabant, een tocht van ruim twee dagen. De 125 euro per persoon die de enkele reis volgens een van de dorpsbewoners kost, hoeft pas na twee maanden te worden betaald. Je krijgt dus de kans om op de Wilhelminabrug eerst de reiskosten terug te verdienen. Daarnaast is de huur van woonruimte in Nederland de grootste kostenpost. Met zijn velen op een kamertje, dat drukt die uitgaven.
Of de trip financieel aantrekkelijk is? Voor sommigen zeker. In het dorp verrijzen naast de oude hutjes, betere woningen. Een van de inwoners, net terug, wijst voorbeelden aan en zegt: ‘‘Je kunt het zien. Die mensen hebben in het buitenland goed verdiend”. Zelf is het hem, beweert hij, onder de Spaanse zon niet zo best vergaan.
Lusa heeft in het kerkgebouw van de Pinkstergemeente nog gauw enkele kruisjes geslagen voor ze haar gasten ontvangt. Dat gebeurt in een deels lemen huis, tegen een van de hellingen, aan de rand van het dorp, dat louter zandwegen kent. Twee van de vier ruimtes zijn bewoonbaar, het interieur bestaat voornamelijk uit bedden. Buiten hangt de was stijfjes aan de lijn.
Nee, de Moldoveanu’s hebben geen geld voor een verbouwing, laat staan voor nieuwbouw. De muren van de twee kamers waarin gekookt wordt (vanavond vlees van ‘eigen erf’ en mais), en waar ook wordt geleefd en geslapen, zijn wel fris gesausd. Ze hebben elektriciteit, tv ook. Maar het water moet uit de dorpspomp worden gehaald, en tegen de heuvel worden opgesjouwd.
Als iedereen thuis is, wonen hier elf mensen. Lusa (33) en haar echtgenoot Eugén (43), hun acht kinderen en oma van 82. Wie het gezin wil leren kennen, moet even bij de les blijven. De oudste zoon Stelian is 21 en komt uit een eerder huwelijk van de vader. Hij verblijft momenteel ook in Nederland. Nardjissa wordt in januari 16, Marta is inmiddels 14, Eddy een jaar jonger. Isaac en Rebecca zijn respectievelijk 11 en 7. Over de leeftijd van Samuel ontstaat enige discussie. Zijn moeder meent zeker te weten dat hij 6 is, zelf houdt het jong stug vol dat hij net zo oud is als Rebecca en trouwens al zeker zo goed kan schrijven als Marta. De jongste, David, is 4.
Ze beweren allemaal naar school te gaan in Bacioiu. Marta zit in de zevende klas en heeft, als ze de Roemeense wet respecteert, nog drie jaar voor de boeg. Ze houdt, zegt ze, van rekenen, van delen en vermenigvuldigen. Bij het laatste proefwerk haalde ze een acht. ‘‘Ik wil later graag werken, een baan hebben”, verklapt ze een wens. Na enige aarzeling: ‘‘Misschien wel dokter worden, dan kan ik veel geld verdienen.” Wensen en dromen, maar hoeveel toekomst heeft ze?
Marta zal zich in elk geval aan de traditie moeten ontworstelen. Want, zegt Ramona Dobrescu, het is gewoonlijk zo dat Roma-kinderen jong, vóór of op hun 16e, trouwen en in de voetsporen van hun ongeschoolde ouders treden. Die sporen zijn in dit geval wat onduidelijk. Vader Eugén en moeder Lusa pakken vanalles aan. En hoewel Bacioiu een muzikantendorp heet, lijkt het repertoire van Marta en de andere Moldoveanu’s beperkt.
‘‘Als je zegt dat ze in Den Bosch vooral dat ene deuntje spelen, dan zitten ze daar uit pure armoede en echt niet omdat ze het musiceren zo leuk vinden. In Bacioiu groeien kinderen van jongs af aan op met muziek. Als tiener met enige aanleg, kun je heel veel nummers spelen en wil je dat ook laten horen”, aldus Ramona Dobrescu. ‘‘Daarmee hoor je mij niet beweren dat Marta tegen haar zin en gedwongen op die brug zit. Roma-kinderen voelen al op jonge leeftijd een verantwoordelijkheid voor het gezin, voor hun familie. Marta zal weten dat het geld hard nodig is en dus is ze elke dag weer gegaan. Kinderarbeid? Och, hou op. Laat haar die drie maanden dat ze hier zomervakantie heeft toch lekker geld verdienen in Nederland. Haar familie leeft daarvan. Hier in Bacau zou ze alleen maar worden weggejaagd.”
Marta had deze kerstvakantie al teruggewild naar Den Bosch. Maar dat mocht niet van haar moeder. Volgend jaar zomer, in de vakantie, wil ze zeker weer gaan. ‘‘Ik vond het daar leuker dan in Bacioiu. Mooie kleren in de winkels, ander eten, mensen die geld of iets anders gaven. Ik mocht af en toe wat kopen. En ik zat op een heel mooi plekje. Het was allemaal fijner dan hier.”
‘De maat is vol’
Burgemeester Ton Rombouts van Den Bosch heeft deze week aangekondigd dat wat hem betreft ‘de maat vol is’. Hij wil de jonge Roma-muzikanten niet langer in de kou zien zitten. ‘‘De politie moet ze met zachte hand van de straat halen, hun ouders of andere familieleden aanspreken. Ze moeten naar school.” De Raad voor de Kinderbescherming wil de kinderen desnoods onder voogdij stellen.
De jonge zigeuners doken in mei in Nederland op. Het gaat om kinderen van verschillende families, die in meerdere steden en dorpen actief zijn, ook buiten
Brabant. Ze wisselen elkaar af en wonen onder meer in Heeswijk-Dinther, Oss en Oisterwijk. Oudere familie-leden proberen als verkoper van de straatkrant geld te verdienen. Van de verkopers van de Bossche Zelfkrant, ook in andere plaatsen verkrijgbaar, is al sinds twee jaar de helft Roemeen. Andere baantjes zijn lastig te krijgen. Roemenië is, net als Bulgarije, sinds 1 januari van dit jaar lid van de Europese Unie. Maar de inwoners van beide landen hebben, in tegenstelling tot Polen, nog geen vrije toegang tot de Nederlandse arbeidsmarkt.



















