Het huisje van Jos onder de nieuwe Randweg. Foto Sandra Peerenboom
Het huisje van Jos onder de nieuwe Randweg. Foto Sandra Peerenboom
Het huisje van Jos onder de nieuwe Randweg. Foto Sandra Peerenboom
Mensen vriezen dood door de strenge vorst, lees je. Daklozen worden binnengehaald.Op een paar eigenwijzen na. Jos van Aerle is er zo een.
Zie ook:
Het is half twaalf in de avond en ik slenter door de binnenstad van Den Bosch. De Weer-app op mijn iPhone geeft min 17 graden aan als ik mijn zoektocht naar Jos van Aerle begin. Deze 54-jarige zwerver bivakkeert al maanden onder een brug ergens in de stad. Dat hoor ik bij opvangcentrum 't Inloopschip, en ik vraag mij af hoe hij en de naar schatting dertig daklozen in Den Bosch de idiote kou deze zaterdagnacht doorstaan. Jos van Aerle is in afwachting van een permanent onderkomen en weigert tot die tijd ergens tussen lotgenoten in te zitten.
Op de Markt staat een groepje jonge meisjes. Lange steile haren, skinny spijkerbroeken. Ze maken ruzie over het volgende café dat zij zullen bezoeken. Uiteindelijk schieten ze de Kerkstraat in. Voor hen is er keuze genoeg deze avond. Maar die is er niet voor Marco en Earyka, een zwerverspaartje dat ik even verderop in de Tolbrugstraat ontmoet. Zij is klein, heeft lang grijs haar in slierten en hult zich in een skipak. Hij lijkt weggelopen uit de film New Kids Turbo, met zijn muts en het matje dat daar onderuit steekt.
Wantrouwig kijkt Earyka mij aan als ik haar vraag of zij de ondergrondse schuilplek van Jos van Aerle kent. "De meeste mensen geven hun plek niet prijs, hoor", zegt ze. "Die houden ze liever geheim uit angst dat de politie de plek leeg veegt. Je kunt niet eens zien waar ze geweest zijn, ze laten geen sporen achter." Na even aandringen nemen Marco en Earyka mij toch mee op een toer langs hun pleisterplaatsen. En naar Jos. Van het redactiekantoor van de Zelfkrant lopen we naar de ondergrondse parkeerplaats Arena. In een mum van tijd staan we twee etages onder het straatniveau tussen de geparkeerde auto's. "Hier is het vaak een kat-en-muis tussen de zwervers en de toezichthouders", vertelt Marco lachend terwijl hij achter een dikke pilaar gaat staan. De parkeergarage is goed geïsoleerd. Met een temperatuur van zeker tien graden boven nul is het relatief goed toeven onder de grond. Maar Jos van Aerle is er niet.
Het wordt twaalf uur en het is zo snijdend koud dat het Burgemeester Loeffplein verlaten is. Een oudere vrouw trotseert de kou en laat haar hondje uit. Ze vertelt dat ze vorige maand zag hoe de politie hier een dronken zwerver afvoerde. Earyka knikt instemmend: "Die gekke Polen en Roemenen drinken zoveel dat ze niet weten dat ze onderkoeld raken en hun vingers en tenen eraf vriezen."
We zetten onze tocht voort in de richting van de Vlijmenseweg.
Earyka haakt af als het haar te koud wordt. Marco geeft zijn geliefde een afscheidskus en klimt dan als een ervaren alpinist de dijk op om aan de waterkant te komen, op zoek naar Jos. Het is pikdonker en mijn voeten verstijven van de kou. We staan onder een spoorbrug. Jos en zijn zelfgebouwde huisje zijn nergens te bekennen. Marco houdt het voor gezien. Hij gaat zijn vriendin opzoeken in de nachtopvang van verslaafdencentrum Novadic.
Maandagmiddag waag ik een nieuwe poging Jos te vinden. Hij moet in deze omgeving ergens zijn stek hebben. Dan ontdek ik dat we zaterdagnacht een brug verderop hadden moeten zijn, aan de overkant. Daar tref ik zijn huisje aan, niet onder de Vlijmenseweg maar onder de nieuwe Randweg. Jos heeft daar een tentje van canvas gebouwd, vakkundig afgeplakt tegen de onderkant van een pijler. Op de deurmat staat zijn mobiele telefoonnummer geschreven. Ik bel hem op en even later ontmoet ik hem in de Hinthamerstraat. Hij maakt een onverschrokken indruk, iemand die zijn weg wel vindt. Zijn gelaat is getekend, maar hij ziet er verzorgd uit. Slaap je daar echt elke nacht, vraag ik hem, in die kouwe tent? "Ja hoor", zegt Jos, "afgelopen zaterdagnacht lag ik er ook gewoon. Min 20 of min 30 graden, dat maakt mij niet uit. Elke avond om acht uur kruip ik in mijn tentje."
© Brabants Dagblad 2012, op dit artikel rust copyright.






Sorteer reacties






















