Greet van Peursem ervaart problemen rond vergoedingen voor haar zoon Bas. Ze is onvoldoende, of te laat, op de hoogte van regelingen. En er worden fouten gemaakt. Dat is natuurlijk erg frustrerend.
Met zorgvergoedingen kan het leven van Bas een stuk plezieriger worden. En,
als je recht hebt op een vergoeding dan moet je die ook gewoon krijgen.
In het kader van de Wmo kunnen mensen bij de gemeente ondersteuning vragen.
Het gaat dan om mensen die niet meer zelfstandig kunnen meedoen aan de
maatschappij, of die niet meer zelfstandig kunnen wonen. De Wmo bestaat nu
een paar jaar. In 2009, presenteerde het Sociaal en Cultureel Planbureau
resultaten van een onderzoek naar ervaringen van aanvragers met de Wmo.
Volgens ruim driekwart van alle aanvragers besteedt de gemeente bij het
behandelen van de aanvraag genoeg aandacht aan hun persoonlijke situatie. De
meeste aanvragers zijn tevreden over het indicatiegesprek of de medische
keuring. 17% vindt echter dat er niet met de aanvrager werd 'meegedacht'.
Dit onderzoek leverde veel meer resultaten op. Grote lijn is dat vrij kort
na de invoering van de Wmo redelijk veel mensen tevreden zijn maar dat er
ook nog veel fout gaat.
Dat er fouten worden gemaakt is onvermijdelijk. Dat is op zich ook nog niet zo
erg als er maar een snelle manier is om resultaten te herstellen. Maar dat
blijkt niet altijd gemakkelijk te zijn. Zeker niet als we te maken hebben
met meerdere regelingen en instanties, zoals nu bij Greet. Helaas wordt het
soms erg moeilijk en frustrerend. Maar goed dat er in ieder geval een
Nationale Ombudsman is, verzucht je dan.
Belangrijk is in ieder geval dat iedereen weet welke regelingen en
mogelijkheden er zijn. In het geval van de Wmo heeft de gemeente een
belangrijke rol. Mensen moeten het weten als een ondersteuning eventueel
mogelijk is. Aan de ene kant is dat de verantwoordelijkheid van de mensen
zelf, aan de andere kant ligt daar ook een verantwoordelijkheid van de
gemeente. De gemeente, en andere instanties, moeten zoveel mogelijk met
aanvragers meedenken.
De gemeente Den Bosch geeft informatie via huis aan huisbladen. Het is denk ik
begrijpelijk dat de gemeente dat via de Bossche bladen doet. En ik snap ook
dat het niet doenlijk is om iedereen altijd persoonlijk te benaderen. Vaak
zul je immers ook niet weten wie je allemaal zou moeten benaderen?
Het is denk ik belangrijk om over dit probleem na te denken. Hoe bereiken
uitkerende instanties, waaronder gemeenten, mensen die mogelijk voor een
uitkering of andere ondersteuning in aanmerking komen? In welke gevallen is
het mogelijk en zinvol om mensen actief persoonlijk te benaderen? Welke
mogelijkheden zijn er nog meer? Wanneer kun je misschien wat doen via
ouderenbonden, of via welzijnsorganisaties, of op nog een andere manier? Hoe
doen andere instanties en gemeenten het, kunnen we daar wat van leren?
© Brabants Dagblad 2012, op dit artikel rust copyright.




















