We worden veel te dik en dat begint al bij onze kinderen. Het roer moet drastisch om, maar dát begint bij de ouders. Kinderarts Edgar van Mil gaat de vetstrijd aan: ,,Iemand vroeg me serieus om een maagband voor haar achtjarige zoontje.’’
Als kind in Waalwijk mocht Edgar zo veel taartjes eten als hij maar wilde. Zijn vader was banketbakker. ,,We snoepten behoorlijk ja, thuis. Maar ik kwam nooit een gram aan”, lacht hij. ,,Geen aanleg.”
Het zoontje van de bakker is tegenwoordig kinderarts en uitgerekend gespecialiseerd in obesitas, overgewicht. ,,Een vriendje van me was wél dik, al was ik me van dat feit nauwelijks bewust. Voor mij was hij gewoon een maatje. Ik keek tegen hem op, want hij kon fantastisch voetballen. ’n Keer zei een leraar tegen hem dat-ie een olifantenhuid had. Mijn vriend kende die uitdrukking niet en dacht dat het op zijn gewicht sloeg. Hij barstte uit in een ongekende woedeaanval. Dat geeft wel aan hoe gevoelig het bij hem lag.’’
Edgar van Mil (39) pauzeert even. ,,Gek”, zegt hij dan. ,,Nu we er over praten besef ik pas hoe die jongen er mee zat. Hij was eigenlijk altijd in gevecht – met eten en met sporten. Zoals die zich in het zweet kon werken!’’
Al vijftien jaar lang maakt de kinderarts studie en werk van het steeds maar uitdijende verschijnsel: te zware kinderen die opgroeien tot ongezond levende volwassenen. Gewone mensen die uiteindelijk een extra groot risico lopen op hartkwalen en diabetes. ,,In de praktijk gaan we pas dan behandelen. Maar als je jonge obesitaspatiënten een gezond eet- en leefgedrag aanleert, voorkom je alle ellende.’’
Tijdens zijn studie is Van Mil overtuigd geraakt dat het gezin waarbinnen zo’n kind opgroeit het probleem vaak niet alleen kan oplossen. Of soms zélf de oorzaak is. Hij is aangetrokken om voor het Jeroen Bosch Ziekenhuis een kenniscentrum rond obesitas op te zetten. De proef die deze week in de regio Den Bosch begint is dan ook voor een groot deel zijn idee. Een coach, ondersteund door een netwerk van deskundigen – huis-, jeugd- en kinderartsen, diëtisten, fysiotherapeuten alsmede een psycholoog en een pedagoog - gaat twaalf gezinnen een half jaar lang helpen een andere leefstijl op gang te brengen. ,,Wekelijkse bijeenkomsten en de mogelijkheid van gerichte begeleiding maken dat we als het ware een kijkje krijgen achter de voordeur van het gezin”, geeft Van Mil aan. ,,Het veranderen van leefstijl zit juist in alledaagse dingen.’’
Hoe kan dat nou, dat ’t ene kind totaal geen rem heeft op zijn eetlust en het andere wel?
,,Dik worden is voor tachtig procent aangeboren. Er zijn meerdere momenten in de ontwikkeling van een kind waarop de aanleg voor overgewicht wordt beïnvloed. In de laatste drie maanden van de zwangerschap bijvoorbeeld. De organen worden dan klaargestoomd voor de stofwisseling. Als het kindje in die periode een tekort aan voedsel heeft – dat kan velerlei oorzaken hebben, een te kleine moederkoek of afwijkingen van de bloeddruk bij de moeder – wordt het gretig. Om te overleven pakt het alle calorieën die het maar pakken kan. Omdat zo’n kind tekortkomt, is het vaak te licht bij de geboorte. Nog niet zo lang geleden ging het dáár al fout. We adviseerden nota bene een scheutje slagroom bij de flesvoeding te doen! Je zou kunnen zeggen dat we de problemen al met de paplepel ingaven. Het kind kon niet stoppen met eten en wij hielpen nog een handje ook.’’
Het probleem ontstaat dus al vóór de geboorte. Wat kun je daar aan doen?
,,Het is bijvoorbeeld belangrijk dat de moeder gedurende de zwangerschap gevarieerd eet. Het kind went aan stoffen die het binnenkrijgt en zal later ook makkelijker afwisselend eten. Bij de borstvoeding gaat dat precies zo, en daarom heeft dat normaal gesproken de voorkeur boven flesvoeding. Wie elke dag exact hetzelfde eet gaat er op den duur meer van nemen. Als je dit eenmaal weet, begrijp je ook waarom we de jeugdgezondheidszorg willen oprekken. Niet van 0 tot 18 jaar, maar van min negen maanden tot 23 jaar. Dan bestrijk je de hele cyclus, van leven krijgen tot leven geven. Preventie van overgewicht bij volwassenen begint dus al bij aanstaande ouders.’’
Hoe bereik je die?
,,Door goede voorlichting. De verloskundige richt zijn of haar aandacht vooral op de zorg tijdens en kort na de zwangerschap. Bij de eerste zwangerschap zijn ouders echt wel ontvankelijk voor goede adviezen. Daar kan een verloskundige op inspelen. Die kan duidelijk maken dat het niet alleen gaat om het geboortegewicht, maar om de gezondheid van het kind op de lange termijn.’’
Er is toch vast wel een medicijn tegen het krijgen van overgewicht?
,,Je wilt niet weten hoe sommige ouders met het probleem omgaan. Die komen met hun zoontje van acht en zeggen: ‘Zet in vredesnaam maar een maagbandje bij dat jong, want als ik zeg dat hij minder moet eten luistert hij toch niet’. In zo’n geval is het een pedagogisch probleem. Dan hebben de ouders hulp nodig, niet het kind. Eerst moet je het besef kweken dat ze zelf de sleutel in handen hebben als het gaat om eet- en leefgedrag. Ze bewust maken van de dikmakende omgeving. Als de ouders eenmaal gemotiveerd zijn, kun je met begeleiding en adviezen veel bereiken.’’
En die begeleiding krijgen twaalf gezinnen in het project dat nu start?
,,Precies. We hopen met deze pilot aan te tonen dat je, door alle partijen dicht bij elkaar te brengen, die leefstijl kunt veranderen. De huisarts en de kinderarts voor het signaleren en begeleiden. De diëtist, de fysiotherapeut en de psycholoog waar het gaat om wat je eet, hoe en hoeveel je beweegt en wat het met je doet. Een coach met pedagogische achtergrond ‘vertaalt’ hun adviezen naar de dagelijkse praktijk. De jeugdgezondheidszorg, de scholen, maar ook projecten van de gemeente en welzijnswerkers. Want belangrijk is dat het gezonde gedrag niet ten koste gaat van het plezier in je leven. Het mooiste zou zijn als het hele coach- en preventietraject straks deel uitmaakt van het zorgpakket. Ziektekostenverzekeraars volgen de proef met belangstelling.’’
Waarom is gekozen voor twee groepen van zes?
,,Ouders blijken grote behoefte te hebben aan contact met lotgenoten. De groep kan ze sterken om hun doel te bereiken.’’
Het project duurt een half jaar. Is de kans niet groot dat daarna de automatiek, de chips en het burger-restaurant de regie weer overnemen?
,,Daarom willen we het bedrijfsleven, per slot mede-oorzaak van onze dikmakende omgeving, er bij betrekken. In Den Bosch zijn we in de gelukkige omstandigheid dat belangrijke partijen hier begin dit jaar een economisch consortium hebben opgericht. Samen willen ze een food- and health valley creëren: de gemeente, het Jeroen Bosch Ziekenhuis, de ZLTO, de Hogere Agarische School en Avans Hogescholen. Nieuwe producten die het leven gezonder maken zou je via ons kenniscentrum kunnen uittesten. Een win-winsituatie.’’
© Brabants Dagblad 2012, op dit artikel rust copyright.





















