De pilot ‘Lekker in je vel’ schiet al aardig op. Tijd om met de deelnemers persoonlijk te overleggen hoe ze vinden dat het gaat. Als coach zoek ik daarom, zo veel mogelijk samen met de hulpcoach, iedereen even thuis op. We praten met de moeders, maar houden ook een gesprekje met de kinderen. De vragen zijn voor allebei ongeveer hetzelfde.
Het is fijn om met hen rustig thuis te bespreken wat ze tot nu toe al hebben
veranderd in hun leefpatroon, en wat er al goed lukt. Daarnaast vragen we of
ze nog speciale wensen hebben, en of er eventueel iets veranderd moet worden
.
We worden overal hartelijk onthaald en kunnen bijna niet wegkomen. De
gesprekjes duren dan ook aanzienlijk langer dan de eerste keer. Zowel de
moeders als de kinderen vinden dat ze erg veel hebben geleerd. Niet alleen
groeit de aandacht voor bewegen. Juist het eetpatroon is bij veel gezinnen
wezenlijk veranderd.
Sommige moeders geven om dit te onderstrepen
spontaan een inkijkje in hun koelkast: ,,Kijk maar, ik heb alleen nog maar
gezonde etenswaren in huis.’’ Of: ,,Ik haal snoep en frisdrank gewoon niet
meer in huis. Dan komt mijn kind niet meer in de verleiding, maar ik zélf
ook niet.’’
Het grootste effect van ‘Lekker in je vel’ is dat moeders en kinderen het
echt samen doen. Ze bespreken samen elke week wat ze gaan aanpakken en hoe
de moeder het kind daar bij gaat helpen. Een van de jongens zegt het heel
treffend: ,,Vóór ‘Lekker in je Vel’ was ik degene, die telkens werd gewogen.
Ik moest alles steeds anders doen. Maar nu doen jij en ik het samen, hè
mama!’’
© Brabants Dagblad 2012, op dit artikel rust copyright.





















