Illustratie Lobke van Aar
De boksbeugel. foto Albert van den Boomen ;De boksbeugel. foto Albert van den Boomen
Het beeld bestaat dat het niet erg moeilijk is om aan een wapen te komen in Nederland.
Het is niet voor niets dat veel scholen detectiepoortjes hebben geïnstalleerd om zich tegen mogelijke ellende te wapenen. Maar is het écht zo makkelijk om een wapen op te kop te tikken? Het vraagt om een bevestiging. We nemen de proef op de som, op klaarlichte dag, en kiezen een willekeurige, middelgrote Brabantse stad als werkterrein: Oss.
Met het vizier gericht op hangjongeren die ons wel eens in onze vraag zouden kunnen voorzien, wandelen we door de koude straten van Oss. Hier hopen we in ieder geval een steekwapen of zelfs een pistool op de kop te tikken. Nadat we willekeurig verschillende bankjes en pleintjes hebben afgestruind stellen we vast dat er niet zoveel jongeren 's middags buiten zijn.
" Loop maar eens richting de coffeeshop", is het advies dat we krijgen in biljartcentrum 't Libro. Op weg naar de shop zien we al van een afstand een groepje jongens aankomen. Het wapen zou ons wellicht tegemoet kunnen lopen, ironisch genoeg op ongeveer 200 meter afstand van het politiebureau. We zien vijf blanke jongens van begin twintig aan de overkant van de straat. Twee zitten er op een scooter. Met piepende banden en luidkeels gelach en geschreeuw wekken de wat losbandige jongelui de indruk ons verder te kunnen helpen. Terwijl wij de jongens naderen overleggen wij over de openingszin. We aarzelen over wat we gaan zeggen tegen de potentiële wapenverkopers. "Hé jongens! Uhm...wij willen iets regelen, misschien dat jullie ons kunnen helpen", beginnen we voorzichtig en aftastend.
Om vertrouwen te winnen, kiezen wij ervoor ons kwetsbaar op te stellen. " Luister, we hebben ruzie gekregen met een stel jongens en jullie zien wel dat we wat hulp kunnen gebruiken", zeggen we, wijzend naar onze dunne armpjes. De jongens zien er de humor wel van in en het ijs is gebroken. De kern van ons verzoek is echter nog niet duidelijk. "Wat willen jullie nou eigenlijk?" We vervolgen: "Desnoods regel je een pistool, wij kopen het wel!" De jongens kijken grijnzend naar één bepaald lid van de groep. Het is een jongen in een bomberjack, getooid met een wit petje. " Ik heb geen pistool man, maar ik kan wel iets anders regelen", lacht hij. De rest vertrekt alsof het de normaalste zaak van de wereld is dat hun vriend een wapendealtje heeft. "Loop hier de Kortfoortstraat in. Wacht daar, ik ben zo terug", zegt onze dealer.
We wachten op een kleine parkeerplaats in de straat. Een echt beschutte plek is het niet. De twijfel slaat toe: zou onze dealer daadwerkelijk terugkomen? Ondanks de tevredenheid dat we contact hebben gelegd, begint het idee op te spelen dat we beet zijn genomen. Net wanneer die gedachte de overhand krijgt, zien we de scooter om de hoek komen. Dit keer heeft de jongen een tas op z'n rug. "'t Is gelukt hoor", zegt de jongen relaxed, terwijl hij zijn tas openritst.
Het kost ons moeite onze opwinding te onderdrukken. In de tas liggen drie boksbeugels, een ploertendoder, pepperspray en een stiletto. "Wat denken jullie nodig te hebben?", vraagt hij stoer als een haantje. Nu staan we echt voor de keuze. Onze hoop op een echt pistool was door de spanning verdwenen. Maar, denken we, als we nu een boksbeugel kopen is de test ook geslaagd. We vinden het een serieuze transactie, maar de scooterjongen lijkt teleurgesteld. "Eén boksbeugel, voor drie jongens?" Hij had duidelijk hogere verwachtingen, maar we houden voet bij stuk want het gaat om het idee (en we kunnen niet alles declareren...). De boksbeugel gaat voor 20 euro onze rugzak in. Eitje - binnen vier uur zijn we klaar om onze 'ruzie' gewapend af te handelen.
Zo makkelijk gaat dat dus. En die boksbeugel hebben we gisteren maar netjes bij de politie ingeleverd.
Dit is het laatste deel van een serie over jeugdcriminaliteit.
© Brabants Dagblad 2012, op dit artikel rust copyright.






Sorteer reacties











