DEN BOSCH/EINDHOVEN - "Er gebeuren bij de jeugdreclassering heel erge dingen. Toch ben ik er absoluut van overtuigd dat het meevalt met de jeugd van tegenwoordig", zegt teammanager jeugdreclassering Kees de Meij van Bureau Jeugdzorg (BJZ) in Noord-Brabant.
De Meij en zijn reclasseringsmedewerkster Maroesja Smulders vertellen hoe het er bij hen voor staat wat betreft aanpak van jeugdcriminelen. Jaarlijks zijn er in Brabant zo'n 2300 jongeren in behandeling bij de reclassering, een redelijk stabiel getal. De reclassering sleutelt aan de mentaliteit van criminele jongeren. De Meij: "Thuis worden ze minder begrensd en op straat al helemaal niet." Via justitie komen de jonge overtreders bij de jeugdreclassering terecht. "Ze hebben nauwelijks respect voor gezag en verzetten zich regelmatig tegen hulp", zegt Smulders die 21 jongeren onder haar hoede heeft. "Het is een heel proces om duidelijk te maken dat er iets te halen valt." Toch moeten de jongeren eerst erkennen dat ze fout zaten. Pas daarna helpt de reclassering ze de draad van een fatsoenlijk burgerleven weer op te pakken. Daarbij wordt breed samengewerkt. Bijvoorbeeld met leerplichtambtenaar, ouders en jongerenwerk. De Meij: "We hebben elkaar nodig om ervoor te zorgen dat ze op het rechte pad blijven." De teammanager erkent dat er veel hulpinstanties zijn, maar toch niet te veel: "ze hebben juist allemaal hun eigen specialisme." Brabantsdagblad.nl/jeugdcriminelen
© Brabants Dagblad 2012, op dit artikel rust copyright.


Sorteer reacties











