DEN HAAG - De Q-koorts is hoogstwaarschijnlijk wijder verbreid dan nu wordt aangenomen. Besmettingen komen namelijk niet altijd in melktankonderzoeken aan het licht. Bedrijven kunnen zo ten onrechte vrij van Q-koorts worden verklaard.
Zie ook:
Het ministerie van Landbouw heeft daarom besloten de testen sinds maandagavond op te voeren. Bedrijven met meer dan vijftig melkgeiten of -schapen worden nu iedere twee weken gecontroleerd in plaats van eens in de twee maanden. Het gaat om ongeveer 360 bedrijven.
Een melkgeit met Q-koorts die wordt gemolken laat niet altijd de Q-bacterie achter in haar melk. Dit maakt de testen op de ziekte via de melk ook zo onbetrouwbaar. Als de bacterie immers niet in de melk zit zal een melktanktest een bedrijf als niet-besmet beoordelen terwijl de dieren in werkelijkheid wel besmet zijn.
Het afgeven van de Q-koortsbacterie door een geit gebeurt onregelmatig, meldt een woordvoerder van het ministerie van Landbouw. Om dit probleem te ondervangen, zijn de testen in aantal opgeschroefd.
Binnenkort begint de Voedsel- en Warenautoriteit met het ruimen van besmette dieren. De voorbereidingen worden nu getroffen. Met slachterijen zijn afspraken gemaakt.
De bedrijven waar de geiten als eerste drachtig werden, zullen ook als eerste worden geruimd. Daar lopen de dieren namelijk het snelst het gevaar om door de Q-koorts hun vrucht te verliezen. Bij een abortus komen miljarden bacteriën vrij die mensen ziek kunnen maken.
Vooralsnog is de Q-koorts met de tweemaandelijkse test op vijfenvijftig bedrijven vastgesteld. Dit zullen er met het opvoeren van de testen waarschijnlijk alleen maar meer worden. Deze week maakt het kabinet nog aanvullende maatregelen bekend om de Q-koortsepidemie te bestrijden.
© Brabants Dagblad 2012, op dit artikel rust copyright.
















