DEN HAAG - Er komt een wetenschappelijk onderzoek naar de relatie tussen intensieve veehouderij en gezondheid. Het onderzoek moet onder meer aan het licht brengen of sprake is van effecten op mensen met een aandoening van de luchtwegen.
De resultaten worden eind 2010 verwacht. Dit maakten de gezamenlijke GGD’en
van Brabant en Zeeland dinsdag bekend.
Tijdens het onderzoek wordt
onder meer de aanwezigheid van fijn stof, bacteriën en virussen in de buurt
van verschillende veehouderijbedrijven gemeten. Ook worden de
gezondheidsproblemen van omwonenden in kaart gebracht om die vervolgens te
vergelijken met de gezondheidsproblemen van mensen in andere gebieden.
Zo wil het onderzoeksteam te weten komen of bepaalde aandoeningen vaker voorkomen in gebieden met intensieve veehouderij. „Speciale aandacht gaat uit naar mensen met een aandoening van de luchtwegen, zoals astma, COPD of longontsteking”, aldus de GGD. De metingen gebeuren bij vier tot acht bedrijven in Oost-Brabant en eventueel Noord-Limburg.
Het project wordt geleid door IRAS (Institute for Risk Assessment
Sciences) van de Universiteit Utrecht. Verder maken het Instituut voor
onderzoek van de gezondheidszorg Nivel, het Rijksinstituut voor
Volksgezondheid en Milieu (RIVM) en het bureau Gezondheid, Milieu &
Veiligheid van de GGD’en Brabant/Zeeland deel uit van het projectteam.
Direct aanleiding voor het onderzoek is dat huisartsen en bewoners
verscheidene keren aan de bel trokken over mogelijke gezondheidsrisico’s van
intensieve veehouderij. „Ook kreeg het onderwerp veel politieke
belangstelling. Gemeenten zijn nu zoekend hoe zij gezondheid mee kunnen
wegen in besluiten op het gebied van intensieve veehouderij. Over de relatie
tussen veehouderij en de gezondheid van omwonenden is echter nog weinig
bekend.”
© Brabants Dagblad 2012, op dit artikel rust copyright.

















