Als 'klein manneke' is Peter H. volgens rechercheurs al niet te arresteren.
In die tienerjaren steelt hij onder meer een vrachtwagen. Peter is te klein
om hem zittend te besturen, maar hij staat tot verbazing van de politie
gewoon achter het stuur en rijdt op die manier weg. Bij een andere
arrestatie klimt hij op de gastank van een auto en roept naar de agenten dat
ze weg moeten gaan, 'of ik blaas hem op'.
Peter leeft op zo'n moment in een roes, vinden betrokkenen. Hoe hij kan
wegkomen, is het enige dat nog voor hem telt. Die houding is voor
rechercheurs misschien niet uniek, er zijn meer van dat soort mensen, maar
Peter H. is wel een van de weinigen die daadwerkelijk overal weet te
ontsnappen.
Lokale agenten houden in die tijd, gezien de reputatie
van H., rekening met zijn extreme vluchtgevaar. Toch weet de jonge crimineel
ook dan al uit gevangenissen te ontsnappen, tot aan de Koepel in Breda toe.
Met een waterschuurmachine zet hij de boel blank en weet in de hectiek met
lakens te ontsnappen. Later houdt de politie wel rekening met dat
vluchtgevaar, zeggen oud-rechercheurs. Ze zorgen voor speciaal transport en
om bij aanhoudingen niet verrast te worden, zetten ze regelmatig speciale
(arrestatie)teams in.
Een ervaren politieman zegt dat hij in al
zijn jaren als rechercheur, zelfs landelijk, niemand heeft leren kennen die
zo vaak ontsnapte als Peter H. Ondanks die reputatie valt de geboren
crimineel in zijn jongere jaren niet op als branieschopper, maar juist
omwille van zijn – sluwe – persoonlijkheid. Hij drinkt niet veel, zeker als
hij op stap gaat zorgt hij dat hij een helder hoofd houdt. Peter H. ligt
goed bij de vrouwen en gelooft zelf in de mooie verhalen die hij rondbazuint.
In zijn pubertijd zit Peter vooral voor woninginbraken regelmatig vast. In de
loop van de tijd wordt hij gewelddadig. In 1987 vergrijpt hij zich voor het
eerst aan een vrouw, nota bene de vriendin van een goede vriend met wie hij
heeft vastgezeten. Peter breekt
's nachts bij haar in. Voordat hij
naar het slapende slachtoffer gaat, drinkt hij een uur lang bier in haar
woonkamer. Daarna loopt hij naar boven en bedreigt de vrouw met haar
kostbaarste bezit: H. zegt haar baby dood te steken als ze niet meewerkt.
Het paar maanden oude meisje ligt in een wiegje te slapen terwijl haar
moeder een uur lang wordt verkracht door Peter H. Bij de politie spreekt
Peter een zin uit die hij in de jaren daarna nog vaker zal herhalen: 'Op het
moment dat ik haar halfnaakt zag liggen, kreeg ik de drang haar te
verkrachten'. Het slachtoffer verklaart bij de politie dat ze 'direct zijn
kille ogen herkende'. H. krijgt een jaar cel en komt op 31 maart 1988 vrij.
Vier maanden later maakt hij een nieuw slachtoffer: Wies de Win. Ze vertelt
over wat er op 28 juli 1988 gebeurde: "Het kwam echt als een volslagen
verrassing. Ik was net in slaap toen ik iemand, hoe zal ik het zeggen,
eigenlijk letterlijk op me voelde ploffen. Ik lag op mijn rug en lag direct
klemvast. Het was raar, want hoewel ik ontzettend schrok, dacht ik eerst dat
het een grap moest zijn. Pas toen ik iemand dicht bij mijn gezicht hoorde
zeggen: 'Niet schreeuwen, niet schreeuwen, anders maak ik je kapot. We zijn
je gevolgd, waar is het geld', wist ik dat het geen grap was. Bij mijn nek
voelde ik een koud mes."
"Zijn lucht, het was een soort
boerenkoolstampotlucht, daar heb ik nog jaren last van gehad. Nog altijd als
ik dat eet of het zelfs alleen al zie bij de groenteboer, zie ik hem weer
voor me. Met zijn mes sneed en trok hij mijn T-shirt van onder naar boven
open. Alleen het boordje bleef nog heel en zat vast om mijn nek. Wat
overbleef, waren losse vodden. Omdat ik aan zijn stem hoorde dat hij veel
jonger was dan ik, ik was toen 36, zei ik nog dat ik veel te oud voor hem
was en dat hij een vriendin moest zoeken. Ik probeerde contact te maken. Het
hielp niets. Hij zei: 'Kop dicht, ik maak hier vannacht de dienst uit.' Op
dat moment dacht ik echt dat die man me dood zou maken. Hij voelde overal
aan me. Ik rook een vieze olielucht. Hij had een zachte snor. Het deed
allemaal zo'n pijn. Ik lag nog steeds met die kussensloop over mijn hoofd en
mijn handen waren geboeid. Terwijl hij me verkrachtte, had hij het koude mes
in zijn hand. Het bleek later mijn eigen broodmes te zijn. Met reepjes stof
die hij van mijn eigen T-shirt sneed, veegde hij me schoon. Later begreep ik
dat hij koste wat kost alle sporen wilde wissen. Dat had hij van een eerdere
verkrachting geleerd. Ik vond het zo verschrikkelijk vernederend. Er zijn
gewoon geen woorden voor om dat uit te leggen. Ik werd gedwongen en kon
niets doen om hem tegen te houden."
"Ik zei hem dat alles
wat ik had, op het kaptafeltje in de slaapkamer lag. Later bleek dat hij
daar niets van had meegenomen. Weer liep hij naar beneden. Daar vond hij
mijn agenda en terug boven kreeg ik te horen dat hij ook die lui die in mijn
agenda stonden, zou vermoorden als ik de politie zou waarschuwen. Die agenda
is nooit meer teruggevonden. Dat vind ik nog steeds angstaanjagend."
Ze is nog steeds woedend over de ontsnappingsmogelijkheden die er steeds
opnieuw waren voor haar verkrachter. Ondanks die ontsnappingen begint H. al
vrij snel, in mei 1991, zijn tbs-behandeling bij de Van Mesdagkliniek in
Groningen. De jaren verstrijken en het lijkt stil rond de beruchte
Brabander, die later de titel 'Beest van Brabant' zal krijgen. De
vooronderstelde rust is een schijnaanpassing, zeggen behandelaars later.
Peter, ook dan pas als pathologisch leugenaar ontmaskerd, leidt iedereen in
en buiten de tbs-kliniek om de tuin. Al tijdens zijn eerste begeleid verlof
in 1994 gaat het mis. Peter H. mag naar het gemeentehuis om een nieuw
paspoort te regelen. Er is maar één moment van onachtzaamheid nodig op dat
eerste verlof. Zodra zijn begeleiders even niet opletten, zet H. het op een
lopen. Peter weet zoals altijd naar huis, naar zijn moeder in Mierlo te
reizen en belandt na een dag of twee in Brussel. Daar pakt de
tbs'er de trein naar Kroatië.
Wies de Win: "Nadat hij
naar Kroatië was ontsnapt, heb ik nooit meer iets gehoord van justitie of
politie. Natuurlijk hoorde ik wel dingen via via, in het dorp. Toen ik hem
onverwacht voor het eerst weer zag, was het als in een film. Hij droeg een
pet, reed op een fiets en bleef me aankijken. Hij draaide zijn gezicht
gewoon naar me toe. Ik bleef hem ook aankijken, ik kon het gewoon niet
geloven dat hij daar fietste."
De Van Mesdagkliniek wil
omwille van de privacy van Peter H. niet ingaan op zijn behandeling in de
Van Mesdag. De bijzondere beslissing om H. in 2001 vrij te laten, wil de
kliniek evenmin bespreken.
"Ik word zo ontzettend boos als ik
eraan denk hoe ze hem steeds weer in het Pieter Baan Centrum hebben
onderzocht. Al die kosten die de maatschappij voor hem maakt, terwijl híj
zoveel ellende heeft aangericht. Voor mij was er niets. Er was na de moord
op Melanie niet eens geld voor een psycholoog voor mij. Dat snap je toch
niet? Dat kan toch niet? Zo wordt het slechtste in jou als slachtoffer naar
boven gehaald. Ik denk nu wel eens: kreeg hij maar een hartinfarct. Vroeger
dacht ik niet zo. Ik slaap al twintig jaar lang iedere nacht met de
slaapkamerdeur op slot. Ik kom nog liever om bij een brand omdat die deur op
slot zit, dan dat ik ooit nog eens zoiets moet meemaken. Ik voel me
gegijzeld door een psychopaat."
Ogenschijnlijk leidt Peter H.
eenmaal vrij een rustig leven in Geldrop. Hij wordt zelfs vader. Zijn
vriendin Henriëtte schenkt hem twee dochters. Het eerste meisje wordt in
2002 geboren, een jaar na zijn vrijlating. De tweede dochter volgt in 2004.
Het kersverse gezin woont samen met Henriëtte's dochter Sharon in een
rijtjeswoning.
Melanie Sijbers logeert regelmatig bij haar
hartsvriendin Sharon. Ze voelt zich veilig in het gezin. Peter H. moet de
meisjes op een ochtend wekken en ziet dan vanaf de overloop door de open
deur van Sharons kamer Melanie liggen. Ze draagt geen shirt en Peter ziet
haar ontblote bovenlijf. Dat maakt aanvankelijk niets bij hem los, zal hij
later keer op keer tegenover de recherche bezweren. Als Wies de Win in
september 2006 hoort dat in haar geboorteplaats Geldrop een vijftienjarig
meisje wordt vermist, gaan zonder een enkele aanwijzing richting een
mogelijke dader alle alarmbellen rinkelen. "Ik sprak er met niemand
over, want wie gelooft je nou? Mensen vinden het overdreven als je zo
reageert. Dus piekerde ik in stilte en viel er niemand mee lastig."
Wies de Win: "Ik kan het navertellen, maar zij niet. Ik weet niet wat
beter is, maar wat met Melanie is gebeurd, dat had niet hoeven gebeuren als
justitie geen fouten had gemaakt. Dan had Peter H. nog in de tbs-kliniek
gezeten. Ik kan haar dood niet meer veranderen. Dat kan niemand. Maar het
maakt me zo razend, zo boos. Ik kan niet verder zo. Ik zal me altijd blijven
afvragen waarom ze hem ooit vrij hebben gelaten."
De manier
waarop Melanie is misbruikt, onder meer het kapot knippen van haar
bovenkleding, vertoont grote gelijkenissen met de eerdere zedenzaken waar
Peter H. voor is veroordeeld. Ditmaal kent het slachtoffer hem echter goed
en heeft ze H. als dader gezien. Dat feit wordt haar fataal.
'Wat
gebeurt er als Melanie alarm slaat? En zal ze haar mond inderdaad houden en
zeggen dat ze door een wildvreemde man in de bosjes is getrokken? Dat alles
schiet bij Peter door het hoofd als hij samen met Melanie over het bospad
loopt. Melanie blijft hem vragen of hij haar niets aan zal doen en zegt keer
op keer dat ze inderdaad zal vertellen dat een vreemde haar heeft
meegenomen. Als ineens stemmen van late wandelaars klinken, neemt Peter H.
haar nog verder mee het bos in. Melanie besluit op dat moment vermoedelijk
dat ze die kans op hulp wil grijpen. Ze wil haar mond opendoen, maar H.
doorziet haar. Hij gaat achter haar staan terwijl hij zijn hand over
Melanie's mond doet. Peter H. twijfelt dan niet langer, drukt de tiener
tegen de grond en gaat – honderd kilo zwaar – op haar liggen. Ze voelt zijn
agressie, zijn woede, en wordt steeds steviger tegen de grond gedrukt. Peter
H. is te zwaar voor de tengere Melanie. Minutenlang blijft H. op het meisje
liggen. Hij hoort alleen nog de stemmen en krijgt niets meer van Melanie
mee. Pas als hij heel zeker weet dat de wandelaars een andere richting uit
zijn gelopen, laat hij het meisje los.'
Peter H. wordt bij zowel de
rechtbank als het gerechtshof in Den Bosch tot vijftien jaar cel en tbs
veroordeeld. Officier van justitie H. Vrijhoeven noemt de zaak op 15 maart
2007 bij de rechtbank in Den Bosch een 'reeks van opvolgende trieste
gebeurtenissen, waarvan een jong meisje slachtoffer is geworden'.
© Brabants Dagblad 2012, op dit artikel rust copyright.



















