Zie ook de videobeelden
Na een bezoek aan de Verenigde
Staten in 1958 keert Deurnenaar Jan Beckers terug met een koffer vol
inspiratie. De telg van een slagersfamilie is in de VS in aanraking gekomen
met het opkomende fastfood. De gehaaide Beckers ziet wel brood in snacks.
Hij is sowieso niet voor een gat te vangen: eigenlijk heet Beckers namelijk
gewoon 'Bekkers' maar hij schrijft zijn naam met een -c om zijn broer Koos
van slagerij Bekkers voor te blijven in het telefoonboek.
In zijn garage in de Molenstraat in Deurne maakt hij zijn eigen snacks: van
bami- en nasiballen tot knakworsten. De lekkernijen vinden gretig aftrek.
Het gemak dient de mens, maar erg veel variatie is er nog niet en dus sluit
Beckers zich opnieuw op in zijn garage. Rond 1959 ontwikkelt de ondernemer
een apparaat waarmee vlees in een langwerpige vorm tot een worst wordt
geperst. Eerst heeft de snack nog een van darmen gemaakt jasje, niet veel
later lanceert hij de vette hap zoals we hem nu kennen. Als een uit de
kluiten gewassen gekruide 'knakworst' zonder velletje. Goedkoop
paardenvlees, varkensspek en verschillende kruiden stopt hij in de snack,
die hij frikandel doopt.
Als snel heeft de gewiekste ondernemer
door dat hij goud in handen heeft, waarna de massaproductie op gang komt. De
frikandel wordt eerst in Deurne in fabrieken van de slagersfamilie gemaakt,
later ook in onder meer Meijel en Helmond. Begin jaren zeventig verkoopt
Beckers zijn snackimperium. Zelf wijkt hij uit naar het nabijgelegen
Griendtsveen, waar hij de kapitale Villa Sphagnum, de voormalige
directeursvilla van koopman en aannemer Jan van der Griendt, betrekt. Hij
mag zich dan niet meer met het maken van frikandellen bezighouden, zo is
contractueel vastgelegd. Ondertussen groeit de snackfabriek van Beckers
explosief en raakt heel Nederland bekend met de lekkernijen, onder meer door
de reclamekreet 'Lekkers van Beckers'.
Tientallen jaren wordt de
frikandel in Deurne gemaakt, maar sinds ruim tien jaar staat de
frikandellenfabriek van Beckers in Bocholt, net over de Belgische grens bij
Budel. De fabriek is gebouwd nadat de oude productielocatie in Deurne begin
jaren negentig in vlammen opging.
Vijf jaar geleden is de
grondlegger van de frikandel op 82-jarige leeftijd overleden. Volgens zijn
broer, de nu 86-jarige Koos Bekkers, was de met frikandellen rijk geworden
Beckers trots op wat hij had bereikt. "Maar mijn broer was absoluut
geen geldjager. Gewoon een slimme slager." Met de ongekroonde koning
van de snack zelf had de uitvinder weinig. "We moesten regelmatig
proeven maar zelf frikandellen eten deden we amper", aldus Koos
Bekkers, vroeger bij Beckers betrokken als commercieel directeur. "We
tuften ze uit, net zoals bij wijnproeven."
Koos werd naar
eigen zeggen regelmatig verward met zijn broer Jan. "Het kwam voor dat
ik ineens miljoenen op mijn bankrekening kreeg terwijl die eigenlijk voor
mijn broer bestemd waren."
De frikandel leverde Jan Beckers
in elk geval aanzien op, zeker in zijn dorp Deurne waar nagenoeg iedereen
het succesverhaal kent. Hij werd zelfs voorgedragen voor een lintje, maar
dat weigerde hij.
Hoewel nog steeds razend populair, is de
frikandel al vele jaren behept met een belabberd imago. Over wat er alleen
al in het velletje zit, gaan de wildste - maar oncontroleerbare - verhalen:
hersens, koeienmagen, darmen, paarden- en varkensscrotums en zelfs
kattenvlees. De frikandellen van nu blijken vooral gemaakt van zogenoemd
separatorvlees, vlees dat op het karkas van een kip of varken achterblijft.
Normaal gesproken afval dus, maar inmiddels verwerkt tot een geschikt
product voor menselijke consumptie.
Zelf moest uitvinder Jan
Beckers volgens zijn broer weinig hebben van de nu bekende frikandel. "
Die lijkt in niets meer op wat mijn broer maakte. De ingrediënten zijn
vervangen door goedkopere varianten. Er wordt rommel ingestopt. Of ik het
nog ooit eet? En dan zeker ook nog een speciaal, met mayonaise, curry en
uitjes? Ben jij nou gek, nooit!", aldus Koos Bekkers.
Rommel
of niet, veel Nederlanders zijn het niet met de kenner eens. Bij Beckers in
Bocholt worden per dag rond een miljoen frikandellen gemaakt. Bijna zes
dagen per week rollen er in België twintig stuks per seconde uit de
machines, genoeg om er ruim tweehonderd voetbalvelden mee vol te leggen.
De frikandellen zijn vooral bestemd voor Nederlands gebruik, maar ze worden
ook gegeten in België en Duitsland. Alleen al het Nederlandse volk werkt
jaarlijks zeshonderd miljoen frikandellen weg. Dat zijn er 38 per persoon,
baby's en peuters voor het gemak maar even meegerekend. Een frikandel is
ongeveer twintig centimeter lang, waarmee de totale Nederlandse consumptie
neerkomt op een frikandel van 120.000 kilometer. Ofwel: drie keer de aarde
rond.
Toch nog even terug naar 1959. Want wás Jan Beckers wel de
geestelijk vader van de frikandel? Volgens andere verhalen zou het de
Dordrechtse slagersknecht Gerrit de Vries zijn geweest, die precies vijf
jaar eerder zijn gehaktbal plat sloeg zodat de gehaktrol ontstond. De Duitse
echtgenote van een Dordtse snackbarhouder zag de overeenkomst met de
platgeslagen gehaktbal van 'thuis'. Zij adviseerde De Vries, later eveneens
de uitvinder van de Mexicano, zijn snack 'fricadelle' te noemen. Mogelijk is
de vinding van De Vries gekaapt door Jan Beckers. In elk geval wist de
Deurnenaar de grove frikadel te vervolmaken tot een gladdere variant met
fijn gemalen vlees in plaats van gehakt. Als de 'Dordste Duitse' de
fricandelle als 'gehaktrol' dus al kende, hoe oud is die benaming dan? Het
woord wordt al vanaf de zeventiende eeuw aangetroffen in boeken. In het
Kunstwoordenboek van P. Weiland uit 1824 worden frikadellen (zonder -n) al
beschreven: 'kleine worsten van kalfsvleesch, wittebrood, kruiderijen, enz.
in boter gebakken'.
De familie Bekkers wuift alle claims weg. Koos
Bekkers: "Gerrit de Vries? Die ken ik goed ja. Maar mijn broer was de
uitvinder. Vele mensen hebben daarna ook nog getracht om de eer op te
strijken. Een ex-werknemer heeft zelfs de receptuur gestolen. Allemaal
jaloezie."
Uitvinder of niet: het was Jan Beckers die zijn
frikandel vijftig jaar geleden in zijn schuur maakte en van alle ondernemers
daaruit het slimst munt wist te slaan.
De frikandel; drie vragen
Is het frikandel of toch frikadel?
Volgens het Groene Boekje zijn beide schrijfwijzen toegestaan. Maar
frikaNdel is sinds jaren de meest gangbare variant. En zo staat het dus ook
bij de meeste snackbars op de bestellijst. Bovendien is, met name in België
en Duitsland, een frikadel een andere snack: een compacte gehaktbal.
Is de frikandel nog altijd de meest populaire snack?
"Zonder
twijfel", aldus de eigenaar van cafetaria De Snackbar in Deurne. De
kenner schat dat ongeveer eenderde van het aantal verkochte snacks in zijn
friettent een frikandel is. De nummer twee laat zich raden: de kroket.
Gemalen koeienogen, uiers, hersens en paardenvlees?
'Gemalen
koeienkut', noemde Youp van 't Hek de vette hap in een van zijn
cabaretshows. Zijn al die onsmakelijke verhalen over de
frikandel-ingrediënten waar? In veel frikandellen zit paardenvlees, maar
steeds vaker wordt 'separatorvlees' gebruikt; veelal kippenvlees dat in de
slachterij achterblijft op het karkas nadat filets, vleugels en poten zijn
verwijderd. Daarnaast zit er vaak nog wat varkensspek in als
smaakversterker. Tenslotte nog water, paneermeel, antioxidanten en
specerijen.
© Brabants Dagblad 2012, op dit artikel rust copyright.



Sorteer reacties














