Niks van hout, niks van warmte, niks van zijn briljante broer Gurt. Wel
boeken die hij zelf geschreven heeft: 'Lexicale variatie
cognitief-semantisch benaderd' - over het benoemen van vogels in
Zuid-Nederlandse dialecten. Het is het proefschrift waarmee hij in 2000
doctor werd. Eerder fabriceerde hij een doctoraalscriptie over 'extrapositie
van voorzetsel-constituenten'. Zit hier een saaie boekenwurmman? Geenszins!
Adrianus Petrus Cornelis Swanenberg (van 1968) is een vrolijke snuiter. En een
aangenaam causeur. De professor ziet er uit als een roadie, met zijn lange
manen. Lekker brede schouders, geprononceerd voorhoofd, doortastende ogen.
Mooie stem, net als pa.
Hoe word je professor?
"
Solliciteren. Er was een vacature voor de functie van buitengewoon
hoogleraar. Dan gaat het dus om een leerstoel die buiten de universiteit om
betaald wordt, in dit geval door de Toon Weijnen Stichting. Weijnen heeft 40
jaar onderzoek gedaan naar Brabantse dialecten. Nou, dan komt er een
commissie met leden van die stichting en van de universiteit om een profiel
op te stellen en de sollicitatieprocedure te doen. Ik denk dat twee jaar
geleden het eerste balletje is opgegooid. In mei hoorde ik van de vacature,
in juni heb ik een gesprek gehad, in augustus nog een."
Hoeveel kandidaten waren er toen nog over?
"Twee. Op zo'n
functie reageren natuurlijk niet veel mensen, het is een vrij nauw
vakgebied. "
Uiteindelijk is pas twee weken geleden bekend
geworden dat jij bent benoemd.
"Omdat die hele procedure
nogal wat tijd vergt. Het faculteitsbestuur moet ermee instemmen, het
collegebestuur, andere hoogleraren van andere universiteiten wordt om hun
mening gevraagd."
Welk imago heb je, denk je?
"
Ik ben hier bijna vijf jaar het aanspreekpunt, het loket geweest, heb me leren
profileren als expert op het gebied van de Brabantse dialecten. Daarvoor heb
ik tien jaar onderzoek gedaan en meegewerkt aan het vernieuwen van de
woordenboeken die Toon Weijnen ooit is begonnen. Dat imago zal ik hebben
meegenomen."
Waarom is het zo belangrijk dat het dialect
bewaard blijft? Omdat het bindt?
"Ja. Zoals je ook goed
voor de St.-Jan moet zorgen. Ik vind zelfs dat je kinderen op de lagere
school ook gerust dialect kunnen leren spreken. Op voorwaarde dat je ze
eerst Nederlands leert."
Leer jij je kinderen dialect?
"Nee. Ouders moeten hun kinderen ook opvoeden in hun eerste eigen taal,
dan komt de bedoeling het beste over. Dat kan dialect zijn, maar in de
meeste gevallen is het gewoon Nederlands. Kinderen pikken het dialect toch
wel op, al is het in ons geval geen authentiek Rosmalens meer. Die spagaat
is wel heel gewoon. Ik merk het aan ouders die bij het schoolplein op hun
kind staan te wachten. Onderling spreken ze dialect, zo snel de deur van de
school opengaat, gaan de meeste snel over op het Nederlands. Mijn ouders
praten dialect tegen mij, maar Nederlands tegen mijn kinderen."
Dialect hangt het stigma van domheid aan.
"Je zou denken dat
we dat voorbij zijn, maar het is niet zo. En dan komt carnaval er weer aan,
met die nepdialecten. Als mensen geforceerd of voor de gein dialect gaan
praten, hoor je vooral veel fouten. Kijk eens naar dat restaurant, d'n
Boerderij op De Herven. Dat is fout. Boerderij is vrouwelijk."
Wat te doen?
" Het dialect hoeft niet te blijven zoals het
was, we hoeven het niet als een museumstuk te bewaren. Maar je moet wel
ruimte geven aan de mensen om dialect te spreken. En dan niet als in
Friesland, waar je zelfs in de streektaal kunt trouwen. Dat hoeft niet. Maar
je moet je ook niet hoeven te schamen om dialect te spreken. Je kunt het
vergelijken met kleding. In de jaren zestig had je nog je zondagse kleren en
de kleren die je doordeweeks droeg. Dat is verwaterd, niemand loopt nog in
pak. De maatschappij wordt informeler. Zo is het ook met de dialecten. Je
kunt nog wel horen dat iemand uit Brabant komt, maar niet meer zo specifiek
als vroeger, toen je precies wist of iemand uit Berlicum kwam of uit
Eindhoven. Oude dialectwoorden zijn ook verdwenen, zoals durske. Dat vond ik
op de lagere school al een ouderwets woord. Maar je wilt ook geen meisje
zeggen. Dus wordt het medje of meidje. We willen immers nog wel laten horen
waar we vandaan komen, maar niet meer ouderwets zijn. Dat zag je dus ook aan
die top-10 van Brabantse woorden: durske, schottelslet, griezele, tesnuzzik.
Allemaal woorden die zijn verdwenen."
Het is in feite
emancipatie.
" Ja. Je hoort nu woorden die uit allochtone
talen komen, het Surinaams of het Marokkaans. Een woord als doekoe. Dat is
geld. Komt uit de hiphopcultuur."
GeenStijl vernieuwt de
taal ook. Maar dat is weer een medium uit de Randstad.
"
Daar spreken ze ook dialect. We zijn geneigd te denken dat Danny de Munck
met een Amsterdams accent praat. Nee, het is dialect. Meissie is een
voorbeeld van Hollands dialect. Ze gebruiken er vaak de ie als verkleinvorm."
Gaan wij onze taal nog aanpassen vanwege de integratie van
Marokkanen en Turken?
"Wij niet meer, op onze leeftijd ben
je taalkundig niet meer zo wendbaar. Maar de jeugd is flexibel, ook qua
taal. Er was een leuke proef met een geluidsopname van vijf supporters van
Willem II tijdens een wedstrijd. Na afloop werd de band teruggespoeld en
werd verteld dat twee van de vijf jongens Marokkaans waren. Dat was niet te
horen! "
Jouw moeder, Nelleke de Laat, is vertolkster van
de streektaal en je vader heeft van het dialect bijna zijn levenswerk
gemaakt. Zij hebben jou natuurlijk op het paard gezet.
"Ik
wilde mediëvist worden, middeleeuwenkenner. Ik was als jongen dol op
ridderverhalen. Nadat ik Nederlands en letterkunde had gestudeerd, ben ik
eigenlijk bij toeval met de dialecten aan de slag gegaan. Maar vanaf dat
moment is mijn vader een heel belangrijk klankbord geweest en hebben we ook
samen talloze projecten gedaan, vooral boeken geschreven."
Je moet vaststellen dat het dialect verdwijnt.
"Jullie
hebben de verkiezing gehouden van het mooiste woord. Toen kon je zeggen:
kijk eens hoe het leeft! Maar dat betekent niet dat het goed gaat met het
dialect. Het dialect verdwijnt ook omdat het hier anders gaat dan in
Limburg. Daar praat het hele dorp dialect, van de wethouder tot de
grondwerker. In Brabant heb je veel meer het klassenverschil. De notaris
praat Nederlands, de arbeider dialect. Daarom kleeft het minderwaardige hier
veel meer aan het dialect. En dat maakt het dialect kwetsbaar. Het dialect
verdwijnt, ja, maar het regionale in de uitspraak niet. Je zult altijd
blijven horen dat we Brabanders zijn."
Jos Swanenberg
Burgerlijke staat: geboren in Gemert, opgegroeid in Middelrode, woonachtig in Rosmalen.
Samenwonend, drie kinderen, van 10 en 6 jaar en een kleintje van 7 maanden.
Thuis: zoon van Nelleke de Laat en Cor Swanenberg. Eén broer, Gurt, kunstenaar.
Werk: adviseur streektaal Erfgoed Brabant. Sinds 1 februari één dag per week
bijzonder hoogleraar 'Diversiteit in taal en cultuur' op de Universiteit van
Tilburg. Hij gaat er expliciet de taal- en identiteitsontwikkeling van
Brabanders in kaart brengen.
Laatste boek: 'Het Brabants
beschreven', met Har Brok; 144 blz., 14,95 euro.
İ Brabants Dagblad 2012, op dit artikel rust copyright.



Sorteer reacties
















