"'Zei die man nou net dat ik een kwaadaardige tumor in mijn gezicht heb?' vroeg ik aan smam. 'Ja, volgens mij wel', antwoordde ze. 'Is dat hetzelfde als kanker?' vroeg ik. 'Ik weet het niet'." "Zoals altijd kijk ik naar de andere mensen in de wachtkamer en probeer ik per duo of groepje mensen te voorspellen wie de patiënt is... Zouden mensen mij als patiënt voorspellen als ik en smam binnenkomen? Ik lever voor veel voorspellers minpunten op, denk ik."
Zie ook:
"'Het was een rhapdomyosarcoom', vertel ik met een klein beetje trots
omdat ik die hele moeilijke naam van mijn kwaadaardige tumor van een paar
jaar geleden tegenwoordig vloeiend uit kan spreken." "Eentje
begint enthousiast te gillen, want die denkt dat ik zwanger ben. Tja, dat
had ook gekund... Had ik liever gehad als ik mocht kiezen."
"
Ik geniet van de warmte die iedereen met zich heeft meegenomen. Ze zijn er en
ze zijn er om ons te steunen... Ik ga zitten op de bank en roep naar de
keuken naar smam: 'Neem dadelijk effe een asbak mee, ben nu toch al ziek'.
Enkele mensen glimlachen, enkele mensen niet. 'Hé, kom op jongens' zeg ik
tegen alle aanwezigen. 'Wat een sfeertje hier, ik ben er nog hoor... Zal ik
een buil chips openmaken, dat maakt het misschien wat gezelliger'."
"Ik haat het dat als mensen me zien, ze een kankerpatiënt zien die vooral
minder of wellicht niks kan. Dat ze niet een jonge meid zien die in een
verliezend gevecht verwikkeld is met haar gezondheid, maar zich daar in alle
hevigheid tegen verzet... Als mensen ... iets af willen spreken ... zeg ik
voor de grap dat het ze twee euro kost, want dat betaal je voor attracties.
Ik zeg het met een lach, maar bedoel het bitterserieus. Als ik daadwerkelijk
telkens twee euro zou ontvangen, was ik nu stinkend rijk."
"
Ongelofelijk om te zien hoeveel deuren in zware tijdens ineens opengaan.
Mensen om mij heen vertrouwen me toe dat ik dat zelf zo over me heb
afgeroepen. Dat ik er zelf voor heb gezorgd dat mensen massaal met me
meeleven... Hoe? Door de manier waarop ik mijn leventje leid... Praat maar
zo over mij als ik er niet meer ben, nu voel ik me nog niet zo'n heilige."
Enkele fragmenten uit het boek Buitenspel gezet van Judith Strik.
© Brabants Dagblad 2012, op dit artikel rust copyright.




















