Stiekem hoopt hij dat zijn uitvinding in 2010 voor Nederlands Olympisch goud
zorgt. Jacques van der Miessen (65) uit Den Bosch betaalde duizenden euro's
voor het patent op zijn 'duoschaats', en rekent erop dat daar iets voor
terugkomt. Daar lijkt het wel op. De Almelose schaatsfabrikant Raps ziet
brood in zijn ontwerp en test op dit moment het prototype.
Zie ook:
Zijn idee werd geboren tijdens de Olympische spelen van 2006 in Turijn. Van
der Miessen verbaasde zich over de startproblemen van de schaatsers. "
Hun eerste meters waren instabiel door de losse ijzers van hun
klapschaatsen. Je zou de ijzers elektronisch kunnen vergrendelen, maar dag
mag niet van de internationale schaatsunie ISU."
De Bossche
ex-makelaar bedacht iets nieuws. "Het ijzer is gesplitst in twee delen"
, legt Van der Miessen uit. "Het achterste stuk zit zoals bij een
ouderwetse noor vast aan de hiel. Als de schaats bij de afzet openklapt,
blijft alleen het voorste gedeelte op het ijs staan." Door de druk op
het voorste ijzer te concentreren, gebruikt de schaatser zijn kracht
effectiever. "De schaatser zet immers af met de voorkant van zijn voet.
Het achterste stuk van een normaal ijzer doet bij de afzet niets",
doceert de uitvinder. Bij zijn nieuwe model 'zwabbert' dit niet onnodig,
waardoor de schaatser stabieler glijdt.
"Meer stabiliteit
scheelt valpartijen. Verder klinkt er geen harde klap meer als de schaats
dichtvalt. En de twee ijzers kunnen afzonderlijk rond geslepen worden, wat
extra snelheid in de bochten kan opleveren. Maar dat moeten we nog testen"
, voegt Van der Miessen toe.
Schaatsfabrikant Raps was meteen
enthousiast over het ontwerp van de Bosschenaar. Directeur Mark Cuperus
krijgt maandelijks ideeën voorgeschoteld. "Maar dit lijkt
hoopgevend." Cuperus kan de precieze tijdwinst pas inschatten als het
prototype helemaal 'schaatsbaar' is, maar rekent op een voordeel en hoopt op
records. "Anders zouden we hier geen moeite voor doen."
De duoschaats is inmiddels drie keer getest op het ijs. Verbeteringen zijn
nog nodig: het is lastig om de twee ijzers goed in elkaar te laten vallen.
Als één van beide een fractie uit het lood staat, zou dat afremmen.
Marathonkampioen Jan Maarten Heideman houdt zich al jaren bezig met innovaties
op schaatsgebied. De Raps-gebruiker staat te popelen om de schaats van Van
der Miessen te proberen. Overtuigd is hij op voorhand niet. "Maar in de
praktijk kan het werken."
Heideman denkt niet dat - pak 'm
beet – Sven Kramer en Ireen Wüst meteen overstappen op de Raps van Jacques
van der Miessen.
"Het duurt tijden voor schaatsers een ijzer
met het goede gevoel gevonden hebben, daar stappen ze niet snel vanaf. Maar
als er iemand echt hard op rijdt, gaan meer mensen het proberen."
Dat een rondje Thialf meteen seconden sneller zal gaan, verwacht Heideman
niet. "Ik denk dat het om tienden van seconden gaat."
Bewegingswetenschapper Jos de Koning, nauw betrokken bij de ontwikkeling van
de eerste klapschaats, is daar nog niet zo zeker van. "De werking van
het ijzer bepaalt hoe de schaats stuurt. Als je de buis in tweeën hakt,
wordt dat heel anders." Maar, voegt hij toe: "Toen wij jaren
geleden met de klapschaats kwamen, verwachtte ook niemand dat het zou
werken. "
© Brabants Dagblad 2012, op dit artikel rust copyright.




















