DEN BOSCH - Ouderen op de fiets slagen er maar niet in om te profiteren van de toegenomen verkeersveiligheid. Terwijl het verkeer in de afgelopen vijf jaar steeds minder slachtoffers eiste, overleden juist meer fietsers van 50 jaar en ouder. Dat blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek.
Het CBS maakt elk jaar een opgave van het aantal verkeersdoden en de wijze
waarop de slachtoffers aan het verkeer deelnamen. Tussen 2002 en 2007 daalde
het totaal aantal verkeersslachtoffers gestaag van 1066 tot 791. In dezelfde
periode steeg het aantal 50-plussers op de fiets dat overleed van 109 naar
124.
In dezelfde periode van vijf jaar vormde 2006 een treurige
piek met 150 dodelijk verongelukte fietsers van 50 jaar en ouder. Voor de
stijging van het aantal fietsdoden waren vooral de categorieën 80 jaar en
ouder, en 70 tot 80 jaar verantwoordelijk.
Het aantal verongelukte
jongere fietsers vertoonde de afgelopen jaren juist een tegenovergestelde
trend. In 2002 lieten 86 fietsers onder de vijftig jaar het leven in het
verkeer. In 2007 was dit aantal gedaald tot 65.
Niet alleen in
absolute, ook in relatieve cijfers scoort de groep ouderen op de fiets
steeds hoger. In 2002 vormden de 50-plussers nog 56 procent van de dodelijke
fietsslachtoffers. In 2007 was het aandeel van deze senioren gestegen naar
66 procent.
Het aandeel van de 80-plussers steeg nog sneller. In
2002 vormden zij 16 procent van de dodelijke fietsslachtoffers, in 2007 23
procent. Volgens onderzoek van de Stichting Consument en Veiligheid ging het
daarbij vaak om ongevallen waarbij een fietser in botsing kwam met een
personen- of vrachtauto.
Gemiddeld belandden jaarlijks zo'n 8000
personen in het ziekenhuis na een fietsongeval, een getal dat de afgelopen
jaren gestaag toenam. Het aantal ouderen met ernstige verwondingen steeg nog
meer. Tussen 2001 tot en 2005 nam het aantal ziekenhuisopnames van fietsers
van 55 jaar of ouder toe met 21 procent. Ouderen op de fiets slagen er maar
niet in om te profiteren van de toegenomen verkeersveiligheid. Terwijl het
verkeer in de afgelopen vijf jaar steeds minder slachtoffers eiste,
overleden juist meer fietsers van 50 jaar en ouder. Dat blijkt uit cijfers
van het Centraal Bureau voor de Statistiek.
Het CBS maakt elk jaar
een opgave van het aantal verkeersdoden en de wijze waarop de slachtoffers
aan het verkeer deelnamen. Tussen 2002 en 2007 daalde het totaal aantal
verkeersslachtoffers gestaag van 1066 tot 791. In dezelfde periode steeg het
aantal 50-plussers op de fiets dat overleed van 109 naar 124.
In
dezelfde periode van vijf jaar vormde 2006 een treurige piek met 150
dodelijk verongelukte fietsers van 50 jaar en ouder. Voor de stijging van
het aantal fietsdoden waren vooral de categorieën 80 jaar en ouder, en 70
tot 80 jaar verantwoordelijk.
Het aantal verongelukte jongere
fietsers vertoonde de afgelopen jaren juist een tegenovergestelde trend. In
2002 lieten 86 fietsers onder de vijftig jaar het leven in het verkeer. In
2007 was dit aantal gedaald tot 65.
Niet alleen in absolute, ook
in relatieve cijfers scoort de groep ouderen op de fiets steeds hoger. In
2002 vormden de 50-plussers nog 56 procent van de dodelijke
fietsslachtoffers. In 2007 was het aandeel van deze senioren gestegen naar
66 procent.
Het aandeel van de 80-plussers steeg nog sneller. In
2002 vormden zij 16 procent van de dodelijke fietsslachtoffers, in 2007 23
procent. Volgens onderzoek van de Stichting Consument en Veiligheid ging het
daarbij vaak om ongevallen waarbij een fietser in botsing kwam met een
personen- of vrachtauto.
Gemiddeld belandden jaarlijks zo'n 8000
personen in het ziekenhuis na een fietsongeval, een getal dat de afgelopen
jaren gestaag toenam. Het aantal ouderen met ernstige verwondingen steeg nog
meer. Tussen 2001 tot en 2005 nam het aantal ziekenhuisopnames van fietsers
van 55 jaar of ouder toe met 21 procent.
© Brabants Dagblad 2012, op dit artikel rust copyright.


Sorteer reacties
















