Het ruige werk neemt Mark Jansen voor zijn rekening. "Het zijn de mooiste en stoerste auto's die er zijn. Op mijn twintigste heb ik mijn eerste Landrover gekocht. Nu hebben we er vijftien."
Allemaal staan ze op de oprit of in Udenhout en Oisterwijk, waar ze hun eigen Land Rover bedrijf hebben. "Maar straks staat alles bij elkaar in onze eigen achtertuin", vertelt Mark Jansen trots. Het eerste Camel Trophy museum van de wereld staat dan aan de N65, Bosscheweg 2a, en opent in het voorjaar. Op zijn twintigste zag Mark de eerste Camel Trophy wedstrijd. "Zo stoer, ik was meteen verkocht. Een jaar later had ik mijn eigen Range Rover." Maar het bleef niet bij één wagen. "We wonen langs de N65. De auto's vielen wel op. We kregen veel bezoek van mensen met dezelfde interesses en ineens reed ik elk weekend naar Engeland voor onderdelen. Knutselen met auto's was voorbij. Het werd een stuk serieuzer." Zo serieus dat Mark Jansen in 1997 naar de Kamer van Koophandel stapte en zijn Land Rover bedrijf startte. Zaken liepen goed en drie jaar later nam de toenmalige technisch tekenaar dan ook ontslag en stak al zijn energie onder de motorkap.
De zoektocht naar Camel Trophy auto's ging verder en de tuin raakte steeds voller. Bij toeval kwam de gemeente langs om aan te geven dat de familie de schuur moest verplaatsen vanwege een gasleiding. "Dat hebben we gedaan en met toestemming de schuur meteen wat groter gemaakt", zegt Angelique Jansen.
In de achtertuin van de Jansens is er nu plek voor het paradepaardje (de originele auto van de Nederlandse deelnemers Joost Staûdt en Rob Visser) en nog zo'n acht andere auto's. Met al reacties uit Engeland, Frankrijk lijkt het erop dat Angelique en Mark Jansen er een baan bij krijgen. "Nou ja, of het druk wordt weten we niet, maar dat maakt niet uit. Ik ga gewoon met een klapstoeltje in de tuin zitten. Dan ben ik al een gelukkig mens."
© Brabants Dagblad 2012, op dit artikel rust copyright.



















