Na de brand bij de Bedirschool liep het meisje Sevdenur Ozai met burgemeester Joke Kersten (midden) mee in de stille tocht. foto Jeroen Appels
Loek Borrèl, begeleider van de drie daders. foto Jeroen Appels/Van Assendelft
Zie ook:
"Wij hebben echt spijt van wat we hebben gedaan", zegt de jongen van 18 die zijn naam net als de andere twee buiten de publiciteit wil houden omdat ze niet met hun daad te koop willen lopen. "We dachten er echt niet goed bij na toen we de school in brand staken. We fokten elkaar op. De één was nog stoerder dan de ander. We beseften niet dat de fik zo groot zou worden en wat voor enorme gevolgen dit zou hebben, ook voor ons zelf. We waren te jong om daar al rekening mee te houden", zegt de jongste dader, terugblikkend. De jongens onderschrijven ook dat 'je nooit aan kinderen moet komen'.
In 2005 werden de drie veroordeeld tot een werkstraf, een leerstraf, een 38 dagen durende gevangenisstraf, een voorwaardelijke celstraf en vier maanden huisarrest. "De straf heeft veel indruk op ons gemaakt maar deze was zeker terecht", blikken ze terug.
Daarna kreeg hun leven toch weer vrij snel een redelijk normale loop. Op school pikten ze de draad op en ook vrienden bleven hen trouw. Maar met de justitiële boetedoening was de kous niet af. Vrij kort na de brand balde Uden zijn vuisten door aan te kondigen de brandschade van vier ton op de daders dan wel hun ouders te verhalen. "We hadden er geen benul van hoe veel dat was, maar onze ouders natuurlijk wel. Het is terecht dat je straf krijgt maar zo'n schuld kunnen wij nooit betalen", aldus de jongens.
Een medewerker van de reclassering adviseerde de drie vorig jaar met de gemeente te praten over een alternatieve kwijting. Op eigen initiatief stelden zij vervolgens het bestuur voor om een gemeentelijk stageproject te gaan volgen, om te leren van hun fouten. De gemeente stemde daarmee in en burgemeester Kersten nam adviseur Loek Borrèl in de arm om het drietal te begeleiden. Borrèl nam in de nadagen van de Bedirbrand geen blad voor de mond en was een opmerkelijke keuze.
Nadrukkelijk mengde hij zich destijds in de verhitte discussie waarbij hij grote zorgen uitte over buitenlanderhaat in de gemeente. "De jongens keken wel op toen bekend werd dat juist ik ze zou begeleiden", stelt Borrèl. "Maar we hebben meteen goed met elkaar gepraat", zeggen de jongens. In het kader van het project, dat sinds januari 250 uur vergde, heeft Borrèl onder meer met de jongens en hun ouders een rondetafelgesprek gevoerd om emoties bespreekbaar te maken. Niet alleen voor de ouders van Bedir, ook voor de ouders van de daders was de nasleep ingrijpend. "Wat er ook gebeurt, ouders proberen hun kinderen toch te beschermen. Hun leven is ook ondersteboven gegooid en de vraag waarom hun kind het heeft gedaan, blijft rondspoken." Volgens de begeleider zijn de drie daders geen 'Lonsdalejongeren' wat ook vaak is beweerd. "Het zijn 'doodnormale' jongens, uit doorsnee Udense gezinnen. Zeker geen rechts-extremisten, wel jongens die rechts zouden stemmen."
Volgens Borrèl hebben de drie de school in brand gestoken omdat ze wraak wilden nemen voor de moord op Van Gogh. Ook stoere praat en de aanhoudende stroom negatieve berichten in de media over moslims waren volgens Borrèl, die uren met de jongens heeft gesproken voor het project, van doorslaggevende invloed. Daarnaast hadden twee van de drie daders slechte ervaringen gehad met Turkse jongens. "Ze zagen Bedir niet als kinderverblijf maar als islamitisch doelwit. " In het kader van hun gemeentelijke stage hebben de jongens ook gesprekken gevoerd met de voorzitter van de Turkse moskee en ouders en leiding van Bedir. Borrèl: "Niet iedereen stond te juichen toen ze de jongens zagen. Maar de noodzaak om van elkaar te leren, moet een blijvende waarde zijn om de samenleving te versterken. Zeker met de voorzitter van de moskee is een positief gesprek gevoerd."
Essentieel is volgens Borrèl dat Uden en zeker ook de daders lering trekken uit hun daad. "De gemeente verdient wat mij betreft een pluim omdat zij het stageproject met de drie jongens is aangegaan." Borrèl concludeert dat vooral jóngeren moeten worden aangesproken om te werken aan een tolerante samenleving. "Jongeren van verschillende culturen komen overal met elkaar in contact. Jongerenbegeleiders moeten jongeren laten inzien dat de energie om vooroordelen te uiten beter kan worden omgezet in respect en tolerantie." De drie daders zeggen dat ze die weg op zijn gegaan. Ze hebben geen moslims in hun vriendengroep, maar gaan wel normaal met mensen uit andere culturen om.
© Brabants Dagblad 2012, op dit artikel rust copyright.





















