Het aantal boten dat gestolen wordt groeit. In 2007 waren dat er 862. Dat is 32 procent meer dan het jaar daarvoor. foto Vincent Jannink/ANP
DEN BOSCH - Het terugvinden van gestolen vaartuigen wordt ernstig
bemoeilijkt doordat er in Nederland geen registratieplicht bestaat. Alleen
motorboten die sneller dan twintig kilometer per uur kunnen varen moeten
officieel ingeschreven staan bij de RDW, dezelfde dienst die de kentekens
van wegvoertuigen organiseert.
Volgens het Verbond van Verzekeraars is de diefstal van vaartuigen in 2007
sterk gestegen ten opzichte van vorige jaren, maar de politie ontkent dat.
De KLPD zegt gestolen boten sinds een jaar beter te noteren. Vroeger
gebeurde dat per (water)politieregio. Omdat dat nu centraal gebeurt, zijn
actuele cijfers beschikbaar. "En die vallen hoger uit dan in eerdere
jaren, maar dat hoeft niet te betekenen dat er meer gestolen wordt. Dat
weten we de komende jaren pas."
Menno den Drijver,
gespecialiseerd in schade-expertise op nautisch gebied en tevens bevoegd tot
het uitvoeren van recherche-werkzaamheden, stelt vraagtekens bij de
politie-aanpak. "Het wordt gezegd ja, dat ze centraal te werk gaan,
maar ik schat in dat zeker dertig procent van de aangiftes heel laat bij de
KLPD terechtkomt. En er zijn er bij die het nooit halen. Aangifte doen
gebeurt nog steeds in een gewoon politiebureau, de KLPD blijft afhankelijk
van de regio's."
Van de 862 gestolen boten waarvan in 2007
aangifte gedaan werd was het merendeel van het kaliber roeiboot of kano. Ook
buitenboordmotoren verdwijnen vaak. "Het zou heel wat schelen wanneer
die boten en motoren geregistreerd waren, maar dat komt maar zelden voor.
Eenvoudigweg omdat het niet hoeft. Jachten en dure boten worden nog wel eens
bij het kadaster beschreven als onroerend goed, waardoor de eigenaar er ook
een hypotheek op kan nemen. Zo'n schip staat dan wel daar geregistreerd"
, aldus de KLPD.
Booteigenaren zitten niet op een
registratieplicht te wachten, omdat ze bang zijn dat daar dan ook een
watersportbelasting aan gekoppeld wordt. Enkele jaren geleden wilde de
overheid daarmee beginnen, maar zag er vanaf vanwege de hoge kosten van
invoering van een registratiesysteem. Den Drijver: "Een kulargument
natuurlijk, want dat hadden ze ook via een vignet kunnen regelen."
In Duitsland is praktisch alles wat op het water drijft geregistreerd. In
Nederland dragen veel vaartuigen alleen kenmerken die door de fabrikant zijn
aangebracht. Zoals serienummers. "Ook die zijn te vervalsen. Een dief
kan van tevoren een registratienummer aanvragen", aldus schade-expert
Den Drijver. "Ook het zogenaamde Y-nummer voor de snelle boten is niet
veilig. Bijna altijd zijn het simpel te verwijderen plakletters."
Doorverkoop is het belangrijkste motief bij de diefstal volgens Den Drijver: "
En dat lukt meestal binnen drie maanden. De boten díe teruggevonden worden,
bevinden zich meestal nog binnen een straal van dertig kilometer."
Botendiefstal
Het aantal boten dat gestolen wordt groeit. In 2007 waren het er volgens cijfers van de politie 862. Dat is 32 procent meer dan het jaar daarvoor.
Meestal gaat het om kleine vaartuigen, zoals roeiboten en kano's, maar ook
sloepen en rubberboten (op een trailer of hangend achter op een jacht) zijn
erg in trek.
Schade-expert Menno den Drijver, met bedrijf Dextton
verantwoordelijk voor de website
www.stolenboats.nl , noemt de botendiefstal 'stabiel'. "De laatste
vijf jaar gaat het steeds om 1.200 tot 1.400 boten." Behalve bij
opsporen helpt de site botenliefhebbers ook bij de aankoop van een vaartuig.
"Om te kijken of dat niet gestolen is."
Nederland telt
meer dan 500.000 pleziervaartuigen, waarvan meer dan de helft op de wal ligt
of anderszins niet in gebruik is.
De meeste boten worden gestolen
in de lente en tijdens de zomer.
© Brabants Dagblad 2012, op dit artikel rust copyright.



















