TILBURG - De onderwijsvakbond AOb blijft gekant tegen een sterke stijging
van de salarissen van topbestuurders in het voortgezet onderwijs. Het feit
dat voorzitter Dresscher daar in een individueel geval mee in heeft gestemd,
doet daar niets aan af.
Dat laat een woordvoerder van de AOb weten in reactie op het bericht dat
Dresscher, als lid van de raad van Toezicht van Ons Middelbaar Onderwijs
(OMO) in het verleden akkoord is gegaan met het salaris van topman Rob
Kraakman. "Walter Dresscher heeft als lid van de raad van toezicht één
keer een besluit genomen over het salaris van de heer Kraakman. Het ging
toen om een voortzetting van een eerdere afspraak, waarbij een indexering
conform de cao is vastgelegd." Op de vraag of Dresscher zich in de raad
van toezicht verzet heeft tegen de hoogte van het salaris kan de
AOb-woordvoerder niets zeggen. "Besluitvorming over dit onderwerp
binnen de raad van toezicht vindt in vertrouwelijkheid plaats."
Kraakman wil geen inhoudelijke reactie geven. "Maar ik stoor me er
vreselijk aan dat de bond bestuurders in het onderwijs wegzet als graaiers.
We zijn allemaal integere bestuurders. Dat Dresscher lid is van mijn raad
van toezicht maakt het voor mij wel lastiger om op dit soort aantijgingen te
reageren", aldus Kraakman.
De actie van de AOb richt zich
tegen de beloningsleidraad die de VO-Raad (belangenbehartiger van
schoolleiders en -bestuurders) onlangs heeft goedgekeurd. Deze leidraad
geeft de bandbreedte aan van de salarissen die bestuurders van instellingen
in het voortgezet onderwijs zouden mogen ontvangen. De hoogte is afhankelijk
van het aantal leerlingen dat onder een schoolbestuur valt. Het hoogste
salaris mag niet uitstijgen boven de Balkenende-norm: ongeveer 171.000 euro.
Omdat OMO met bijna 63.000 leerlingen veruit het grootste schoolbestuur is,
ligt het salaris van Kraakman, overigens al een aantal jaren, op dat niveau.
In antwoord op schriftelijke vragen van het CDA heeft staatssecretaris Van
Bijsterveldt zich vorige week kritisch uitgelaten over de hoogte van de
beloning.
© Brabants Dagblad 2012, op dit artikel rust copyright.



















