Boer Piet Vogels temidden van zijn aanhankelijke waterbuffels.foto's René Manders
De waterbuffel, vooral bekend om de mozzarellakaas die van haar melk wordt gemaakt.
De yak is een bijzonder interessant dier. Niet alleen voor de inwoners van Nepal en Tibet, die al van oudsher voor vlees, melk en wol op deze rundersoort zijn aangewezen.
Maar misschien ook wel voor ons. Want kaas die is gemaakt van yakmelk, zo heeft wetenschappelijk onderzoek onlangs uitgewezen, bevat veel minder vermaledijde verzadigde vetzuren dan kaas die wordt gemaakt van onze ouderwetse koemelk. Het wachten is dus op de ondernemer die in dit gat van de melkmarkt springt, zou je zeggen. Maar eenvoudig gaat dat niet. Boer Piet Vogels in Deurne kan ervan meepraten. Een jaar of tien geleden was zozeer de klad gekomen in zijn dikbillenhandel, dat hij uitzag naar iets anders. Hoewel hij vleeskoeien hield, had hij toch een melkquotum, dat hij kon verzilveren omdat de Europese Unie van haar melkplassen en boter- en kaasbergen af wil.
Melkquota, zo wist de ondernemende agrariër, gelden niet voor alle melk. Zuivelproducten van exotische dieren, zoals kamelen, rendieren en buffels, vallen niet onder het Europese melkregime en bieden boeren dus meer vrijheid.
Het probleem voor geïnteresseerde boeren is dat exotische landbouwdieren nog altijd onder de Dierenwelzijnswet vallen. Gezien de manier waarop varkens en kippen worden samengeperst in krappe ruimtes gaat die wet niet geheel voorbij aan de economische belangen van de boeren. Maar bij het introduceren van nieuwe 'productiedieren' wordt toch gekeken naar 'natuurlijke' leefomgeving van het dier in kwestie.
Onlangs werd een rapport gepubliceerd dat onderzoekers van Wageningen Universiteit hebben gewijd aan deze nieuwe tak van agrarische bedrijfsvoering. 'De dromedaris ingelijst' heet het, en het is samengesteld in opdracht van de Cromvoirtse dromedarishouder Frank Smits. Die is enkele jaren geleden op proef begonnen met het melken van dromedarissen en dat bevalt blijkbaar zo goed dat hij er een levensvatbare bedrijfstak van wil maken. Boer Smits is niet al te scheutig met informatie. De dromedarismelker zegt zijn bedrijfsgeheimen niet aan de grote klok te willen hangen. Veel verder dan de mededeling dat hij momenteel tien melkdieren heeft en 'over een jaar of twee' met winst denkt te gaan draaien, wil hij niet gaan.
Dan maar informatie ingewonnen bij dierenarts Peter Klaver, die als expert in de gezondheidstoestand van exotische dieren aan het rapport heeft meegewerkt.
Hoewel de dromedarissen van boer Smits er uitstekend bijstaan, lijkt hem de dromedaris als productiedier in Nederland geen glorieuze toekomst beschoren.
"Deze dieren komen uit de woestijn", zegt hij. "Ze zijn een extreem droog klimaat gewend. Ons weer is voor hen eigenlijk te vochtig. Daar krijgen ze op den duur gewrichtsproblemen van."
Terug naar boer Vogels in Deurne. Die zocht ook een alternatief voor het ouderwetse melkrund, maar hij vond dat dichter bij huis. In Italië om precies te zijn, waar hij acht jaar geleden met de opbrengst van zijn melkquotum 53 drachtige waterbuffelvaarzen op de kop tikte. Hij heeft de nodige hobbels op zijn weg aangetroffen, vertelt hij. Zoals het faillissement van de melkfabriek waarmee hij een contract had.
Maar intussen heeft hij een stuk of tweehonderd melkproducerende dieren, die braaf op stal staan. Als de boer binnenkomt, wordt hij warm verwelkomd. "Ze zijn veel aanhankelijker dan gewone koeien", meldt Vogels met enige vertedering.
Anders dan de dromedaris, lijkt de waterbuffel, vooral bekend om de mozzarellakaas die van haar melk wordt gemaakt, in Nederland wel een vatbare toekomst te hebben. "Volgens mij hebben ze het hier beter naar hun zin dan in Italië", verzekert de Deurnenaar. "Zodra het boven de 25 graden is, verrekken ze het om de stal uit te gaan."
Dat is goed nieuws, ook volgens het rapport, dat aanbeveelt het huidige beleid voort te zetten. Dat komt erop neer dat een dier in Nederland niet gehouden mag worden, tenzij kan worden aangetoond dat het van een verblijf in ons klimaat geen nadelige gevolgen ondervindt. Voor de uit de Himalaya afkomstige yak zal wellicht dus zelfs het Limburgse heuvelland aan de lage kant zijn.
Intussen heeft Vogels echter over zijn nering niet te klagen. Er zijn al een stuk of vijftien buffelboeren in Nederland, die er serieus over denken de handen ineen te slaan, zegt hij. Ze willen bijvoorbeeld zelf hun eigen mozzarellakaas gaan maken, onder de naam Buffel O'Landa.
Mag dat van de EU?
Vogels lacht: "Zolang je er maar niet op zet dat hij uit Italië komt."
© Brabants Dagblad 2012, op dit artikel rust copyright.






Sorteer reacties











