20 dec 2007, 03:07 - Het leek een zorgeloos einde te worden van zijn presidentschap. Zeker, Stef Jan Willard, president van de rechtbank in Den Bosch, had eind vorig jaar een lastige afweging moeten maken. Hij had net een gesprek met voorzitter Van Delden van de Raad voor de rechtspraak achter de rug.
De lastige klus die op hem lag te wachten toen hij benoemd werd, een
ingrijpende reorganisatie, was geklaard. En ook op het gebied van zijn
persoonlijke speerpunten had de rechtbank vooruitgang geboekt. Willard had
er voortdurend op gehamerd dat een rechtbank dienstbaar aan de samenleving
behoort te zijn. Geen ivoren torens, maar externe oriëntatie en
transparantie. "Laat maar zien wat je doet." Daarom had hij het
ook zo'n aardig idee gevonden dat het Brabants Dagblad met lezers naar
zittingen kwam om die leken vervolgens verslag te laten uitbrengen van hun
bevindingen.
En aan de orde kwam ook 'hoe verder'. Uiteraard, want
aan het einde van het volgend jaar zou zijn ambtstermijn ten einde lopen.
Wat waren nog zijn ambities? Allebei zijn voorgangers zijn na Den Bosch
president van de rechtbank in Den Haag geworden. Nog iets groter en vanwege
de kort gedingrechtspraak tegen de staat een functie met nog iets meer
prestige.
Maar niet lang na het gespek met Van Delden moest
Willard op controle bij zijn internist. "En die zei dat hij me zou
afkeuren. Ik heb suikerziekte en dat gaf wel eens problemen, maar ik voelde
me prima. Dus die mededeling kwam als een totale verrassing."
Heel moeilijk was het vervolgens ook weer niet om te bepalen wat hem te doen
stond. "Wat voor mij het belangrijkste is in het leven zijn de mensen
die me dierbaar zijn. En daar wil je natuurlijk zo lang mogelijk bij blijven.
" En zo besloot Willard al eind vorig jaar dat hij na het verstrijken
van zijn eerste ambtstermijn zou terugtreden als president van de rechtbank
's-Hertogenbosch waar naar zijn stellige overtuiging de zaakjes wel lekker
liepen.
Tot eind oktober dan, toen aan het licht kwam dat de
rechtbank anderhalve maand iemand als rechter had laten werken die nog niet
benoemd was. Een unieke situatie die in de media al gauw een blunder werd
genoemd en waar zelfs de minister over geïnformeerd moest worden. Willard
zegt er zich persoonlijk verantwoordelijk voor te voelen. "Ik heb mijn
staf gemeld dat iemand per 1 september bij ons zou worden opgeleid tot
rechter. Ik heb daarbij niet aangegeven dat er een aanbevelingsbrief moest
worden opgesteld. Ik ging er vanuit dat dit zou gebeuren. Het was echter een
bijzondere situatie omdat betrokkene rechter zou worden in de rechtbank
Breda en bij ons alleen haar opleiding zou volgen."
Betekent
dat ook dat hij heeft overwogen om er persoonlijke consequenties aan te
verbinden? "Nee. Afgezien van dat het een loos gebaar zou zijn geweest
- ik had mijn ontslagbrief al in mijn zak - vind ik dat je in zo'n situatie
moet optreden, niet aftreden."
Niet te ontkennen is, geeft
Willard toe, dat het incident schade heeft berokkend aan het imago van de
Bossche rechtbank. "We doen 115.000 zaken per jaar af en in praktisch
alle gevallen gaat dat gewoon goed. Ik vind het dan ook terecht dat het
vertrouwen in de rechtspraak in Nederland groot is. Maar na incidenten zie
je een flinke duikeling. Dat zag je bij voorbeeld ook na de Schiedammer
parkmoord. En ook dat is begrijpelijk. Het gaat namelijk om heel wezenlijke
dingen. Een fout van een rechter is wel even iets anders dan dat ik bij het
snoeien een verkeerde tak afzaag. Je wilt als rechter staan voor
zorgvuldigheid, professionaliteit en integriteit. Maar er gaat wel eens wat
mis en dan zijn de gevolgen enorm. Dat realiseren wij ons goed. Een excuus
aan de samenleving is dan ook op zijn plaats, in het bijzonder aan de
slachtoffers. Vanzelfsprekend hebben wij de interne procedures aangescherpt.
Het enige wat we verder kunnen doen is ons uiterste best om optimaal te
presteren."
Zelf gaat Willard vanaf 1 januari weer aan de slag
als gewoon rechter. "Met veel plezier, want dat is toch het vak waar ik
ooit voor gekozen heb." En daarbij zal hij weer in de praktijk proberen
te brengen wat volgens hem de belangrijkste functie is van de rechtspraak:
geschillen naar ieders tevredenheid tot een oplossing brengen en niet alles
enkel juridisch tot in de finesses uitpluizen en dan als rechter de knoop
doorhakken. "Het is nog altijd het beste als mensen het eens worden,
bij voorbeeld door mediation, zonder uitspraak van de rechter."
Daarnaast gaat hij een aantal interessante functies buiten de deur bekleden.
Zo wordt hij lid van de commissie die nieuwe rechters selecteert en gaat hij
zijn management ervaring benutten door jonge bestuurders van andere
rechtbanken te coachen.
Willard is er een voorstander van dat
rechters maatschappelijke betrokkenheid tonen. Zelf doet hij dat in diverse
bestuursfuncties, bij voorbeeld van het Adrianus Fonds, vernoemd naar de
enige Nederlandse paus. Het fonds zorgt voor een leerstoel Islam en
Christendom aan de Universiteit van Tilburg.
Ook binnen de
rechtbank heeft hij geprobeerd de integratie te bevorderen. "In ons
vorige jaarplan stond dat tien procent van de stageplaatsen was gereserveerd
voor allochtone studenten. Die doelstelling hebben we gehaald en voor het
komende jaar is het percentage zelfs vijftien."
Willard is
ook betrokken bij een stichting die in het katholieke Zuid-India een
vormingscentrum met hbo en universitaire studiebeurzen tot stand heeft
gebracht. "Iedere parochie, er zijn er 42, mag jaarlijks haar meest
veelbelovende leerling naar een studie sturen. Veel studenten richten zich
op computeronderwijs. Dat is een unieke kans om de cirkel van het
kastestelsel te doorbreken. Wiens vader visser is wordt visser, wiens vader
politieman is wordt politieman, maar wie met een computer kan werken kan
veel meer paden bewandelen. Dat is geweldig dankbaar werk."
© Brabants Dagblad 2012, op dit artikel rust copyright.




















