Buurtouders op een ronde door de Zaltbommelse wijk De Vergt, bij het pannaveldje aan de Leenhoffstraat. Links Amar Rahou, in het midden Said Kaaouass. foto Cor de Kock
Natuurlijk. Sommige Marokkaanse jongens gaan de fout in. Maar wat kan hij daar aan doen? Ze aanspreken? Waarom zou hij? Zaltbommel heeft ook een paar beruchte Nederlandse families? "Spreek jij die aan als ze de fout ingaan?" Vlak daarvoor heeft de 18-jarige Marokkaanse jongen 'hé, meneer de journalist, hoe gaat het met je verhaal' geroepen.
Hij komt terug op een gesprek van ruim een week eerder, over problemen met Marokkaanse jongeren in Zaltbommel. Op het voetpad in de Boschstraat vertelt hij over zijn baantje in een meubelzaak, hoe hij zich opwerkte van schoonmaker tot verkoper. "Ik verzet me tegen het idee van kutmarokkanen. Als je meegaat op die negatieve stroom, dan kan het je straks helemaal niks meer schelen. Dan glij je af en ga je stomme dingen doen. En dan krijgen de mensen die je zo noemen, alsnog gelijk."
Het is een zomerse zaterdagavond, eind juni, een paar uur voor het gesprek met de student. Said Kaaouass en Amar Rahou lopen door de Vergtse straten. Ze zijn twee van de ruim tien buurtouders, in de praktijk bijna uitsluitend Marokkaanse vaders, die sinds drie jaar door De Vergt lopen. Rahou is naast buurtouder ook de gedreven voorzitter van de Marokkaanse vereniging Al Amal.
"Ik merk en hoor dat de situatie in de wijk verbetert", zegt Rahou. "De lijnen met de gemeente en de Woonlinie zijn kort. Neem de betere verlichting in de brandgangen. Die draagt bij aan een veiligheidsgevoel. En je ziet waar je loopt. Ook wel prettig." De wijk de Vergt klautert omhoog, met de tonnen die Zaltbommel ontving voor het Kleine Steden Beleid.
Maar hoe zit het dan met de overlast van groepjes (Marokkaanse) hangjongeren, in de Vergt en het centrum? In de gesprekken die deze krant de afgelopen maanden met betrokkenen voerde, wordt er herhaaldelijk op gehamerd: cijfers, cijfers, cijfers. Die vertellen de objectieve waarheid van de overlast. Maar navraag leert dat die cijfers maar een deel van het verhaal zijn. De Zaltbommelse politie stelt vast dat het aantal meldingen van overlast door jongeren behoorlijk daalde, van rond de 115 in 2007 en 2008, naar 14 tot september 2009. Maar dat ligt ook aan een nieuw registratie-systeem én aan het feit dat lang niet altijd aangifte wordt gedaan.
Verder blijft het aantal opgepakte jongeren constant, ook dit jaar zijn het er rond de veertig, maar dat zijn niet allemaal Marokkaanse jongens. Volgens politiechef Aart de Zeeuw is er onder hen wel een 'harde criminele kern' van zo'n 25 jongeren, en nog eens zo'n groep die daar omheen hangt.
Hoe staat het dan met het aantal vervolgingen binnen deze groep, hoeveel jongens worden er voor de rechter gebracht? Voor zover die cijfers bestaan, weigert het Openbaar Ministerie ze te verstrekken. Het OM wil helemaal niet meewerken aan dit artikel.
Dus wat zeggen cijfers? Een handvat ligt misschien in de rapportage Gemeentelijk Beleid voor Marokkaans-Nederlandse Jongeren, dat het Utrechtse Verwey Jonker Instituut een jaar geleden uitbracht op basis van gemeentelijk schattingen. Bijna 23 procent van de Marokkaans-Nederlandse jongens tussen tien en 24 jaar in Zaltbommel, is betrokken bij overlast of criminaliteit. Daarmee schiet Zaltbommel ver uit boven het gemiddelde van de steden die aan het onderzoek meewerkten; dat ligt op 7,6 procent.
Kaaouass schrikt van dat grote verschil. "Dat is wel veel", zegt hij. Kaaouass is een jonge vent, die wel wat leukers kan bedenken op zaterdagavond. Toch kiest hij ervoor om zich in te zetten voor de buurt, in de wetenschap dat je problemen alleen oplost door ze gezamenlijk aan te pakken.
Maar Kaaouass en Rahou benadrukken: de buurtouders zijn er niet om criminaliteit tegen te gaan. Het gaat hen om de samenhang in de wijk, slecht onderhouden tuintjes, rotzooi op straat, verlichting. Een prettige samenleving werkt nu eenmaal alleen als je elkaar aankijkt, niet als je met de rug naar elkaar toe staat. Kaaouass: "Criminaliteit komen we ook niet tegen, die speelt zich vooral 's nachts af. Wij lopen 's avonds. En niet buiten de Vergt."
Terwijl juist de horeca in het centrum op vrijdag- en vooral zaterdagavond wel degelijk last heeft van een groep Marokkaanse jongeren. Niet zozeer in de kroegen, daar zorgen ze niet voor meer overlast dan, zeg, de boerenzonen uit Brakel. Maar wel op het plein, waar jongens die te jong zijn om naar binnen te mogen met hun vrienden rondhangen. Volgens een van de horeca-mensen weet de groep 'een prullenbak niet te vinden', vallen ze meisjes lastig en intimideren ze. Hoe vaak zijn er klachten? Soms twee keer in de week, soms weken niet.
Vanuit de horeca gaan echter stemmen op om 'liever vandaag dan morgen' camera's op te hangen en eventueel een samenscholingsverbod in te stellen. Een eerste stap die kant op is inmiddels gezet: burgemeester Albert van den Bosch heeft aangekondigd dat er in elk geval in de Omhoeken camera's komen te hangen.
Maar daarmee is de overlast in de Vérgt nog niet opgelost. Al ligt een deel van díe overlast ook in de manier waarop je met de jongeren omgaat, verzucht Kaaouass. "Je moet niet boos op ze afstappen en zeggen dat ze moeten opdonderen. Niemand wil zo aangesproken worden, zij ook niet."
Kaaouass en Rahou lopen verder langs het veelgebruikte én besproken pannaveldje aan de Leenhoffstraat dat gaat verdwijnen via de Bernhardweg naar het Bachplein. Daar staan enkele Marokkaanse ouders bij elkaar te kletsen, met een schuin oog naar hun kinderen op het klimrek. Een vader praat over nachtelijke overlast rond het plein. Scootertjes scheuren rond, vanuit auto's wordt drugs gedeald, net als in de garages op een pleintje achter de huizen. "Marokkaanse én Nederlandse jongens", benadrukt hij. "Ik wilde aangifte doen, maar de politie vroeg mijn naam. Nee, bedankt. Ik heb ook kinderen, snapt u?" Een half uurtje later stoppen de buurtouders hun Vergt-ronde, als de regen inzet.
Aan het eind van de avond loopt de student marketing, die op het punt van afstuderen staat, door de Boschstraat. Dat zullen niet veel Bommelaren bedenken, als ze langs de Bossche Poort fietsen en hem met zijn vrienden op de bankjes zien zitten. Hij haalt zijn schouders op. "Nederlanders willen niet bij ons staan, ons kennen. Het zij zo. Dan doen we het wel zonder ze. Of dat geen pijnlijke vaststelling is? Voor ons hoeft niemand te zorgen. Orion niet, de gemeenten niet. We eten goed, kleden ons goed, hebben een goed dak boven ons hoofd. Verder staan we hier gewoon te kletsen, vertellen verhalen. Beetje ouwehoeren."
© Brabants Dagblad 2012, op dit artikel rust copyright.














