Eind januari 1995 hield de rivier het eeuwenoude slot op het puntje van de Bommelerwaard al dagen in haar greep.
Jacques Mombers, al 35 jaar een van de gezichten van Slot Loevestein, vond
het een spannende tijd. Eind januari 1995 hield de rivier het eeuwenoude
slot op het puntje van de Bommelerwaard al dagen in haar greep. Het
isolement zou enkele weken duren.
De toegangsweg door het Munnikenland was al lang ondergelopen en Mombers,
die bij de evacuatie zijn Zuilichemse woning al had moeten verlaten,
logeerde bij schoonfamilie in Den Bosch. Om bij zijn werk te komen reed hij
elke dag naar Woudrichem, om van daaruit met een bootje naar de vesting te
varen. De poort van de vesting was afgedicht met een kistdam, twee rijen
balken met daartussen zware klei. "De wallen zijn zo hoog, als heel
Gelderland onder zou lopen, zouden wij nog veilig zitten. De grootste angst
was dat bij een dijkdoorbraak de stroom zou uitvallen. Wij konden met pompen
de binnengracht laag houden, zodat het kwelwater plek had. Sindsdien staat
er uit voorzorg een flink aggregaat."
Dat Loevestein een
veilige plek was, blijkt uit het feit dat er evacués waren ondergebracht,
familie van slotbeheerder Cees Alberts.
© Brabants Dagblad 2012, op dit artikel rust copyright.



















